Sebastian Roth: “Vertalen is een feest!”
“Vertalen wordt wel eens acteren op papier genoemd. En daar kan ik me in vinden.” Voor Sebastian is het geen mooie beeldspraak, maar een precieze omschrijving van wat hij elke dag doet. “Je kruipt in een stem, je probeert die geloofwaardig te laten klinken, en tegelijk blijf je jezelf. Dat maakt het zo boeiend. Voor mij is vertalen een feest.”
Sebastian Roth woont in Merksplas. Vijf jaar geleden begon hij met literair vertalen. Dat doet hij met veel succes. Zijn vertalingen van twee boeken van de Duitse schrijver Rainald Goetz werden erg goed ontvangen: Irre (Gestoord) en Rave. En weldra verschijnt Lookalikes van Thomas Meinecke in zijn vertaling. We praatten met hem op een Koffiegesprek in de Merksplasse bib. Over hoe je als vertaler in het hoofd van een schrijver kan kruipen? En over taal, over zoeken naar de juiste toon, over twijfelen en kiezen.
➽ Was vertaler worden altijd jouw jongensdroom?
Sebastian: “Nee, totaal niet. Ik ben begonnen als journalist. Ik maakte korte stukken voor Focus Knack over muziek, film en series. Dat vond ik leuk, vooral door de mensen die ik ontmoette. Maar op een bepaald moment was het op. Ik snakte naar vrijheid.”
Die vrijheid vond hij in de literatuur. Met de vertaling van Gestoord van Rainald Goetz kreeg hij zijn kans. “Dat boek had me tien jaar eerder compleet omvergeblazen. Ik was blij dat ik, helemaal uit het niets, een uitgever vond die me die vertaling liet maken.”
➽ Waarom koos je voor Germaanse studies?
Sebastian: “Ik ben voor een stuk tweetalig opgevoed, in het Nederlands en het Duits. Maar de Duitse literatuur kende ik eigenlijk niet. Die boekenkasten van mijn moeder waren bijna intimiderend. Er school een wereld in die ik niet kende, in een taal die ik sprak met mijn vader en oma. Ik wilde die wereld ontdekken.”

➽ Wanneer begon het vertalen echt te kriebelen?
Sebastian: “Daar mocht ik al van proeven in mijn studententijd, met een project rond Thomas Meinecke, Schakelpauzes, waarvoor ik de inleiding schreef. Na mijn studies werkte ik mee aan een project van Arne De Winde, rond Meineckes boek Hellblau.”
“Bij Helblauw werkten we met een vijftigtal vertalers. Iedereen nam kleine fragmenten voor zijn rekening. Ik merkte dat ik steeds meer stukken wilde doen. Eerst vijf pagina’s, dan tien. Het bleef maar komen. Daar begon het gevoel te groeien: dit is echt iets voor mij. Het bijzondere daaraan was dat je niet gewoon “een boek” vertaalde, maar deel werd van een veelstemmig proces.”
Tegelijk merkte hij hoe veeleisend dat werk is. “Je moet een schrijver leren kennen. Zijn wereld begrijpen. Dat geldt voor Meinecke, maar ook voor Goetz. Dat zijn geen evidente teksten.”
“Zonder vertalers zouden die boeken hier niet bestaan”
Sebastian: “Kijk hier in de bib even om je heen. Wij denken vaak dat die boeken gewoon bestaan. Iemand schrijft ze, ze worden uitgegeven, en wij lezen ze. Maar zonder vertalers zouden veel van die boeken hier niet staan. In die zin maakt de vertaler het boek mee.”
“Goetz zegt dat zelf ook expliciet. Over Insane, de Engelse vertaling van Irre zei hij: “Nathan Adrian West heeft dit boek, woord voor woord, geschreven. De vertaler moet de moed hebben om het boek opnieuw te schrijven, om een stem te vinden, zijn eigen stem, die past bij de stem van de oorspronkelijke tekst.” Dat vind ik een fascinerende gedachte. Ik weet niet of ik ze helemaal onderschrijf, maar ik ben het er volmondig mee eens dat een vertaler het lef moet hebben om de schrijver van andermans tekst te zijn.”
Gestoord: emotioneel zwaar, maar noodzakelijk
➽ Hoe was het om Gestoord te vertalen?
Sebastian: “Ik heb het boek wel tien keer gelezen voor ik eraan begon. Het is emotioneel zwaar. Die stemmen van patiënten en artsen, die radeloosheid … dat kruipt onder je huid. Het boek heeft me soms helemaal opgeslokt.”

“De psychiatrische verslagen die in Gestoord voorkomen, waren ook niet simpel. Dan kom je in aanraking met jargon dat in het Duits anders is dan in Nederland, en in Nederland weer anders dan in België. Je zit eigenlijk met drie talen tegelijk, over 4 decennia heen te werken.”
“En woorden dragen een visie in zich. Hoe je over waanzin spreekt, zegt iets over hoe je ernaar kijkt. Dat besef je als vertaler heel sterk. Dan komt het erop aan de juiste keuze voor het personage in kwestie te treffen, de juiste sound te vinden, vaak tussen verschillende opties met uiteenlopende bijklanken.”
“Je moet ook weten waar je grenzen liggen. Ik heb nooit in een psychiatrie gezeten. Ik heb die ervaring niet. En toch moet ik in de huid van mensen met therapieresistente depressies, paranoïde denkbeelden of dwangneuroses kruipen. Het is belangrijk om daarbij bewust te zijn van je eigen blinde vlekken. Die spanning tussen totale inleving en andersheid fascineert me mateloos.”
“Om die blinde vlekken te verkleinen heb ik veel gelezen, met psychiaters gesproken, teksten naast elkaar gelegd, gekeken naar wat er al over waanzin geschreven werd: van Karl Jaspers tot Foucault, verslagen en studies en uiteindelijk bij Wouter Kusters en zijn Filosofie van de waanzin. Dat boek was voor mij bijzonder verhelderend.”
Maar Roth hield vol. “Ik bleef overtuigd door de kwaliteit van het boek en bleef het belangrijk vinden dat het boek nu een nieuw publiek zou vinden. Dat gaf houvast. Het is geen toegankelijke literatuur; je moet er iets voor over hebben. Maar net daarom is het belangrijk.”

Hermetisch of juist toegankelijk?
➽ Veel mensen noemen Rave hermetisch en moeilijk. Deel jij die indruk?
Sebastian: “Eigenlijk niet. Rave heeft geen echt plot. Zinnen breken af, springen ineens naar een andere plaats. Als vertaler is dat lastig: sluit deze passage nu aan bij de vorige of niet? Wat betekent dit precies? Maar als je je gewoon laat drijven op het ritme van het boek, vind ik het eigenlijk heel toegankelijk. Dan word je meegesleurd, soms in een stroomversnelling. In dat opzicht is het een van de toegankelijkste boeken die ik ken.”
Voor hem zit er een utopische kracht in het boek. En die is uiterst actueel: “Het gaat over dansvloeren, zwetende lijven, liefde, sociale energie en co-creatie. Over mensen die zich een ruimte toe-eigenen, tegen de opgelegde alledaagse moraal in. Er zit ook iets religieus in: met de dj als hogepriester, en de dansers die met hem gebeden prevelen met glazige ogen. Dat vind ik prachtig.”
Vertalen als ambacht
Sebastian: “Vertalen is een ambacht. Je leert het door het te doen. Door fouten te maken. Door veel te lezen. Ook oudere schrijvers, zoals Jeroen Brouwers, hebben me veel geleerd.”
In het begin zag hij de brontekst bijna als iets heiligs. “Zeker bij zo’n grote naam als Rainald Goetz durf je nauwelijks los te komen van wat er staat. Terwijl dat net essentieel is. Nu voel ik beter waar ik mag afwijken. Duits en Nederlands liggen dicht bij elkaar, maar als je te letterlijk blijft, gaat de tekst haken.”
“Vertalen kan soms moeilijker zijn dan schrijven. Meinecke voegde in Lookalikes op een zeker moment een Duitse vertaling van Franse 16de-eeuwse poëzie in. Daarin wordt telkens een vrouwelijk lichaamsdeel benoemd en geroemd – literaire vetlapperij, zeg maar. Elke regel telt daarenboven een bepaald aantal lettergrepen en verloopt ook nog volgens een bepaalde rijmstructuur. Dan moet je eerst terug naar het origineel en ontdek je dat de beeldspraak in vertaling sterk kan veranderen. Dan moet je begrijpen wat het Duits ermee doet, en kijken hoe je er in het Nederlands weer iets levends van maakt, in functie van Lookalikes. Dat vraagt veel werk, maar het dwingt je ook om creatief te zijn. Het gaf me bovendien enorm veel respect voor poëzievertalers, die vaak vormvast moeten werken en ook nog eens al die betekenislagen moeten condenseren.”
“Voor mij is de oorspronkelijke tekst een soort blauwdruk: hij ligt er, en ik werk daarop. Ik zorg dat hij dezelfde klank, hetzelfde gevoel behoudt, zodat hij bij de lezer ongeveer hetzelfde oproept als bij mij. En dan hoop ik dat ik het goed gedaan heb.”
➽ Praat je in het vertaalproces met de auteurs?
Met Thomas Meinecke is het contact direct: bellen, chatten, mailen. Met Goetz verliep het formeler, via brieven en e-mails. “Maar hij antwoordde altijd uitgebreid en gaf veel vrijheid.”
Een antwoord is hem bijzonder bijgebleven: “In Rave ging het, midden in de roes van de dansvloer, over tekeningen van de kunstenaar Albert Oehlen en kwam het woord ‘Verkantungen’ voor. Dat komt van het werkwoord ‘verkanten’: doen kantelen. Het ging in die zin over ineenschuivende tijdsneden, zichtbaar in die ‘Verkantungen’ op de tekeningen. Geen makkelijke zin. De context bood ook weinig houvast; net daarvoor gaat het over ‘de tijd van de lindebloesems’. Ik vroeg wat ‘Verkantungen’ precies waren en Goetz antwoordde dat het een ‘begrippenbeeld’ was. Dat voelde ik ook zo aan, waarbij de textuur van het woord een belangrijke rol speelde. Uiteindelijk zijn de ‘Verkantungen’ ‘kantelvlakken’ geworden. Uit Goetz’ antwoord sprak een groot vertrouwen, vond ik.”

Twijfel, loslaten en deadlines
➽ Hoe ga je om met twijfel?
Sebastian: “Ik blijf maar schaven. Maar op een bepaald moment moet je stoppen. Al die mogelijke opties zijn boeiend; je zou er essays over kunnen schrijven, maar uiteindelijk moet er één versie komen. En daar groei je in. Deadlines zijn voor mij essentieel. Anders zou ik blijven doorgaan. Ik zou er jaren aan kunnen blijven werken.”
Bij sommige boeken hielp een glijdende deadline.
“Ik kon het manuscript gerust een maand laten liggen. Dat was enorm waardevol. Soms moet je gewoon zeggen: het is goed geweest. Ga slapen, en kijk er morgen met een frisse blik naar.”
“Een vertaling is altijd maar een vertaling”
Sebastian: “Er bestaan geen vaste regels voor vertalen, denk ik. Natuurlijk heb je techniek, maar uiteindelijk werk je ook op gevoel. Zeker bij poëzie zie je dat. Vertalers leggen dan soms uit waarom ze afwijken van een vertaling van bijvoorbeeld honderd jaar geleden. Soms is dat heel doordacht, soms puur intuïtief. En beide opties zijn geldig.”
Hij benadrukt: “Een vertaling is altijd maar een vertaling. Het is niet dé vertaling.”Hij droomt ervan om Gestoord ooit opnieuw vertaald te zien. “Stel dat iemand dat binnen twintig jaar nog eens aanpakt. Dan zou je merken hoe betekenis verschuift.”
Lookalikes: dj-literatuur

Momenteel werkt hij aan Lookalikes van Thomas Meinecke.
Sebastian: “Het boek vertrekt van mensen die uiterlijk op elkaar lijken, maar innerlijk totaal verschillend zijn. Het is in de eerste plaats hyperlinkliteratuur. Je kan het lezen alsof Meinecke achter zijn computer zit en van link naar link springt. Van Britney Spears en haar dubbelganger naar Žižek, Lacan, Julia Kristeva, over het vleeskleed van Lady Gaga naar Grace Jones.”
“Meinecke verbindt popcultuur met filosofie. Het gaat over biopolitiek, over representatie, over hoe zwarte artiesten soms letterlijk moesten optreden als “imitatie van zwart zijn”. Dingen die vandaag bijna onbegrijpelijk lijken, maar wel bestaan hebben.”
“Het is oppervlakteliteratuur in de letterlijke zin: hij onderzoekt de oppervlakte. Hij oordeelt niet, hij legt naast elkaar. Jij kijkt en trekt eventueel je eigen conclusies. Of zelfs dat hoeft niet. Het is sampleliteratuur, bijna dj-literatuur. Meinecke is zelf ook dj: hij knipt en plakt fragmenten aan elkaar. Een scrapbook van ideeën.”
“Daarnaast reist Meinecke in het boek ook naar Brazilië, proeft er van de candomblé-cultuur, waar mensen bezeten raken door geesten. Hij kijkt naar gender, naar machocultuur, naar religie, en zet zo het westerse denken op zijn kop. Niet om een boodschap te verkondigen, maar om te tonen hoe vreemd en rijk die werkelijkheid is. Kleine snippets, kleine samples, geen groot sluitend systeem.”
Het boek verbindt popcultuur met filosofie, zonder te oordelen. “Hij legt naast elkaar. Jij kijkt en trekt eventueel je conclusies.”

Theater als volgende droom
Sebastian: “Wat er hierna komt, is eerst Die Woche van Heike Geissler. Ik vind haar een heel interessante schrijfster. In het Nederlands is van haar al Seizoensarbeid verschenen, in een vertaling van Hannelore Roth, mijn tweelingzus. Daarna hoop ik me te kunnen storten op Lapidarium, de laatste theatertrilogie van Goetz, waarvan het derde deel onlangs in première ging. Ik zou die tekst ooit graag in het Nederlands op scène zien. Dat lijkt me geweldig.”
“Theaterwerk is weer een andere manier van vertalen. Woorden moeten niet alleen leesbaar zijn, maar ook uitgesproken kunnen worden, met licht en muziek erbij. Je vertaalt met het idee dat het effectief moet klinken.
Ook bij Gestoord en bij Rave had ik al het gevoel dat die teksten op een scène zouden kunnen werken. Ik hoorde zelfs dat iemand fragmenten uit Gestoord in een dramales had gebruikt. Jammer dat ik daar niet bij kon zijn. Ik zou het fantastisch vinden om al die stemmen en interpretaties te horen.”
Voltijds vertalen: een uitzondering
“Dit is het eerste jaar dat ik voltijds kan vertalen. Dat is vrij uitzonderlijk. Dat lukt alleen dankzij het vertrouwen van uitgevers en subsidies van Literatuur Vlaanderen.”
De economische realiteit blijft moeilijk.
“Veel literair vertalers kunnen hun werk nauwelijks betalen, moeten er nog een beroep bij nemen, terwijl literair vertalen juist een enorme focus vraagt. Voor jonge vertalers, zeker zij die experiment willen aangaan of buiten de gebaande paden willen werken, is dat bijzonder moeilijk. En dat is gevaarlijk voor literatuur zoals Rave. Zulke boeken zijn geen bestsellers. Ze verkopen geen duizenden exemplaren.”
“Daarom ben ik ook zo blij met mijn uitgever, Het Balanseer: een uitgever die zulke eigenzinnige teksten blijft uitgeven, waarvan je op voorhand denkt: dit verkoopt nooit. En toch doen ze het. Zonder betaalde influencers, zonder marketingtrucs, maar met vertrouwen in literatuur, in poëzie, in niet-evidente teksten.”
Zichtbaarheid en waardering
Hij is blij dat vertalers vandaag zichtbaarder worden.
“Vroeger stond de naam van de vertaler hooguit in het colofon. Nu zie je ze vaak op de cover. Er wordt ook meer over vertalen gepraat. Dat is belangrijk.”
Hij raadt ook de literaire vertaaldagen aan.
“Daar krijg je te horen hoe verschillende vertalers hun beroep invullen, wat de charmes en uitdagingen van het vak zijn, zowel in als buiten de tekst. En tijdens workshops zie je hoe verschillende vertalers met dezelfde tekst omgaan. Dat is prachtig. Het zijn zeldzame momenten waarop veel vertalers samen zijn, want uiteindelijk zitten we toch meestal verspreid, in onze kamertjes achter de laptop.”

➽ Wat hoop je dat lezers meenemen uit je vertalingen?
Sebastian: “Ik hoop vooral dat ik de originele auteur kan laten echoën. Bij Gestoord vond ik het heel belangrijk om bepaalde ideeën of idealen rond normaliteit tegen te gaan en vooral een empathisch perspectief te creëren. Het is een boek dat de tijdsgeest nog altijd sterk weerspiegelt”
“Bij Rave gaat het voor mij om die utopische energie, en om de vorm, de experimentele kracht. Het is alsof je op de dansvloer staat. Het is poëtisch, intens, en dat vind ik gewoon mooi. Het was een feest om te vertalen en evenzeer om te lezen.”
In de bib (van Turnhout)
kan je zowel Gestoord als Rave uitlenen.






Dirk, dit is een verslag dat gebruikt kan worden binnen een cursus literatuur.
De waardering voor het werk van de vertaler komt in uw tekst heel impliciet over: vertaalde literatuur komt pas tot haar recht door het talent van de vertaler om in de huid van de oorspronkelijke schrijver te leren kruipen… zoekend naar de geest van zijn schrijfwerk.