Vrijdagmiddag werd in Merksplas het toeristisch seizoen geopend met een wandeling op het domein van Zwart Goor.
Die tocht bracht niet alleen een vijftigtal wandelaars op pad, maar ook een stuk lokale geschiedenis tot leven. Centraal stond het verhaal van Martin Verbeeck, een ondernemer die het gebied mee vormgaf. Wij lieten ons op sleeptouw nemen door gids Karel Govaerts.

Van gemeengrond tot ontginning
“Tot in de 18de eeuw waren deze gronden bos en hei”, vertelt gids Karel Govaerts. “Het waren gemene gronden: van de gemeenschap, waar mensen hun dieren lieten grazen.”
In de 19de eeuw veranderde dat landschap ingrijpend. Door de aanleg van kanalen en de ontwikkeling van onder meer de Merksplas Kolonie kwam er steeds meer druk op de gemeenschappelijke gronden. Overheden stimuleerden de verkoop en ontginning ervan, om de regio economisch te ontwikkelen. Zo verdwenen geleidelijk grote stukken heide en maakten ze plaats voor landbouw en bosbouw.
De rol van François Splingard
Een van de sleutelfiguren in die evolutie was François Splingard. Als ingenieur bij Bruggen en Wegen én als privé-investeerder speelde hij een belangrijke rol in de ontginning van de Kempen.
In 1856 kocht hij een uitgestrekt gebied van zo’n 700 hectare heidegrond. Hij liet het omvormen tot een landschap met dennenbossen en landbouwgronden. Die dennen waren geen toeval: ze leverden hout op dat onder meer gebruikt werd als mijnhout.

Opvallend is dat Splingard het gebied structureerde met verschillende dreven in een geometrisch patroon. Volgens Karel Govaerts zou dat verwijzen naar zijn affiniteit met de vrijmetselarij.
De bebossing bracht economische activiteit en werkgelegenheid naar de streek, en legde mee de basis voor de verdere ontwikkeling van Merksplas.
Martin Verbeeck: ondernemer met visie
Martin Verbeeck (1882–1959), afkomstig uit een brouwersfamilie in Dessel, koos begin 20ste eeuw zijn eigen weg. In plaats van de familietraditie voort te zetten, zag hij kansen in de houtindustrie.
Het Zwart Goor trok zijn aandacht door de aanwezige dennenbossen. Het hout was geschikt als mijnhout, een grondstof waar in die periode veel vraag naar was. De stammen gingen per kar naar Turnhout, waar ze verder verwerkt werden.
Verbeeck investeerde daardoor ook in de infrastructuur. Wegen die beschadigd raakten door het zware transport liet hij herstellen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kon zijn bedrijvigheid er bovendien voor zorgen dat een deel van zijn arbeiders aan verplichte tewerkstelling ontsnapte.
In 1919 kocht hij het domein. Hij bouwde het verder uit en gaf het deels een parkachtig karakter, met aandacht voor zowel productie als landschap. Daarmee drukte hij duidelijk zijn stempel op het gebied.
Hij groeide snel uit tot een invloedrijke en veelzijdige ondernemer. Vanuit Turnhout en later Antwerpen ontplooide hij activiteiten in uiteenlopende sectoren zoals houthandel, openbare werken, cementproductie en de ontginning van wit zand.
Wereldburger in de Kempen
Verbeeck was een pionier en een veelzijdig ondernemer. Hij stond mee aan de wieg van verschillende bedrijven, waaronder de Nouvelles Sablières de Moll. Ook internationaal liet hij zijn stempel na. Als medeoprichter en afgevaardigd bestuurder van CBR (Cimenterie & Briqueteries Réunies) droeg hij bij aan de uitbouw van de cementindustrie in België en ver daarbuiten, met activiteiten in Europa, het Midden-Oosten, Afrika en Amerika.
Naast zijn industriële activiteiten investeerde Verbeeck ook in landbouw. Op zijn uitgestrekte domein ’t Zwart Goor in Merksplas moderniseerde hij de landbouwpraktijken en experimenteerde hij met innovatieve technieken. Het domein groeide uit tot een vooruitstrevend landbouwbedrijf van maar liefst 1200 hectare.
Karel Govaerts: “Martin Verbeeck stond positief in het leven: hij dacht in oplossingen. Voor de tuinbouw ging hij op zoek in België en Nederland naar topspecialisten, en kwam hij op het idee om plantjes te verkopen in plaats van zaden. Hij moderniseerde zijn stallen, zodat er efficiënter gewerkt kon worden. En hij was ook uitermate sociaal: hij sponsorde gul de fanfare Sint-Willibrordus voor de bouw van zaal Van Dyck, of hij betrok zijn arbeiders in een soort ondernemingsraad.”

Van bloei naar crisis
Het verhaal kende echter geen ononderbroken succes. Na de beurscrisis van 1929 kwam Verbeeck financieel in de problemen. Zijn bank ging failliet, en de Société Générale de Belgique nam uiteindelijk zijn eigendommen over. Toch wist Verbeeck zich nog te herpakken. Hij bouwde opnieuw een succesvolle carrière uit in de steenbakkerijsector en bleef actief tot gezondheidsproblemen hem in 1953 dwongen het rustiger aan te doen. Hij overleed op 20 februari 1959 op zijn landgoed Dennendal in Kapellen.
Cementkunst in verval
Wat vandaag nog op het domein Zwart Goor verwijst naar Martin Verbeeck, zijn de betonnen ornamenten. Denk maar aan het boothuis (dat omkleedcabines bevatte) of de toegangspoort aan de steenweg. In totaal gaat het om 13 elementen.
“Met heel wat mensen proberen we al enkele jaren sponsors te vinden om die stille getuigen te laten renoveren. Martin Verbeeck liet ze aanleggen om de mogelijkheden van het materiaal te exploreren. Hij zag het Zwart Goor zowat als zijn toonzaal. Verbeeck wou zijn vele genodigden laten zien dat je met cement mooie dingen kon maken. Die houtimitaties beginnen echter te lijden onder de tijd. De betonijzers binnenin roesten, en dat tast het cement aan”, zei Karel Govaerts. “We hebben al mogelijke sponsors voor een mogelijke renovatie naar hier gehaald, maar dat leverde ons meer schouderklopjes op dan de nodige centen.”
Met de heraanleg van de Steenweg op Weelde, hing ook de toekomst van de toegangspoort aan een zijden draadje. “Het Agentschap Wegen en Verkeer gaat in zijn plannen uit van de volgorde rijbaan – berm – fietspad. Daarvoor zou de poort in de weg staan. We voerden daar actie rond. Met de heraanleg nu zou de berm hier wegvallen, en zou het fietspad over een afstand naast de rijbaan liggen.”
Het Verbeeckjaar in heel de Kempen
Van april 2026 tot maart 2027 wordt op diverse plaatsen in de Kempen aandacht besteed aan de activiteiten en de nalatenschap van Martin Verbeeck. Met tentoonstellingen, lezingen, wandelingen … kan je kennismaken met de wereldburger die hij was.
Een constante daarin is een reizende tentoonstelling die het verhaal van Verbeeck in 26 panelen in beeld brengt. Die doet in het najaar de kerk van Zondereigen aan.
Op Open Monumentendag 13 september zijn er begeleide wandelingen in het Zwart Goor rond Martin Verbeeck, cementrustiek, de natuur, het pinetum …
Op 7 juni kan je meewandelen met Natuurpunt Markvallei op de ‘Verbeeck in het Zwart‘-wandeling.














