Bisschop Johan Bonny publiceerde onlangs het boek Bisschop op de Brug. Dat dient als leidraad voor de implementatie van het synodale proces in het bisdom Antwerpen. Wat mij vooral opviel, is dat het document de nadruk legt op inclusiviteit.
De bisschop wees erop dat parochies al meer dan tien jaar zijn samengevoegd tot pastorale eenheden, onder leiding van een gezamenlijk pastoraal team. Ook deze pastorale eenheden hebben het echter niet gemakkelijk. Te weinig medewerkers moeten te veel gebieden bestrijken.
Hij zei dat jonge medewerkers verdwalen in een veelheid aan verwachtingen en snel hun aanvankelijke enthousiasme verliezen. Ze lijden aan een gevoel van ‘pastorale eenzaamheid’. Jonge gezinnen of nieuwkomers voelen vaak weinig verbondenheid met de plaatselijke parochie; hun relaties zijn verspreid over een grotere regio.
Gemeenschapshuizen tegen 2030
Als tussenstap heeft de Bisschoppenconferentie besloten dat elke pastorale eenheid tegen 2030 moet beschikken over een gemeenschapshuis, een soort ‘missiepost’ waaraan alle medewerkers verbonden zijn en van waaruit zij hun missie uitvoeren. Hij zei dat elke pastorale eenheid de dialoog zal aangaan in rondetafelgesprekken
- om toegewijde en zoekende gelovigen in staat te stellen naar elkaar te luisteren,
- om werkers van het ‘eerste’ en het ‘laatste’ uur met elkaar te verbinden,
- om ouderen en jongeren in staat te stellen van elkaar te leren, om de inbreng van mannen en vrouwen te waarborgen,
- om medewerkers uit het ene dorp met die uit een ander te verbinden, om gelovigen van hier en elders dichter bij elkaar te brengen,
- om bruggen te slaan tussen de kerkgemeenschap en de samenleving.
Samen als eerste christenen
Deze visie van de bisschop komt vooral naar voren in de eerste lezing van vandaag, waar staat: “Allen die geloofden, waren bijeen en hadden alles gemeenschappelijk.” De vroege christenen deelden niet alleen alles wat ze hadden gelijkelijk, maar ze baden ook samen en vierden samen de communie. Ook in het evangelie zien we dat de apostelen zelfs in moeilijke tijden bij elkaar bleven. Hoewel Jezus, hun leider, gekruisigd en begraven was, bleven ze bij elkaar en bleven ze verenigd in gebed.
Steun in moeilijke tijden
Samen blijven neemt niet al onze uitdagingen weg, maar het helpt ons om elkaar te steunen. De apostelen waren bijvoorbeeld bang voor de Joden, maar dankzij de eenheid die ze deelden, bleven ze bij elkaar en bleven ze hun geloof belijden. Dit geldt ook voor onze wereld van vandaag, waar christenen die in sommige landen worden vervolgd, weigeren hun geloof op te geven. Ik denk dat die saamhorigheid iemand als Thomas heeft geholpen, die twijfelde aan de opstanding van Jezus. Thomas weigerde te geloven dat Jezus was opgestaan tot hij Hem met zijn ogen kon zien, maar hij bleef bij de andere discipelen totdat Jezus aan hem verscheen en hem vroeg Hem aan te raken.
Omgaan met angst en twijfel
Het evangelie van vandaag confronteert ons met begrippen als angst en twijfel. We weten wat het betekent om angst te hebben en we weten wat het betekent om te twijfelen. Maar door samen te blijven, zoals de discipelen deden na Jezus’ dood, kunnen we onze angsten overwinnen en ook de woorden horen: “Vrede zij u.” Twijfel is mij niet vreemd. Zelfs als katholiek priester heb ik momenten van twijfel gekend. Maar ik twijfel niet om te veroordelen. Ik twijfel niet om kritiek te leveren. Ik twijfel om te leren. Ik twijfel om te ontdekken. Ik twijfel om het wereldbeeld van anderen te zien. Ik twijfel om te geloven zoals Thomas deed. Angsten en twijfels worden beschouwd als negatieve elementen van de menselijke natuur. Ze kunnen ons echter helpen om meer te ontdekken en te weten te komen over de verrezen Christus.
Dit was de homilie van 14 april 2026, tweede zondag na Pasen
Eerste lezing Handelingen 2, 42-47
Evangelie volgens Johannes 20,19-31




