Opinie

Is het verantwoord om zo vaak te staken in gevangenissen?

Serge Rooman maakt zich zorgen over de inflatie aan stakingen in de gevangenissen. Grijpen de vakbonden niet te snel naar te drastische middelen?

Het jaar is nog niet halfweg, en er zijn al vijf stakingen geweest in de gevangenissen, op 31 mei volgt nummer zes. De eerste actie vond op 2 januari plaats. Het personeel in de Nederlandstalige gevangenissen legde 24 uur het werk neer, nadat er een humanitaire noodmaatregel was ingevoerd. Op korte termijn zouden er extra bedden komen in sommige gevangenissen, als oplossing voor de ‘grondslapers’. Dat er nog geen garanties waren over de duur van die maatregel, over eventueel bijkomend personeel voor die opdracht en over een structurele oplossing, vormde de aanleiding voor de staking. Maar een noodsituatie vereist dat je meteen actie­ neemt en achteraf bijstuurt.

Op 14 februari, 24 maart en 22 april vonden 24 uursstakingen plaats voor de verhoging van de koopkracht, en op 8 maart werd actie gevoerd in het kader van Internationale Vrouwendag. Vrouwenrechten en koopkracht zijn lovenswaardige actiepunten, maar zijn het ook prangende kwesties voor wie in de gevangenissen werkt? Het penitentiaire personeel bestaat uit federale ambtenaren met automatisch geïndexeerde lonen. Hun koopkracht blijft dus op peil. Daarnaast is er gelijke toegang en verloning voor mannen en vrouwen in de openbare sector.

Bloed, zweet en tranen

Eerst en vooral: stakingsacties hebben het Belgische sociale landschap wel degelijk naar een hoger niveau getild. Het heeft bloed, zweet en tranen gekost om de arbeidsomstandig­heden te verbeteren. Het is dan ook logisch­ dat elke aantasting van het stakingsrecht hevige emoties teweegbrengt bij de vakbonden. Toch zijn er enkele kritische bedenkingen te maken bij de inflatie van stakingsaanzeggingen. Moet er in deze fel getergde sector niet een soort van hiërarchie van ‘redenen om te staken’ overwogen worden? Is het niet beter het stakings­middel alleen in te zetten als alle andere acties niets blijken op te leveren, en enkel voor problemen die direct met het werkveld te maken hebben?

Daarnaast moeten we ons afvragen welke andere sociale acties mogelijk zijn om een punt te maken. Zodra het sociaal overleg afspringt, gaat het personeel al over tot een 24 uursstaking. Er lijkt geen marge meer te zijn tussen overleg en staking, terwijl die er wel degelijk is. Geleidelijke opbouw en proportionaliteit zouden de leidende principes moeten zijn bij het uitstippelen van een sociale actie.

Om 16 uur naar bed

Een bijkomende vraag is of je niet beter rekening houdt met de gevolgen voor de publieke dienstverlening bij een beslissing om al dan niet over te gaan tot een sociale actie. Daar knelt het schoentje. De 24 uursstaking is de meest drastische vorm van actie. Ze hakt genadeloos in op de dienstverlening in de gevangenissen.

Om de impact daarvan te illustreren, volstaat het te kijken naar het regime in de gevangenis van Merksplas tijdens de staking van 13 mei: alle reguliere vormen van hulp- en dienstverlening van de Vlaamse Gemeenschap worden geannuleerd. Dat betekent: geen enkele vorm van bezoek, geen video­bellen, geen warme maaltijd – want ook het volledige keukenteam staakt – geen therapeutische groepsactiviteiten, geen douche, geen sport, geen werk.

Tijdens de staking van 13 mei krijgen de gedetineerden in de gevangenis van Merksplas geen bezoek en geen warme maaltijd, en kunnen ze niet douchen. Om 16 uur gaan de deuren van de cellen op slot. Serge Rooman

Wat kan wel nog? Eén uur wandelen, hopelijk één keer telefoneren, een gesprek voeren met een advocaat of iemand van de commissie van toezicht. Medische interventie is alleen mogelijk bij dringende gevallen. Om 16 uur gaan de deuren van de cellen op slot tot de ochtend. Daar moet ik nog aan toevoegen dat de gevangenis van Merksplas als strafhuis de schrijnende ellende van ‘grondslapers’ niet kent. In de arresthuizen komt dat probleem er dus nog bovenop.

Minimale dienstverlening

De minimale dienstverlening die de basisrechten moet garanderen van opgesloten burgers, schiet tekort bij 24 uursstakingen. Tijdens de eerste 24 uur kan het personeel niet opgevorderd worden, waardoor het risico steeds bestaat dat de basisrechten niet gegarandeerd zijn. In de praktijk wordt de publieke dienstverlening tijdens deze acties bijna integraal ‘on hold’ gezet. Als we willen dat tijdens stakingen effectief minimaal in diensten wordt voorzien, moeten we de minimale dienstverlening dringend evalueren.

Als het bij een 24 uursstaking niet lukt om de minimale dienstverlening te bieden en basisrechten te garanderen, is het dan nog moreel verantwoord om die zo vaak in te zetten als actiemiddel? De syndicale organisaties moeten zich daar grondig over bezin­nen. Als ze dat niet doen, is het aan de wetgever om via een wetgevend initiatief een kader te scheppen om minimaal het minimale te kunnen aanbieden.

Dit opiniestuk van Serge Rooman verscheen vandaag in De Standaard. Serge Rooman is inrichtingshoofd FOD Justitie, Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen. Hij schrijft in eigen naam.

Reageer

Lees ook
Close
Back to top button