NieuwsPolitiek

PAS: Het bezwaarschrift van de Gemeentelijke Adviesraad Land- en Tuinbouw

Toen we startten met onze reeks over het Merksplasse antwoord op de voorgestelde PAS-maatregelen, peilden we ook bij twee Merksplasse adviesraden of die een advies bij het schepencollege hadden ingediend.

Op de laatste vergadering van de milieuraad werd enkel gevraagd welke gevolgen het stikstofdossier had voor Merksplas, maar de raad zelf formuleerde naar verluidt geen advies.
De GALT, de gemeentelijke adviesraad land- en tuinbouw, deed dat wel. We vroegen dat advies op basis van de openbaarheidswetgeving op. Hieronder vind je het voluit, net zoals de raad het indiende. Als je het op een pc leest, kan je links bladeren doorheen de verschillende hoofdstukken.

Betreft: Bezwaarschrift in het kader van het openbaar onderzoek van de Vlaamse PAS en het bijbehorende plan-MER en passende beoordeling van de Gemeentelijke Adviesraad Land- en Tuinbouw (GALT) van Merksplas

Dit bezwaarschrift wordt u overhandigd door de Gemeentelijke Adviesraad Land- en Tuinbouw (GALT) van Merksplas. Deze adviesraad is samengesteld uit afgevaardigden van het Algemeen Boerensyndicaat, de Boerenbond, de KVLV, de Groene Kring en 6 onafhankelijke deskundigen. Deze adviesraad behandelt alles wat de land- en tuinbouw in onze gemeente aanbelangt.

Vandaar wensen wij ook onze bezorgdheden mee te geven omtrent het nieuwe stikstofakkoord dat momenteel in openbaar onderzoek zit tot en met 17 juni. Gezien wij als GALT bekommert zijn om het behoud van het landelijk karakter in onze gemeente vinden wij het belangrijk om in deze fase onze bezorgdheden mee te geven, zodat de bevoegde overheid hier rekening mee kan houden bij het verder finaliseren van de wetgeving.

Argumenten voedselzekerheid

Voedselzekerheid belangrijker dan ooit

Corona en de oorlog in Oekraïne maken ons duidelijk dat de voedselzekerheid in Europa belangrijker zijn dan ooit. Niemand vergeet de lege winkelrekken in Corona-tijden. Mensen die honger leiden paniekeren en zijn tot veel in staat. De voedselproductie staat de laatste jaren op wankele benen. Een solide landbouwproductie is daarbij van levensbelang. In het voorgestelde PAS-kader verliezen we voedselzekerheid voor heel Vlaanderen, zeker in het Turnhouts Vennengebied.

De investeringen die gedaan zullen moeten worden om een bestaan van het bedrijf te kunnen garanderen zijn zo hoog dat de vraag rijst of er nog aan concurrentiële voedselvoorziening gedaan zal kunnen worden. Ten slotte is de landbouwsector nog altijd een economische sector die zal stoppen te bestaan wanneer het verdienmodel niet langer rendabel zal zijn.

De bevolkingsgroei is de laatste jaren exponentieel gestegen.

Indien er minder mensen waren, was er minder voedsel nodig, begin jaren 1900 was 70 % van de wereld bevolking ondervoed. Dankzij de intensieve landbouw is dat nu terug gebracht tot 30%, er is dus nog een belangrijke opdracht voor landbouw om dit verder omlaag te brengen.

Bovendien zitten wij hier in Vlaanderen met de meest productieve en efficiëntste landbouwproductie ter wereld. Onze gronden lenen zich erg tot het produceren van voedsel.

Bovendien is de Vlaamse landbouw koptrekker in innovatieve technieken en is het de meest vooruitstrevende ter wereld. Wanneer we onze landbouw hier in Vlaanderen gaan afbouwen, gaan we het probleem van de voedselvoorziening verleggen naar minder productieve landen waar de technologie veel harder achterloopt. In hoeverre dat een verbetering zal zijn voor het klimaat wereldwijd is nog maar de vraag.

Groot tekort aan productiegronden

1/4 van de aarde behoort tot het vaste land, de rest is water. Van dat deel is slechts 1/8ste land dat vruchtbaar genoeg is om menselijke voeding te produceren. Het merendeel hiervan is zelfs enkel maar geschikt voor grasland. Hier vruchtbare grond ontnemen voor voedselproductie zorgt er voor dat elders grotere oppervlakten moeten ontgonnen worden om voedsel te produceren. De stikstofcrisis moet niet enkel op Vlaamse schaal bekeken worden, maar op wereldschaal. Waar vinden we elders zulke vruchtbare gronden die zich lenen tot de productie van voedsel?

Argumenten historiek en gemaakte afspraken

Intensieve landbouw en arme natuur gevolg van historische ontwikkeling

De regio Turnhouts Vennengebied is een toonbeeld voor de hedendaagse veehouderij. Dit is historisch zo gegroeid. De arme zandgronden in de Kempen waren niet geschikt om aan akkerbouw te doen. Daarom was er nood aan één belangrijke grondstof: mest.

Daarnaast herbergde deze schrale gronden ook heel wat specifieke arme natuur. Voor deze historische ontwikkeling betaalt de landbouw nu de tol.

Ruilverkavelingen die teniet worden gedaan?

Er zijn in het gebied 7 ruilverkavelingen uitgevoerd. De 2 eerste zijn overgangsruilverkavelingen met aandacht voor bomenrijen, houtkanten en aangepaste waterpeilen. De 5 andere zijn nieuwe stijl waarbij in consensus grote oppervlakten tot wel 20% toebedeeld werden aan bos en natuur. Hierbij is er een passende beoordeling opgemaakt om te checken of de getroffen maatregelen voldoen aan de doelstellingen van het vogelrichtlijngebied. Dat men nu opnieuw zo inhakt in het Turnhouts Vennengebied ondanks dat de landbouw meegewerkt heeft aan het realiseren van natuurdoelen zorgt ervoor dat er wantrouwen ontstaat en dat gedane afspraken geen waarde meer lijken te hebben.

Raamakkoord de Liereman: een historisch akkoord tussen landbouw en natuur op de slop?

Er is een Raamakkoord over het landschap de Liereman en omgeving. In 2011 bereikten landbouw en natuur, onder het toezicht van de toenmalige minister van leefmilieu een historisch akkoord over de afbakening tussen landbouw en natuur. Er werd een natuurinrichtingsproject opgestart om het raamakkoord uit te voeren en deze zit nu in de uitvoeringsfase. In het proces tot het komen tot raamakkoord heeft landbouw heel wat offers (voornamelijk gronden en beperkingen) gebracht. Telkens met de belofte voor rechtszekerheid voor het resterende landbouwgebied. We stellen nu echter vast dat er meerdere bedrijfszetels, die rechtszekerheid moeten krijgen in het raamakkoord, nu in de perimeter van het Turnhouts Vennengebied vallen. Rechtszekerheid is dus teruggebracht tot nul! Wat zijn gemaakte afspraken en beloftes dan nog waard?

Argumenten emissies, deposities en vergunningverlening

Waarom zo’n strenge maatregelen enkel in het Turnhouts Vennengebied?

Habitattypes 3110 en 3130 komen ook voor in andere gebieden dan het Turnhouts vennengebied. Het is dan maar de vraag waarom daar geen extreme maatregelen zoals deze worden vooropgesteld. Dit pikken wij niet!

Aandeel landbouw in stikstofconcentratie in het Turnhouts Vennengebied

Zoals vooropgesteld in het MER en het stikstofakkoord zal de landbouwsector in het Turnhouts Vennengebied bijkomend 100 ton ammoniak moeten reduceren. Nergens wordt gesproken over reducties bij de andere sectoren in het Turnhouts Vennengebied. Toch representeert de lokale landbouw slechts een kleine 20% van de totale stikstofconcentratie in het Turnhouts Vennengebied. Dat blijkt duidelijk uit onderstaande figuur die in het MER is opgenomen.

Figuur 1: Deposities (kg N/ha.jaar) afkomstig van versohillende bronnen op de actuele habitats binnen elk van de 38 Vlaamse SBZ-H-gebieden in relatie tot de kritische depo.sitiiewaarde (KDW), voor het referentiejaar 2015

Waarom wordt de problematiek niet in zijn geheel bekeken over alle sectoren heen en moet alleen de lokale landbouw extra inspanningen doen om het teveel aan stikstof weg te werken? Hier is toch onmogelijk sprake van het gelijkheidsprincipe aangezien de landbouw de volledige verantwoordelijkheid moet dragen van de bijkomende inspanningen die men vraagt voor dit gebied.

De intendant, Piet Vanthemsche, die is aangesteld voor dit gebied zou de problematiek in zijn geheel moeten bekijken om tot een algemeen gedragen oplossing te kunnen komen.

De allocatie van alle doelen in het Turnhouts vennengebied moet gebeuren voor aanvang van het ontwikkelingsplan.

In het MER en het stikstofakkoord gaat men uit van de zoekzonekaart V0.2 die destijds werd vastgesteld. Het natuurdecreet zegt het volgende omtrent de zoekzone:

“Een zone die per Europees te beschermen soort en per Europees te beschermen habitat de perimeter aangeeft die gevrijwaard wordt met het oog op het optimaal plaatsen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de betrokken speciale beschermingszone. De omvang van de zoekzone wordt bepaald door de oppervlakte die nodig is voor het realiseren van het openstaand saldo van de taakstelling voor de betrokken Europees te beschermen habitat of Europees te beschermen soort.“

Een zoekzone dient dus om tot een gunstige staat van instandhouding te kunnen komen. We moeten hiermee de instandhoudingsdoelstellingen behalen.

Dit wordt ook zo bevestigd in het besluit instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000 dat volgende bepaalt:

“§ 1 De zoekzones, vermeld in artikel 50septies, § 4, eerste lid, van het decreet van 21 oktober 1997, geven overeenkomstig artikel 2, 70°, van hetzelfde decreet, per Europees te beschermen soort en per Europees te beschermen habitat de perimeter aan die gevrijwaard wordt met het oog op het optimaal plaatsen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de speciale beschermingszone in kwestie.”

De zoekzonekaarten waarmee men werkt dateren van 2015. Deze werden destijds met een bepaalde factor groter dan de benodigde oppervlakte vastgelegd. Dit om ervoor te zorgen dat de doelstellingen niet in het gedrang zouden komen.

Ondertussen is het 2022 en zijn de zoekzonekaarten nog altijd niet aangepast of bijgewerkt ondanks dat er in individuele dossiers al diverse aanpassingen en vaststellingen gedaan werden met betrekking tot de zoekzones.

Toch heeft de overheid hier nog niets mee gedaan en werden de zoekzonekaarten niet verder gefinaliseerd en verkleind.

Daarnaast hebben wij, als GALT Merksplas en onze land- en tuinbouwers in onze gemeente, nooit geen inspraak gekregen in het vastleggen van de zoekzones. Er is immers nooit een openbaar onderzoek voor georganiseerd.

Een arrest van het toenmalige Milieuhandhavingscollege van 15 december 2010 stelde reeds dat de afbakening van biologische waarderingskaarten geen enkele waarde heeft zolang deze niet openbaar wordt gemaakt, noch wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Nochtans kunnen deze BWK kaarten verregaande gevolgen hebben voor de grond eigenaars en verregaande gebruiksbeperkingen met zich meebrengen. Daarom oordeelde het college dat de BWK kaarten onwettig tot stand zijn gekomen.

Voor de zoekzones is dat eveneens zo. Ook bij de vaststelling van de zoekzones is er geen openbaar onderzoek geweest en is dus ook geen inspraak mogelijk geweest. Aangezien de impact van deze zoekzones dergelijke verregaande gevolgen heeft, durven wij te stellen dat naar analogie van de BWK kaarten deze zoekzonekaarten eveneens onwettig tot stand zijn gekomen. Deze werden nergens afgetoetst op het terrein zelf of besproken met de omwonenden en betrokkenen. Er kunnen dan ook onmogelijk maatregelen opgelegd worden op basis van zoekzones die niet in overleg vastgelegd werden.

We willen dan ook duidelijk stellen dat er in rapport 33 of voor het Turnhouts Vennengebied eerst de openstaande doelen zullen moeten gealloceerd worden in onderling overleg alvorens er kan gesproken worden van gebiedsgerichte maatregelen.

Men gaat immers nu op basis van zoekzones die vele malen te groot werden aangeduid en zonder onderling overleg bepalen welke drastische inspanningen nodig zijn van de landbouwers in en rondom het Turnhouts Vennengebied.

Als later de zoekzones definitief zouden vastgelegd worden is het mogelijks dat landbouwers verplicht zeer grote investeringen hebben moeten nemen voor zoekzones die toch niet gerealiseerd zullen worden in het Turnhouts Vennengebied. Dan zijn we gewoon met de rentabiliteit van onze Merksplasse land- en tuinbouwers aan het spelen zonder enige gegronde argumentatie of zekerheid dat het effectief nodig is. Door eerst in onderling overleg de zoekzones definitief vast te leggen zou er rust gecreëerd kunnen worden voor het ganse Turnhout vennengebied. Dat zou meer zekerheid voor alle bedrijven bieden. Voor minder is er geen draagvlak.

Doelstelling 2030 versus 2050

In het MER spreekt men ook over de doelstellingen die men wilt behalen tegen 2030, namelijk de helft van het teveel aan stikstofdepositie wegwerken. Dat betekent dat er na 2030 nog altijd 50% teveel stikstofdepositie aanwezig is die tegen 2050 zou weggewerkt moeten worden om de doelstellingen te behalen.

Hoe kunnen onze land- en tuinbouwers in Merksplas nu investeringen gaan doen om hun site te hernieuwen in de volgende jaren als ze niet weten wat er na 2030 nog verwacht wordt van hen? Als ze niet weten dat ze binnen 8 jaar opnieuw moeten investeren in reducerende technieken of alsnog moeten stoppen met hun activiteiten, kunnen zij toch onmogelijk dergelijke belangrijke investeringen doen.

De problematiek van het Turnhouts Vennengebied zou dan ook in zijn geheel met alle sectoren die stikstofdepositie veroorzaken in het gebied bekeken moeten worden, maar ook met de doelstelling van 2050 in het vizier. Zo kan er terug rechtszekerheid geboden worden aan de land- en tuinbouwers die wel verder willen blijven doen en daarvoor grote investeringen en inspanningen zullen moeten leveren. Leningen worden immers niet afgeschreven op 8 jaar maar eerder op 15 à 20 jaar. Het is dan ook cruciaal dat onze agrarische ondernemers in Merksplas terug rechtszekerheid krijgen bij het bekomen van een vergunning in de toekomst.

Hernieuwingen in het Turnhouts Vennengebied

Momenteel wordt er in het stikstofakkoord ook gesproken over hernieuwingen van vergunningen van land- en tuinbouwbedrijven in het Turnhouts Vennengebied voor 4 jaar (2 jaar na opstellen van het plan door de intendant). Dat betekent dat de land- en tuinbouwers bij een verval van hun vergunning in 2022-2023-2024 een hernieuwing zullen moeten aanvragen minstens één jaar op voorhand zonder te weten welke extra inspanningen nodig zijn voor het Turnhouts Vennengebied. Om die hernieuwing te krijgen moeten ze wel voldoen aan de generieke maatregelen van scenario G8, die stelt dat alle varkens- en pluimveebedrijven hun traditionele stallen met 60% moeten reduceren in emissies en dat runderen een PAS maatregel moeten toepassen die minstens 5% reductie veroorzaakt.

Daarbij moet er bij een hernieuwing ook afgetoetst worden aan het nieuwe geurkader. Dat maakt dat we hier al spreken over bijzonder grote investeringen die dan maar zouden vergund worden voor een termijn van 4 jaar. Dat biedt totaal geen rechtszekerheid omdat dergelijke investeringen doorgaans afgeschreven worden op 20 jaar.

Bovendien moeten dergelijke ingrijpende wijzigingen aan de bedrijfsvoering in zijn geheel bekeken worden. Stel dat er nog bijkomende inspanningen nodig zijn omwille van de ligging in of rondom het Turnhouts Vennengebied dan zouden deze in één keer mee moeten bekeken worden om te kunnen oordelen of dergelijke investeringen ook nog wel rendabel zouden zijn. Bovendien zou dit kunnen leiden tot andere keuzes van reducerende technieken. Dat men dat voor deze sites in twee stappen noodgedwongen moet bekijken is onbegrijpelijk. Zo biedt de overheid totaal geen rechtszekerheid voor dergelijke bedrijven. Een decretale verlenging voor de bedrijven in deze specifieke situatie in het Turnhouts Vennengebied is dan ook hoogst noodzakelijk zodat zij dezelfde kansen krijgen als de andere land- en tuinbouwers die in en rondom dit gebied gelegen zijn.

Basering op louter theoretische modellen onaanvaardbaar

De wetenschappelijke berekeningsmethodes van de stikstofneerslag zijn gebaseerd op aannames en veronderstellingen én zijn niet onderbouwd door praktijkonderzoek. Men (de overheid) weet dat deze berekeningsmethodes grote foutenmarges bevatten, alvorens te kunnen stellen dat gebiedsgerichte maatregelen nodig zijn in het Turnhouts vennengebied zal men eerst veelvuldige en langdurige praktijkonderzoeken moeten toepassen. Err kunnen geen bijkomende gebiedsgerichte maatregelen opgelegd worden in het Turnhouts vennengebied vooraleer dit grondig bestudeerd is.

KDW s zijn niet voor heel Europa gelijk

De Vlaamse kritische depositiewaarden (KDW) zijn overgenomen van Nederland, waar deze bepaald werden in een labo. NOx en NH3 gedragen zich in natuurlijke omstandigheden anders dan in labo omstandigheden. Met een zekere marge heeft men in Vlaanderen de laagste KDW aangenomen zonder deze in de praktijk getest te hebben. In Denemarken heeft men wel getest in natuurlijke omstandigheden. Daar werd vastgesteld dat voor habitat type 3110 een KDW waarde kan liggen tussen de 5 tot 10 kg/ha/jaar. Het eindbesluit was dat er nog meer praktijk onderzoek diende te gebeuren, ook in andere landen. Dit over langere termijnen, om hierover meer wetenschappelijke onderbouwing aan te geven. Gevolg is dat we nu natte vingerwerk aan het doen zijn in plaats van maatwerk. De KDW bepaling is momenteel giswerk dat meer onderbouwing vraagt en kan dus niet toegepast worden in het Turnhouts vennengebied. Zolang dit niet is uitgeklaard zijn er geen gebiedsgerichte maatregelen mogelijk.

Is een KDW van 6kg/ha wel realistisch?

Is een KDW van 6kg/ha wel realistisch? Grazen er enkele schapen langs het ven, komt er een wandelaar met een hond, vliegen er ganzen over of huppelen er konijnen rond? De lokale emissies en bijhorende deposities zullen te hoog zijn. We kunnen dus concluderen dat een KDW van 6 kg/ha nooit haalbaar is. Om een voorbeeld te geven: 2 GVE grazende schapen is wettelijk volgens natuurbeheer. Dit komt neer op 40 schapen. Volgens de impactscoretool stoot dergelijke kudde 40kg ammoniak uit. Er vanuit gaande dat een groot deel ter plaatse neerslaat, maakt dat we deze norm niet kunnen bereiken. Een ander voorbeeld uit het Zwart Goor. Hier zijn stikstof metingen gebeurd waarbij men een depositie van 24 kg/ha /jaar kon waarnemen. Hiervan werd 56% verondersteld uit het buitenland te komen, slechts 4 kg/ha (of 16%) werd verondersteld van de plaatselijke landbouw te komen. 7 kg/ha werd verondersteld van de landbouw te komen uit de wijde omgeving. Hoe gaan we dit, ook zonder landbouw, ooit kunnen realiseren?

Verschil in benadering tussen NOx en NH3 klopt niet

NH3 is lichter dan lucht en lichter dan NOx en stijgt dus veel sneller in de atmosfeer, NH3 bindt zich aan H2O deeltjes waardoor deze neerslaat. De snelheid van dit neerslaan is afhankelijk van de weersomstandigheden. Dit is bevestigd door wetenschappelijke autoriteiten. 80% van de NH3 slaat neer over een afstand van 20 km. Dan stellen dat de landbouw verantwoordelijk is voor de plaatselijke stikstof neerslag in het gebied is een brug te ver. Bovendien toonde bovenstaande figuur reeds aan dat het aandeel van de lokale landbouw slechts ongeveer 20% representeerde van de volledige stikstofneerslag in het Turnhouts Vennengebied.

Verder onderzoek naar de werkelijke oorzaak van het teveel aan stikstofdepositie is dan ook aan de orde. Zonder deze studies kan men aan landbouw geen bijkomende gebiedsgerichte maatregelen opleggen in het Turnhouts vennengebied.

Er is nood aan een sterke ecologische onderbouwing.

Er is een absolute noodzaak aan een degelijke ecologische onderbouwing alvorens verder te gaan met deze plannen. Momenteel wilt men bedrijven laten sluiten zonder dat men met gegevens kan bewijzen dat een sluiting effectief noodzakelijk is. Zolang er niet bewezen wordt dat deze bedrijven effectief de theoretische uitstoot van ammoniak behalen, zijn bijkomende gebiedsgerichte maatregelen in het Turnhouts vennengebied niet te verantwoorden.

Gegoochel met cijfers in het nadeel van de landbouw?

Bij de goedkeuring van de IHD-rapport door de Vlaamse regering in 2015 staat in Rapport 33 dat voor 3110 er van de 11,6 ha nog 4,6 ha moesten geplaatst worden. Nu staat in de gebiedsgerichte maatregelen voor het Turnhouts vennengebied dat er van de 11,6 ha nog 11 ha moeten geplaatst worden. Waar zijn de 6,4 ha gebleven die in 2015 volgens rapport 33 wel aanwezig waren? Blijkbaar kan zomaar met de doelen geschoven worden? Heeft rapport 33 dan nog enige waarde? Als men zich niet moet houden aan goedgekeurde en besliste rapporten, dienen er ook geen bijkomende gebiedsgerichte maatregelen genomen te worden voor het Turnhouts vennengebied.

Hydrologische maatregelen in consensus met de landbouw

Landbouwers zijn jaar en dag bezig met waterbeheer op hun gronden. Ze kennen de waterlopen en weten perfect hoe het water loopt. Als er hierop maatregelen genomen dienen te worden, dan moet dit in overleg én consensus gebeuren met de landbouwers. De impact die het immers heeft op de landbouwvoering op de percelen is enorm. Deze impact moet mee bekeken en in overweging genomen worden om zo tot de meest optimale oplossingen te komen. Overleg is hierin de basis om tot gedragen oplossingen te komen.

Hou rekening met de ondergrond bij maatregelen rond het grondwater.

In dit gebied zitten veel klei- en leemlagen. Het gevolg is dat het freatisch grondwater niets te maken heeft met het diepere grondwater zodat er geen beperking van oppompen verantwoord is. Gezien grondwaterwinningen cruciaal en onmisbaar zijn voor onze land- en tuinbouwbedrijven in de buurt is het heel belangrijk dat enkel indien er effecten zouden kunnen optreden bekeken wordt in onderling overleg hoe men deze situatie kan verbeteren. Dit zonder de bedrijven zelf in het gedrang te brengen met hun bedrijfsvoering en hun bestaanstoekomst ook te verzekeren. Een grondige socio-economische analyse is dan ook een absolute must.

Argumenten rechtszekerheid voor de landbouwers

Is stikstofreductie wel het echte doel?

Er mist hier echt wel enige onderbouwing waarom de gebiedsgerichte maatregelen in het Turnhouts Vennengebied moeten gelegd worden. Vanuit de landbouwers rijst het idee dat het enkel gaat om grondinname. Welke rechtszekerheid hebben we dan nog?

Gelijkheidsbeginsel wordt niet toegepast. Verschil tussen Turnhouts Vennengebied en Kalmthout.

Bij het verdelen van de G-IHD naar 43 deelgebieden was bepaald dat in de Kalmthoutse heide 11 ha 3110 of 3160 zou gealloceerd worden. Nu merken we dat er met deze doelen geschoven werd. Als dit in Kalmthout kan, waarom niet in het Turnhouts Vennengebied?

Leg de doelen op een plaats waar ze wel realistisch zijn.

De Maaten is een natuurgebied waar 3110 voorkomt met een overschrijding van stikstof na 2030 van 0.17 kg/ha. In dit gebied kan men deze overschrijding wegwerken door natuurinrichting maatregelen. Als dat daar kan moet dat ook toegepast kunnen worden in het Turnhouts vennengebied en zijn er geen bijkomende gebiedsgerichte maatregelen voor de landbouw meer nodig.

Speculaties en onzekerheden doen de grond- én gebouwprijzen kelderen.

De onzekerheden die de ruimtelijke processen veroorzaken zaaien paniek in het landbouw gebied. Gronden worden in paniek verkocht ver onder de venale waarde. Er dient een minimum prijs bepaald te worden waarbij natuurpunt of ANB mogen kopen. Uiteraard kunnen aankopen pas na het afkloppen van het ontwikkelingsplan.

De onzekerheden die door het stikstof akkoord veroorzaakt worden zorgen er nu al voor dat er een enorme kapitaalsvernietiging veroorzaakt wordt , waar er geen enkele vergoeding tegenover staat. Laat ons duidelijk stellen dat de landbouwbedrijven rond het Turnhouts Vennengebied niet te koop zijn!

Is er nog wel rechtszekerheid voor de landbouw in de regio. Wat met bedrijven rond de perimeter?

In de bijhorende nota’s staat dat de perimeter van het Turnhouts Vennengebied enkel nog maar kan verkleinen. Maar zijn we zeker dat we met dit plan de doelstellingen gaan halen? Zijn we zeker dat er geen bijkomende land- en tuinbouwbedrijven getroffen zullen worden? Deze zekerheid moet er zijn alvorens de gesprekken opgestart kunnen worden. De bedrijven op de rand en buiten de perimeter blijven zo in de onzekerheid.

Rechtszekerheid een must voor de maatschappij.

Een goed draaiende maatschappij is enkel mogelijk met een overheid die rechtszekerheid geeft aan zijn burgers en zijn bedrijven. Als de rechtszekerheid wegvalt, zoals nu gebeurt, krijgt men chaos en onzekerheid. Dit geeft geen garanties voor investeringen en innovaties die noodzakelijk zijn om deze maatschappij draaiende te houden. De overheid en het beleid dienen hierin hun verantwoordelijkheid te nemen en dienen het ganse stikstofdossier te herbekijken.

Argumenten ontwikkelingsplan

Lopende ruimtelijke processen moeten stopgezet worden

Er lopen in de regio momenteel heel wat ruimtelijke processen die hun invloed kunnen hebben op het ontwikkelingsplan. We denken hierbij aan ruimtelijke uitvoeringsplannen, de natuurinrichting en het raamakkoord de Liereman én het nationaal park Taxandria. Dergelijke processen hebben hun invloed op afbakening gronden en geven mogelijks beperkingen op het landbouwgebied. Deze processen moeten in pauze geplaatst worden tot dat we zeker zijn welke gevolgen het ontwikkelingsplan zal hebben op de landbouwsector. Een integrale aanpak zou beter zijn dan op zoveel verschillende manieren aan de kostbare landbouwgronden te zitten en de lokale land- en tuinbouw te bedreigen.

Aankopenstop door de natuursector is een must!

Als de landbouwsector minstens twee jaar on hold wordt geplaatst, dan moet hetzelfde ook gelden voor de natuur. Een stolp werkt namelijk langs twee kanten. Hoe kunnen we een plan maken als de natuursector alles dreigt op te kopen? En ja, ook in landbouwgebied. Welke rechtszekerheid hebben wij nog?

Aangepaste bemesting in heel het Turnhouts Vennengebied is de doodsteek voor alle land- en tuinbouwers

Als je overgaat tot aangepaste bemesting is heel het Turnhouts Vennengebied, dan tref je alle land- en tuinbouwers en niet enkel de veetelers. Ook de bedrijven die hier rond zitten. Als er voor meer dan 20% van je gronden in nul-bemesting valt, dan wordt je bedrijf waardeloos. Wordt hier voldoende budget voor voorzien? Deze impact is nergens bestudeerd in het MER dat momenteel in openbaar onderzoek zit. Hoe kunnen wij als land- en tuinbouwer dan gerust zijn dat we indien van toepassing de nodige vergoedingen zullen ontvangen hiervoor?

Financiële argumenten

Benadeelde concurrentie positie t.o.v. van andere regio’s in Vlaanderen en Europa

Door de extra investeringen en stikstofreductie die in het Turnhoutse Vennengebied is opgelegd hebben wij plots een groot concurrentieel nadeel t.o.v. andere landbouwers in Vlaanderen en zeker t.o.v. andere Europese landen. Wij worden gedwongen extra investeringen te doen of minder dieren te houden zonder dat wij hiervoor een extra meerprijs kunnen doorrekenen.

Nergens in het MER of stikstofakkoord is er gesproken over een financiële vergoeding voor de getroffen land- en tuinbouwers. Het kan toch niet dat de plaatselijke land- en tuinbouwers deze meer kost alleen moeten dragen?

Financieel gezonde bedrijven worden plots niet meer rendabel.

Bedrijven die financieel gezond waren zullen door de opgelegde maatregelen zoals de grote investeringen in AEA systemen of het houden van minder dieren, in financiële problemen komen.

Bedrijven die recent geïnvesteerd hebben kunnen deze extra kosten niet dragen en minder dieren houden is vaak ook geen mogelijkheid omdat het hele financiële bedrijfsmodel op de betreffende dierenaantallen is berekend. De vast kosten en leningen blijven gewoon doorlopen en moeten ook afbetaald geraken. De marges in de landbouw zijn momenteel al zeer miniem. Met minder dieren is het vaak onmogelijk nog rendabel te zijn omdat de totale kosten dan hoger worden dan de opbrengsten. Bedrijven die financieel gezond waren zullen hierdoor noodgedwongen moeten stoppen. Dit kan toch nooit de bedoeling zijn?! Ook hier wordt de rechtszekerheid van de land- en tuinbouwers totaal weggemaaid.

Wie durft nog investeren? Stilstaan is achteruit gaan!

Wie durft de opgelegde investeringen nog aan na de verschillende contractbreuken die deze regering heeft gepleegd, zoals ook nu in deze PAS door het vervroegd sluiten van bedrijven. Wie durft nog op lange termijn plannen maken na de regels die men in deze PAS aan de landbouw oplegt? Veel investeringen hebben een looptijd van minimaal 20 jaar. Deze regering past om de 4 jaar haar beleid aan en veegt alle vorige beslissingen en vergunningen van tafel. Hoe kan of durf je dan nog een bedrijf uitbouwen? Stil staan is achteruit gaan. Zo ook in de landbouw. Deze PAS zorgt voor een grote achteruitgang van de landbouw en dat gaan we allemaal voelen.

En dit net nu we juist nood hebben aan innovatieve technieken om de stikstofemissies te reduceren. Wie zal daar nu nog in willen investeren?

Waardevermindering bedrijven in buurt van habitat gebieden

Door deze PAS zijn veel bedrijven in de perimeter van het Turnhoutse Vennengebied plots waardeloos geworden. Wanneer een landbouwer op pensioen gaat en het bedrijf over laat of verkoopt zorgde die verkoop voor een extra pensioen opbrengst. De PAS zorgt er voor dat er

van een restwaarde niets over blijft. Alle geïnvesteerd kapitaal is gewoon verloren. De spaarcent is er niet meer. Erger nog, men zal vaak gedwongen worden nog te betalen voor de afbraak van het levenswerk. Gewoon onmenselijk.

Afromen bij verkoop NERD en schrappen slapende NER’s

Het afromen van NERD bij verkoop van deze NER’s is gewoon diefstal. De landbouwer heeft deze ook ooit gekocht. Het schrappen van slapende NER’s is nog erger! Dit is uiteraard evenzeer diefstal, maar kan er zelfs voor zorgen dat toekomstmogelijkheden van het bedrijf helemaal ontnomen worden. Dit zijn evengoed NER’s met een ‘waarde’. Deze zo maar schrappen tegen een vergoeding die ver onder de marktwaarde ligt, kan gewoon niet.

Bovendien is de marge van 10% gewoonweg te laag om een vrijheid te creëren qua invulling van de bekomen vergunning.

Voorgestelde budget ontoereikend

We stellen vast dat het vastgelegde budget van 3,65 miljard ontoereikend zal zijn voor datgene dat allemaal voorgesteld wordt. Vergoeding voor ontheffing nul-bemesting, uitfaseren van piekbelasters, stopzetting varkens, uitkopen van donker oranje en varkensbedrijven, innovatieve maatregelen en een oplossingen zoeken voor 149 en meer bedrijven in het Turnhouts Vennengebied. We hebben sterk de indruk dat de overheid ons in de kou laat en dat we zelf moeten opdraaien voor fouten die wij niet gemaakt hebben, maar de overheid zelf via hun jarenlange stikstofbeleid.

Dit mag geen koude sanering worden !

Argumenten sectorgericht

Hoe kunnen we verder zonder innovaties?

De landbouwsector steunt sterk op innovaties, met innovaties hebben we in het verleden al heel wat gerealiseerd, maar hoe kunnen we verder als deze innovaties niet erkend kunnen worden? Er is dringend nood aan meer onderzoek én, vooral, aan een comité die deze maatregelen goedkeurt. Daarbij zou er een wetgeving moeten komen om proefvergunningen te verlenen om deze innovatieve technieken te kunnen doortesten en verder te onderzoeken. Zo niet is het onmogelijk nieuwe technieken te ontwikkelen en voor goedkeuring voor te leggen.

Bovendien tikt de klok onmenselijk snel. Binnen 8 jaar zullen alle reducties uit het generieke scenario immers doorgevoerd moeten zijn. Om op 8 jaar tijd innovatieve technieken te ontwikkelen, door te meten, te laten goedkeuren door een comité dat er nog niet is en dan toe te passen is bijzonder krap en bijna onhaalbaar.

Zolang er geen comité en geen wetgeving voor proefvergunningen is, kunnen onze landbouwers niet verder en zullen ze de opgelegde maatregelen zeer moeilijk tot niet kunnen halen.

Waarom is de reductie in sommige sectoren op stalniveau en andere op sectorniveau?

De sectoren van de varkens en pluimvee voelen zich geviseerd vanwege de strenge maatregelen (60% reductie!). Deze zijn dan ook nog de enige sectoren met maatregelen op stalniveau. Dat bepekt de mogelijkheden enorm naar ombouwing van het bedrijf of de stallen toe. Als de emissies op bedrijfsniveau met dezelfde reducties bekomen worden bekom je toch hetzelfde effect als dat je dat doet op stalniveau? Waarom is deze extra beperking hier nog eens toegevoegd? Welke wetenschappelijke waarde heeft deze? Door een impactscoreberekening te doen zou je kunnen waken over de depositie die niet verhoogd bij het bekijken op bedrijfsniveau.

Dit betekent dat er drastisch moet worden geïnvesteerd op een zeer korte tijd. Hier moet je een financieel plan op voorzien zijn. Ook de opgelegde reductie van 60% is absurd hoog vergeleken met andere sectoren. Er zijn amper systemen die deze reductienorm halen!

Bijkomende argumenten significantiekader en toekomstige evolutie Turnhouts Vennengebied

Impactscore van 0,025 is veel te streng, dit laat geen ondernemerschap meer toe in de landbouw.

Een impactscore van 0.025% om nog wijzigingen, uitbreidingen toe te staan is eigenlijk hetzelfde als geen uitbreidingen meer toestaan. Zoals je kan zien op onderstaande kaart ter beschikking gesteld door het VITO betekent dit dat er een maximale ammoniakuitstoot van 250 kg ammoniak veroorzaakt mag worden om onder de 0.025% te blijven. Dat gaat dan over bijvoorbeeld 100 varkens. De bedrijven in de Noorderkempen zijn geen bedrijven meer van 100 jaar geleden waarbij een bedrijf van 100 vleesvarkens nog rendabel was. Dit significantiekader is dus gewoon een lege doos.

In het Turnhouts vennengebied mogen voorlopig geen natuurwerken worden uitgevoerd totdat de definitieve spelregels voor iedereen duidelijk zijn.

Grotere kans op brandgevaar

Door veel heide en schrale grond te creëren is er grotere kans op brand. Bijgevolg moeten er ook meer wachttorens voorzien worden. Deze moeten bemand worden. Dit alles kost de maatschappij/gemeente extra geld. Is hier budget voor voorzien? Waarom durven we nergens in vraag stellen of deze habitattypes wel passen in deze regio en of deze habitattypes wel effectief willen realiseren in het Turnhouts Vennengebied als het dergelijke grote en verregaande gevolgen heeft?

Landbouwgrond wordt gratis onderhouden door de landbouwers.

De landbouwgronden worden bewonnen en onderhouden door de landbouwers. De landbouwers zorgen ervoor dat de gronden in goede staat worden gehouden. Hier heeft de gemeenschap geen kosten aan. Het onderhouden van natuur daarentegen kost de gemeenschap wel geld.

Natuurlijke afvloei stoppende landbouwers

Nergens in het PAS akkoord heeft de overheid rekening gehouden met de natuurlijke afvloei van stoppende landbouwers. De gemiddelde leeftijd van landbouwers wordt namelijk jaarlijks hoger en hoger. Dit omdat er steeds minder opvolging is. Er zal dus doorheen de volgende jaren een groot deel van de landbouwers stoppen die geen opvolging hebben. Het feit dat men hier geen rekening mee houdt en de overblijvende landbouwers dergelijke zware investeringen oplegt is onbegrijpelijk. Indien men deze evolutie mee in rekening brengt zou dit nieuwe kansen kunnen bieden voor de overblijvende landbouwers die nog moeten zorgen voor onze voedselvoorziening. Zo creëer je kansen voor de landbouw!

Argumenten omtrent het flankerend beleid

Stopzettingsregeling rode bedrijven

In het stikstofakkoord wordt er gesproken over het flankerend beleid voor de rode bedrijven. Hier zitten ons inziens toch nog enkele pijnpunten. Wanneer de rode bedrijven instappen op het flankerend beleid voor rode bedrijven moeten zij verplicht hun activiteiten stopzetten tegen 2025. Als ze dit vervroegd doen kunnen zij een verhoogde vergoeding krijgen. Echter dan zouden ze al in 2023 de activiteiten stop moeten zetten. Aangezien de doorlooptijd van een dossier van het flankerend beleid bij de VLM ongeveer een jaar in beslag neemt is het nog maar de vraag of de rode bedrijven überhaupt nog gaan kunnen inspelen op de verhoogde vergoeding. Het is maar de vraag of de overheid hier tijdig zijn huiswerk klaar zal hebben.

Daarnaast staat er nergens iets vermeld over de bedrijfswoningen. Als de activiteiten stopgezet worden en er geen landbouwactiviteiten meer plaatsvinden worden de woningen zonevreemd. De landbouwers kunnen dan niet blijven wonen in hun woningen en de verkoopwaarde van de woningen wordt hierdoor ook tot nul gereduceerd. Men zou kunnen opteren voor een zonevreemde functiewijziging via een vergunningsaanvraag. Echter deze procedure duurt minstens 6 maanden tot eventueel een jaar bij een eventueel beroep.

Aangezien je volgens Europese regelgeving geen intentie mag getoond hebben om je activiteiten stop te zetten vooraleer in te stappen in het flankerend beleid, kan deze aanvraag pas opgestart worden als er een voorstel tot uitbetaling is neergelegd door de VLM. Binnen de termijn om tegen dit voorstel in beroep te gaan, zal de landbouwer nooit weten of zijn woning een zonevreemde functiewijziging zal kunnen krijgen. Als er dan geen vergoeding voorzien wordt voor het verlies van de woning, dreigt de landbouwer hier opnieuw het gelag te betalen. Er zou hier een aparte wetgeving voor moeten komen.

In Nederland heeft men zo de plattelandswoning voorzien waarbij de woning mag blijven staan in agrarisch gebied en mag bewoond worden door particulieren. Wel met dien verstande dat de woning altijd als een woning gekoppeld aan een agrarisch bedrijf moet aanschouwd worden. Dergelijke regelgeving zou moeten voorzien worden voor de mensen in deze specifieke situatie die al gedwongen moeten stoppen met hun activiteiten. Ofwel moet er voor de woning een vergoeding voorzien worden, ofwel moet er hier een aangepaste wetgeving komen om alsnog in de woning te kunnen en mogen blijven wonen.

Vrijwillige stopzettingsregeling varkensbedrijven

Er is een vrijwillige stopzettingsregeling voorzien voor de varkenshouderij om de varkensstapel met 30% te doen krimpen. Hiervoor is 200 miljoen € voorzien. Echter door het VITO is bestudeerd of dit voldoende is om de varkensstapel met 30% te doen dalen zoals vooropgesteld. Dit bleek echter onvoldoende. Daardoor zullen er verscheidene bedrijven uit de boot vallen en alsnog verplicht zware investeringen moeten doen of hun bedrijf stop te zetten zonder dat dit nog enige waarde heeft. Dit heeft meer weg van een koude sanering dan een warme. Landbouwers moeten dan maar hopen om een maximale impact te hebben om toch nog enige vergoeding te mogen ontvangen.

Stopzettingsregeling oranje bedrijven

Voor de dieporanje bedrijven met een impact boven de 20% is er eveneens een vrijwillige stopzettingsregeling voorzien. Waarom is deze stopzettingsregeling alleen van toepassing als men de volledige emissies wenst stop te zetten? Waarom kan dit niet op stalniveau bekeken worden? Ten slotte zijn dit bedrijven met een grote impact die bij elke reductie ook de nodige winst zullen opleveren voor het natuurgebied. Wat maakt het dan uit dat het bedrijf volledig of gedeeltelijk stopt? Hiermee beperkt men alweer de mogelijkheden voor dergelijke bedrijven en is het direct alles of niets wat de stap alleen maar zal vergroten om in te stappen.

Ook hier zijn verhoogde vergoedingen voorzien voor de bedrijven die vroeger stoppen. Echter omwille van de lange doorlooptijd van dergelijk dossier bij de VLM is het maar de vraag of men hierop nog beroep zal kunnen doen.

Vergoeding gronden nulbemesting

Voor de gronden die onder nulbemesting zullen vallen is er een vergoeding voorzien van 10.000€. Deze dekt echter nooit de kapitaalschade en gebruikersschade die hierdoor geleden zal worden. De gronden zijn destijds allemaal aangekocht aan de waarde van landbouwgrond. Door deze gronden op nulbemesting te zetten zullen zij waarde verliezen die de 10.000€ niet zal dekken. Daarnaast zal er op deze gronden geen goede ruwvoederwinning meer kunnen gebeuren waardoor er hier ook jaar op jaar gebruikersschade wordt geleden. Het is dan ook lachwekkend dat de overheid denkt met 10.000€ deze geleden schade te kunnen vergoeden. Dit is gewoonweg een rechtstreekse kapitaalsvernietiging van de bedrijven.

Wij hopen dat via dit bezwaarschrift de overheid al de aangehaalde knelpunten omtrent het voorliggende beleid opnieuw zal bekijken en hun voorstel tot wetgeving hierop zal aansturen. Zo niet vrezen wij voor de toekomst van de landbouwbedrijven in onze gemeente en is de rechtszekerheid voor onze land- en tuinbouwers volledig zoek.

Reageer

Back to top button