Columns

Zonnebril

Zonnebril klinkt altijd vrolijk, doet ons aan zonovergoten terrassen denken, aan hagelwitte stranden met rietjes in cocktailglazen en gebronsde lichamen. In een volgende zin dan het woordje ergernis opnemen, ga ik hier dan ook niet doen, want tekst is als room; je moet het luchtiger maken, opkloppen.

Voilà.

Dus nu de zon weer ruimschoots in het land is, zou ik het eens graag over een kleine ‘kribbigheid’ van me willen hebben.

Ik kan het namelijk niet altijd goed velen als iemand die over mij zit een zonnebril draagt tijdens een gesprek. Boenk! Ik vind het gewoon ongemakkelijk, die holle, donkere ogen die dan iets anders denken dan dat ze zeggen, die mij zitten te begluren terwijl ikzelf met open vizier en met het venster op de ziel hen welkom heet in mijn gedachten.

(Sneller nu) En dan heb je ook nog van die brillen waarin de duisternis valt afhankelijk van de lichtinval, waarbij je je dan helemaal afvraagt of je daarnet iets verkeerd hebt gezegd. Ze kunnen bovendien ook nog ergens anders naar kijken, die donkere glazen, ongeïnteresseerd, afwezig glurend naar het decolleté van de dame verderop of naar de terugtrekkende haarlijn op je voorhoofd.

Nee, donkere glazen stellen me niet op mijn gemak. Ze brengen me stante pede in een zekere staat van onbehagen.

Ik vind het gewoonweg in private kijken wat die doen.

(Om dan nog te zwijgen over die zonnebrillen op sterkte 😃)

Reageer

Back to top button