Van d’n Ollander (13): Gewoon een o’tje erbij en je kan uitslapen
Wennen aan Merksplas
In Nederland kun je je verslapen. Ga je de zuidelijke grens over, dan moet er een ‘o’ voor: overslapen dus. Grappig toch? In Nederland kan iemand wakkerschrikken en denken: “O, verslapen!” Hier kun je die komma gewoon weglaten en toch hetzelfde ervaren.
Site
In Nederland wordt site vooral gebruikt in ‘website’. Site in de betekenis van locatie is niet fout, maar wel ongebruikelijk. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt voor een plaats waar archeologisch onderzoek wordt verricht. In het Vlaams is het veel gebruikelijker om site te gebruiken voor een locatie in het algemeen.
Piste
Ook bijzonder vind ik het gebruik van het woord piste. In Nederland heeft dat drie betekenissen: een plaats waar je kunt skiën, de plek waar artiesten optreden in een circus en – tot slot – de verleden tijd van een werkwoord. (Die laatste ga ik maar niet uitleggen.)
In Vlaanderen is piste standaardtaal voor een spoor, denkrichting of te onderzoeken mogelijkheid (bijv. “een nieuwe piste bewandelen”). Ook heb ik het horen gebruiken in de betekenis van een fysieke omloop, zoals een atletiekpiste of wielerbaan.
(N.B. harpiste heeft hier niets mee te maken…)
Plooimeter
Een plooimeter (of vouwmeter) is de Vlaamse benaming voor een opvouwbare liniaal. In Nederland noemen we dat een duimstok. Die ‘duim’ komt uit de tijd dat de maateenheid nog in duimen werd uitgedrukt. Nederland heeft kennelijk nooit de behoefte gevoeld om van die oude naam af te stappen. Die vouwmeter is dus niet alleen moderner, maar geeft ook precies aan wat voor ding het is.
Snuisteren
Snuisteren is een leuk Vlaams werkwoord. In Nederland zeggen we ‘snuffelen’, ‘rondkijken’ of ‘neuzen’. Alle woorden betekenen ongeveer hetzelfde: op een rustige manier rondkijken.
Kiekenkot
Zowel ‘kieken’ als ‘kot’ is mooi Vlaams. We weten inmiddels dat studenten in Nederland op kamers gaan en in België op kot. Maar dat kippen in Nederland op kamers gaan, is niet waar. Daar hebben ze gewoon een kippenhok.
Waar kippen – of kieken – het liefst opgesloten worden, blijft natuurlijk wel de vraag.
Bleiten
Tot slot een kind dat aan het bleiten is. In Nederland zal het schreeuwen, zeuren of dreinen. Maar bleiten vind ik eigenlijk wel toepasselijker.
Het doet me denken aan een supermarktbezoek met mijn vrouw enkele jaren geleden. Er liep een moeder met een kind dat maar bleef bleiten. Iedereen stoorde zich eraan, behalve de moeder. Bij de kassa aangekomen stond het ‘jankende jong’ met de moeder vlak achter ons.
Ik ben toen zo hard ik kon ook gaan bleiten, waarmee ik het kind duidelijk liet merken dat ik beter kon bleiten. Ik had meteen de aandacht van alle mensen in de winkel. Maar toen het kind verbaasd stilviel, klonk er van diverse kanten applaus.
Dus: ik kan zelf ook heel goed bleiten!
Reacties welkom!


