Het gevangeniswezen heeft nood aan ethisch leiderschap
Zes maanden na de noodkreet: nog altijd stilstand

‘Het zou voor iedereen duidelijk moeten zijn dat een overlopende badkuip niet te repareren valt als men niet eerst een deel van het water laat weglopen. Voor het gevangeniswezen betekent dit dat men noodgedwongen een contingent gedetineerden vroeger moet vrijlaten dan voorzien’, schrijft gevangenisdirecteur Serge Rooman over de aanhoudende overbevolking.
Op 23 januari zijn exact zes maanden verstreken sinds de Belgische gevangenisdirecteurs een gezamenlijk pamflet met een noodkreet publiceerden. Zij richtten zich toen tot de regering met de vraag om dringend noodmaatregelen te nemen om de crisis van de overbevolking in de gevangenissen te verlichten.
Twee eisen stonden centraal. Ten eerste vroegen ze een ontvolkingsmaatregel zodat er in Belgische gevangenissen geen mensen meer op de grond moeten slapen. Ten tweede vroegen ze financiële en personele middelen die overeenkomen met het reële aantal gedetineerden.
Vandaag, dag op dag zes maanden later, nam de regering nog steeds geen noodmaatregelen. Dat is op zijn minst bijzonder merkwaardig. Merkwaardig, omdat het volledige penitentiaire werkveld de noodkreet steunde: magistraten, het agentschap Justitie en Handhaving, diensten van de Vlaamse Gemeenschap en ook de academische wereld, over de levensbeschouwingen heen. Iedereen was en is het erover eens dat de situatie onhoudbaar is en dat er dringend iets moet gebeuren.
Een crisis zonder politieke reactie
Waar staan we dan, als we nergens staan? Heeft de overbevolking zichzelf op miraculeuze wijze opgelost? Zijn alle geïnterneerden naar aangepaste instellingen overgebracht? Zijn mensen zonder recht op verblijf massaal naar hun thuisland teruggekeerd? Stromen gedetineerden plots goed voorbereid uit bij hun vervroegde vrijlating?
Niets van dat alles is gebeurd, zelfs niet bij benadering.
Een humanitaire ramp volgens de experten
De penitentiaire beleidsraad formuleerde in haar recente vierde advies over de overbevolking een bijzonder duidelijke conclusie:
“Ondanks de inwerkingtreding van de noodwet blijft de overbevolking in de gevangenissen in een steeds sneller tempo stijgen, wat vandaag leidt tot een heuse humanitaire ramp die het nemen van dringende en ingrijpende maatregelen rechtvaardigt.”
Wanneer een adviesraad spreekt over een humanitaire ramp, mag men verwachten dat een regering zich in crisismodus organiseert om dat drama te verlichten. Toch valt er onder de winterzon geen enkele beweging te bespeuren. Op het laatste kernkabinet voor het eindejaarsreces vond men geen politieke oplossing. Men schoof het dossier door naar 2026.
Dat veroorzaakte grote consternatie en ongeloof op het werkveld. Zelden negeerde men een sector in nood zo manifest. Het gevoel niet gehoord en genegeerd te worden, leeft overal.
Politieke blokkering en ideologische kramp
Voor alle actoren in het werkveld, zowel federaal als regionaal, is het ondertussen glashelder dat de stilstand in dit dossier een louter politieke oorzaak heeft. Het probleem blijft niet liggen omdat het zo complex of technisch moeilijk is. De regering geraakt het onderling gewoon niet eens over een oplossing voor deze humanitaire crisis.
Daarbovenop koppelde men het dossier aan de aanwezigheid van militairen op straat. Zo groeide het uit tot een politieke armworsteling, die ondertussen op een uitputtingsslag lijkt: MR versus CD&V. Wie geeft eerst toe, en wie krijgt de zwarte piet?
De premier, die de woorden “penitentiaire crisis” of “humanitaire ramp” nog nooit publiekelijk uitsprak, zoekt in bilaterale en trilaterale gesprekken naar compromissen. Hij probeert zo zijn regeringspartners toe te laten samen door één gevangenispoort te wandelen, zonder dat één van hen politiek achterblijft als een grondslaper.
Dat alles doet vrezen dat de toekomstige noodmaatregelen vooral een politiek compromis zullen worden, in plaats van een penologisch verantwoorde set maatregelen die echt effect heeft op de werkvloer.
Drie haalbare oplossingen liggen klaar
Dit alles is des te stuitender omdat de penitentiaire beleidsraad, de expertenraad bij uitstek over dit thema, al maanden drie legale pistes voorstelt die op zeer korte termijn ingevoerd kunnen worden:
- een collectieve koninklijke genade;
- de uitbreiding van de huidige vervroegde invrijheidsstelling van zes naar twaalf maanden voor het strafeinde;
- de invoering van een automatisch mechanisme van strafvermindering bij overbevolking.
De overheid hoeft dus alleen maar een keuze te maken. Alles ligt klaar, als op een gouden schotel aangereikt. Zodra men beslist, vertrekt de trein richting uitweg uit deze crisis.
Gebrek aan moed en ethisch leiderschap
Helaas passen deze oplossingen niet in de ideologische verhalen waarmee regeringspartijen vandaag hun kiezers proberen te overtuigen. Ze zouden de ethische kaart kunnen trekken: die van menselijke waardigheid en humaniteit, die voor zowel gedetineerden als personeelsleden op de werkvloer verdwenen is. Welk leiderschap laat zijn mensen zo achter?
Toch trekt niemand een rode lijn. Niemand offert zich politiek op. Men vreest vooral om bestempeld te worden als de partij die verantwoordelijk zou zijn voor een vermeende criminele tsunami wanneer honderden gevangenen vroeger vrijkomen. Men verwacht dat de rechtse oppositie daar gretig en ongenuanceerd op zal springen.
Maar heeft die oppositie een werkbaar alternatief op korte termijn dat de toets van de rechtsstaat doorstaat? En is opkomen voor menselijke waardigheid en humaniteit werkelijk een zwaktebod? Hier zijn moed en ethisch leiderschap nodig, misschien zelfs opoffering.
Waarom uitstel de samenleving onveiliger maakt
Het zou voor iedereen duidelijk moeten zijn dat men een overlopende badkuip niet kan herstellen zonder eerst water af te laten. Voor het gevangeniswezen betekent dat dat men noodgedwongen een contingent gedetineerden vroeger moet vrijlaten dan voorzien, met uitsluiting van enkele zeer problematische categorieën waarover vrijwel iedereen het eens is.
Het gevangenispersoneel kan bovendien verzekeren dat langere straffen in de huidige detentieomstandigheden alleen maar extra schade veroorzaken. Ze maken de samenleving niet veiliger, integendeel.
Dat is misschien nog het meest absurde en perverse aan het politieke getalm. Men blijft wachten met beslissen over vervroegde vrijlating om de samenleving zogezegd niet onveilig te maken. Maar juist daardoor maakt men diezelfde samenleving uiteindelijk veel onveiliger. Niets is gevaarlijker dan een amper voorbereide gedetineerde die maandenlang onder omstandigheden leefde die slechter zijn dan die van sommige dieren in de intensieve agro-industrie.
Dat is geen ideologie, maar gezond penitentiair boerenverstand. Nu nog onze politici.
Opinies op merksplas.NU
In de opinierubriek komen meningen aan bod van mensen uit Merksplas of die er een band mee hebben. Hun naam vind je netjes bij de titel. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud ervan.
Die meningen hoeven niet noodzakelijk die van de redactie te weerspiegelen.
Jouw opinie kan hier ook een plaats krijgen. We hebben daar nog wel spelregels bij.

Dit opiniestuk verscheen eerder in Knack, het tijdschrift ‘voor mensen met een lenige geest. Want wie slim is, durft twijfelen.’



Dit is al 30 jaar het geval en de vakbonden hebben dit al die jaren aangekaart, toen kregen ze geen steun van uit geen enkele hoek.
Toen waren er misschien nog financiële middelen en politieke steun maar nu🫣🤨
Nu zijn er niet meer problemen dan vroeger enkel meer gedetineerden.