De situatie in onze gevangenissen is onhoudbaar: de noodwet is een druppel op een hete plaat
Justitie bevindt zich in een uitzonderlijke noodsituatie. Zowel het gevangeniswezen als de rechterlijke orde is verregaand getroffen en ontregeld, schrijft Serge Rooman, samen met o.a. de federatie van Vlaamse gevangenisdirecteurs. Het is onhoudbaar.
In het gevangeniswezen heerst een humanitaire noodsituatie door de structurele overbevolking. Er zijn 11.040 plaatsen en meer dan 13.000 gedetineerden. Die overbevolking heeft onaanvaardbare gevolgen. Er slapen elke nacht tot driehonderd gedetineerden op de grond in veel te kleine en nauwelijks verluchte cellen. De spanningen die daardoor ontstaan leiden tot geweld tussen gedetineerden onderling en tegen personeelsleden. Alle rechtszaken lopen vertraging op, waardoor gedetineerden langer opgesloten zitten en slecht voorbereid weer naar buiten komen.
Een gevoel van wanhoop heeft zich gaandeweg meester gemaakt van alle betrokkenen: zowel de gevangenen als het personeel zien het niet meer zitten. Door de overbevolking is de situatie onmenselijk geworden, we zijn aanbeland in een humanitaire crisis. De directrice-generaal van het gevangeniswezen postte onlangs op haar Linkedin-pagina: “We kunnen het niet langer dragen.”
Ook justitie kreunt onder de druk
Ook justitie verkeert in een noodsituatie, door haar toenemende ongeloofwaardigheid in de samenleving. Die is het gevolg van een algeheel gevoel van straffeloosheid. Mensen hebben de indruk dat gevangenisstraffen niet of veel te laat worden uitgevoerd. Bij laattijdige uitvoering voelt de dader geen repercussies voor het criminele gedrag dat hij op dat ogenblik stelt.
Bij de bevolking ontstaat de perceptie dat daders ‘ongemoeid’ worden gelaten, er gebeurt op het eerste gezicht niets. Er worden ijverig parkeer- en snelheidsboetes uitgeschreven, terwijl ‘criminelen’ met verlengd penitentiair verlof mogen wegens de overbevolking in de gevangenis en daarbij soms drama’s veroorzaken. Burgers raken door die justitiële tegenstrijdigheden alle vertrouwen in de rechtsstaat kwijt.
Silent killer
Die crisis bij justitie is veel minder zichtbaar dan die in de gevangenissen, maar ze is nog veel ernstiger. Het is een silent killer, te vergelijken met een geurloze CO-vergiftiging bij nacht. Het gevoel van straffeloosheid bij de modale burger gaat overigens voorbij aan het feit dat de helft van onze gedetineerden zijn straf volledig uitzit en niet vervroegd vrijkomt. Perceptie is alles.
Noodwet biedt geen oplossing
Die crisis behoeft een politieke oplossing en kan niet (meer) binnen justitie zelf worden opgelost. Zelfs de noodwet die vorige week werd goedgekeurd, voorziet niet in voldoende middelen en maatregelen om een degelijk en duurzaam antwoord te bieden op de crisissituatie. Te veel factoren liggen buiten het bereik van justitie.
De (versnelde) uitbreiding en aanpassing van de bestaande gevangeniscapaciteit, bijvoorbeeld, past in een breder politiek debat. Het is niet louter een kwestie van middelen vrijmaken om capaciteit bij te bouwen en uit te breiden, het is ook een fundamentele en principiële kwestie. Wie radicaal kiest om de capaciteit uit te breiden, beslist meteen ook dat we veel mensen voor lange tijd naar de gevangenis moeten blijven sturen. Bijkomende capaciteit lijkt op het eerste gezicht een volstrekt logische en noodzakelijke oplossing voor de overbevolking. Maar dat is het niet. Capaciteitsuitbreiding in het gevangeniswezen is een werk van erg lange adem. Bovendien is het een principiële keuze waarover men minstens moet nadenken alvorens er miljoenen euro’s in te investeren.
Werkbare alternatieven
Er moet een breed maatschappelijk debat gevoerd worden over welke richting wij in dit land uit willen met het strafbeleid. De trend om alsmaar meer inbreuken te sanctioneren met gevangenisstraffen die tegelijk alsmaar langer worden, is met de huidige capaciteit niet houdbaar. Er zal moeten worden gekozen wie naar de gevangenis moet en wie daar zeker niet mag terechtkomen.
Voor die laatste groep moeten duidelijke en werkbare alternatieven uitgedacht worden. Evidencebased criminologie kan een belangrijke rol spelen om het beleid daarbij te helpen en zelfs richting te geven. De universiteiten moeten samen met de magistratuur een prominente rol krijgen in die hervorming van de strafuitvoering. Populistische slogans, die veelal getuigen van een wereldvreemde naïviteit, moeten uit het debat worden geweerd. Het is zaak te kiezen uit de opties die hun doeltreffendheid al hebben bewezen in het buitenland.
Ook dat er bijna duizend psychiatrische patiënten in onze gevangenissen zitten, waar ze niet dezelfde zorg krijgen als in de reguliere psychiatrische instellingen, is een probleem. Ook dat is een kwestie van middelen en vraagt om een politieke keuze: nemen de FOD Volksgezondheid en de regionale gemeenschappen die problematiek (eindelijk) ter harte?
Geen enkele return
En dan zijn er nog de vierduizend gedetineerden zonder ‘recht op verblijf’, die na hun detentie geen toekomst hebben in België. En dat terwijl detentie in principe gericht is op re-integratie in de samenleving. Dat is een enorme belasting van de beschikbare middelen, waarvan na de detentie geen enkele return valt te verwachten: die mensen moeten het grondgebied immers verlaten. Ook op dat vlak moeten politieke keuzes worden gemaakt.
Tot slot is er de politieke kwestie of gevangenissen hoger dan hun voorziene capaciteit mogen worden ‘opgevuld’. Voorbereiding op re-integratie is niet mogelijk met overbevolkte cellen. Hoe komt het dat de gevangenis de enige instelling is zonder maximumaantal bedden? Op de plek waar de toekomst van problematische mensen wordt voorbereid, zijn de omstandigheden chronisch ‘overbelast’.
Op het terrein kunnen we alleen maar hopen dat de beleidsmakers inzien hoe urgent de situatie is. Nog deze regeerperiode moet er een commissie worden opgericht om de grote hervorming van de strafuitvoering voor te bereiden, zodat er minstens een ontwerp klaarligt voor de volgende regering. We kunnen het gewoon niet langer dragen.
Mede ondertekend door de federatie van Vlaamse gevangenisdirecteurs en de volgende gevangenisdirecteurs: Magali Gossé, Zoë Dupon, Pieter Van Caeneghem, Caelen Mania, Heleen de Keyzer, Kristof Maertens, Machteld Boudin, Sabine de Valck, Bart de Lepeleire, Jo Hayen, Lies Thyvaert, Marieke Peirsegaele, Heidi Suykens, Mirella Dysers, Marij Mermans, Ann Muylle, Iris Naert, Patricia Vrijens, Anca Wauters, Katelijn Romont, Ann Gysens, Leen Nevens, Stephanie Dehert

Dit opiniestuk verscheen eerder in De Standaard



Kijk ook even naar deze vacature!