Voor een aantal Nederlandse vrienden heb een aantal zinnen in het Vlaams verzameld en gevraagd wat ze er van begrepen. Eerst die zinnetjes:
- Er stond een postuurke naast het venster.
- Hij wees foutloos de pare getallen aan.
- Door snotvalling had hij geen goesting om naar zijn werk te gaan.
- Hij probeerde bij zijn vrouw pieren uit de neus te halen.
- Bij het containerpak was een gast aan het stoefen over het bibbergeld dat hij ontving.
- Hij dronk een tas koffie, terwijl hij zijn zak naast zich had gezet.
- Je ziet maar zelden een bank in een huiskamer.
- Ze speelden het spelletje OXO.
- “Pief, poef, paf” riepen de kinderen.
- Hij noemde een kat een kat.
- Niet rond de pot draaien.
- Ze werden betrapt op moeskopperij.
Voor jou, beste lezer van deze tekst, zullen het gewone zinnetje zijn. Mijn Hollandse vrienden snapten maar een klein gedeelte. Grappig hé.
Dit stuurde ik hen om opheldering te verschaffen:
- Postuurke is een klein beeldje.
- Pare getallen zijn even getallen.
- Snotvalling is verkoudheid, geen goesting is geen zin.
- Pieren uit de neus halen is trachten iets te achterhalen.
- Containerpark is een milieustraat, stoefen is opscheppen, bibbergeld is gevarengeld.
- Tas is een kopje, zak is een tas.
- Een bank is een harde bank een bank in een kamer is meestal een zetel of sofa.
- OXO is boter-kaas-eieren.
- Pief poef paf is in Nederland pief paf poef.
- Een kat een kat noemen is het beestje bij de naam noemen.
- Niet rond de pot draaien is er niet omheen draaien.
- Moeskopperij is het stelen van groente of fruit van iemands grond
Gelukkig heb ik heel aardige buren waar ik mijn ‘Vlaamse avonturen in taal’ altijd even aan mag voorleggen. Ook deze keer dus weer gecontroleerd door autochtone en taalgevoelige Vlamingen.


