Na de liturgische lezingen horen we de lector of de voorganger zeggen: “Het Woord van de Heer”, waarop wij antwoorden: “Wij danken God.” De lector zegt dit om aan te geven dat de voorgelezen tekst door God is geïnspireerd. De Bijbellezing is Gods Woord.
Zoals we in de eerste lezing van vandaag hebben gehoord, wil God niet dat zijn Woord vruchteloos terugkeert, zonder te bereiken waarvoor het is gezonden.
De woorden uit de eerste lezing laten ons zien dat Gods Woord een boodschapper is, of, zo je wilt, een boodschap die de predikant verder toelicht in zijn preek. Sommige mensen laten zich echter afleiden door hun omgeving of door de manier waarop de predikant spreekt. Het is belangrijk om je te richten op de kernboodschap die de Bijbellezingen verbindt met ons dagelijks leven. Zoek naar wat je inspireert om spiritueel te groeien en let erop hoe de boodschap je uitnodigt om God in de komende week te ontmoeten.
Luisteren alleen is niet genoeg wanneer we Gods Woord horen. Het is belangrijk dat we ons inspannen om het te begrijpen en de lessen vervolgens toe te passen in ons leven. Dat is wat Jezus duidelijk wil maken met de gelijkenis in het evangelie van vandaag. Terwijl de zaaier uitging om te zaaien, viel een deel van het zaad langs de weg, een deel op rotsachtige grond, een deel tussen de doornen en een deel op goede grond.
Het zaad dat langs de weg viel, staat voor mensen die het Woord van God horen, maar het niet begrijpen. Het zaad op de rotsachtige grond staat voor mensen die Gods Woord met vreugde ontvangen. Omdat het echter geen wortel in hen schiet, houden zij geen stand wanneer verdrukking of vervolging komt. Het zaad tussen de doornen staat voor mensen die toelaten dat de zorgen van het leven en de bedrieglijkheid van rijkdom Gods Woord verstikken, waardoor het geen vrucht draagt. Het zaad op goede grond staat voor mensen die het Woord van God horen, begrijpen en vervolgens toepassen in hun leven.
Jezus is de zaaier. Hij zaait het zaad in het hart van de mensen. Maar ook wij nemen die rol op ons wanneer Jezus door ons spreekt. Sommigen vragen zich misschien af wie vandaag de dag de zaaiers zijn in onze Kerk. Zo konden we onlangs in Otheo lezen dat tijdens eucharistievieringen alleen gewijde geestelijken, zoals priesters en diakens, mogen preken. Dat is zo bepaald vanuit een lange kerkelijke traditie. Toch is iedere christen geroepen om het geloof uit te dragen, want door het doopsel delen we in de profetische zending van de Kerk. Daarnaast kan een bisschop om pastorale redenen beslissingen nemen die bijdragen aan de verspreiding van Gods Woord in zijn bisdom.
Tot slot schrijft bisschop Bonny het volgende in zijn boek Herbeginnen bij Jezus Christus (pagina’s 131-132): “Elke homilie daagt mij uit om na te denken over de persoon en de boodschap van Jezus Christus. Wie was hij toen en wie is hij nu? Met wie is hij in gesprek of bij wie is hij op bezoek? Wat doet hij met zijn leerlingen en met zijn vrienden? Hoe gaat hij om met onbegrip en tegenstand? Hoe spreekt hij over God, die hij zijn Vader noemt? Welke tegendraadse boodschap heeft hij voor onze samenleving?”
Deze woorden van de bisschop kunnen ons helpen telkens wanneer we een passage uit de Bijbel lezen of aan anderen uitleggen. Daarbij mogen we ons telkens afvragen of we er ten minste één waardevolle les uit hebben gehaald.
Dit was de homilie van 12 juli 2026, 15de zondag in de gewone tijd
Eerste lezing Jesaja 55, 10-11
Evangelie volgens Mt. 13, 1-23
Jesaja 55, 10-11. Mt. 13, 1-23


