Cultuur

Geen vogelpik dit jaar, maar wel 25 jaar geschiedenis

“Ja, het blijft spijtig dat de Vogelpik niet kan doorgaan, net nu we met ons groepje 25 jaar bestaan,” zegt Christine. “Maar gezondheid boven alles, hopelijk ook voor alle kermisgangers, want mij gaan ze daar niet zien,” vult Monique aan.

De kermis zorgt er al eeuwen voor dat mensen uit alle lagen en uit alle hoeken van het dorp elkaar ongedwongen en ontspannen kunnen treffen. Met de Vogelpik bij Merksplas Kermis is dat niet anders: in die 25 jaar steeg het deelnemersaantal van 690 (in 1996) tot 1.123.

Charel Verheyden, Christine Van de Velde, Monique Boudewijns, Paul Marynissen en Jan Huybrechts zijn dat groepje dat heel die tijd de hele organisatie op zich nemen. “Een wat raar kermisjaar, zo zonder Vogelpik,” zegt Monique, “maar de mensen die ons aanspreken zijn blijkbaar blij dat we het afgelastten. De kans was te groot dat mensen te dicht bij elkaar kwamen, dat ze hun mondmaskers niet goed opzetten, en dan moest de avond nog beginnen…”

Hoe begon het voor jullie?

Jan: “25 jaar terug zaten we op een avond aan de toog van café Van Dyck, waar ook Cyrilleke Willems en War Elst zaten. Die organiseerden toen nog met z’n tweeën de Vogelpik. Dat was hard werk: ze deden alles nog met de hand, maakten zelf de deelnemerslijsten op, en dat werd hen allemaal wat te veel. Op het einde van de avond vonden we dat dat niet verloren mocht gaan. Met onze kleine groep begonnen we er toen aan. En dat is altijd goed blijven gaan. Er kruipt nochtans heel wat werk in, al wordt dat door onze jarenlange ervaring wat makkelijker.”

Vogelpik versie 2007, een opname van het VRT-programma Afrit 9

Het jaarlijkse geregel

Christine: “In juli maken we normaal de afspraken met de cafés, in augustus zorgen we voor de affiches en beginnen we ook de nummers te schrijven. Iedere deelnemer krijgt namelijk een nummer dat hij op zijn kleren kan spelden, en eenzelfde nummer op een labeltje voor zijn fiets. Dat laatste kwam er eigenlijk bij op vraag van de politie, zodat het makkelijker werd om de dagen nadien de eigenaar op te sporen van fietsen die achtergelaten werden.”

Paul: “De dag ervoor zetten we de Fuifzaal klaar: op een paar uur tijd zetten we de nadarhekkens uit, zodat we op korte tijd die meer dan 1.000 deelnemers kunnen laten starten. Die zaal is ideaal: vlakbij het parcours, maar niet in de directe buurt van de kermis of de school. “

Christine: “Op de dag zelf spreken we af om half twaalf, zodat we de eerste deelnemers om 12 uur kunnen inschrijven. Inschrijven kan tot 16 uur, zodat ook de leerkrachten van het dorp en mensen die in shiften werken makkelijk mee kunnen doen. Zo’n massa in goede banen leiden, vraagt van ons heel wat werk. Sommige mannen kunnen met hun grote handen het speldje niet op hun hemd bevestigd krijgen, en dan moeten wij helpen. Soms komt het ook omdat ze nog niet nuchter zijn van de dag ervoor.”

Inschrijven in de Fuifzaal, 2016

Cafés zijn partners

Charel: “De deelnemers kunnen bij elk café al fietsend één pijltje gooien naar een vogelpikbord. Het puntentaantal wordt door de cafés genoteerd op onze lijsten met nummers.”

“Elk café moet voor drie medewerkers zorgen: iemand die de punten noteert, iemand die de pijltjes aan de deelnemers geeft, en iemand die controleert of op de fiets en de gooier hetzelfde nummer prijkt. Over het algemeen verloopt alles eerlijk. We hebben één keer een café moeten uitsluiten omdat er onregelmatigheden gebeurden.”

Charel: ‘Sommige mensen hebben een speciale fiets voor de Vogelpik, uitgedost met de bandjes van de voorbije jaren.’
foto © Rudi Rombouts

Jan: “De laatste jaren nemen er zeven cafés deel. We werken enkel met de zelfstandige uitbaters van cafés in het centrum, zodat het op een overzichtelijk, veilig parcours kan.”

“Om zes uur ‘s avonds gaan we naar de cafés om de puntenlijsten en het materiaal op te halen. Dat is een hele belevenis om tussen al die feestvierders je weg te vinden. Dan gaan we ook nog eens naar de Gilde, om naar de blinde vogelpik te kijken. Vroeger gingen we ook nog kijken bij de boeren, maar die zijn ermee gestopt.”

“Paul tikt woensdagochtend alle punten in in een Excelbestand. ‘s Avonds checken we die steekproefsgewijs nog met z’n allen, en dan verdelen we het prijzengeld. Vorig jaar hadden we 81 prijswinnaars onder de mannen, en 69 onder de vrouwelijke deelnemers.”

Waarom maken jullie die opdeling?

Monique: “Er zit toch wel verschil op de resultaten. Mannen scoren doorsnee zo’n 225 punten, vrouwen 164. Vorig jaar was het voor het eerst dat een vrouw hoger scoorde dan de mannen.”

foto © Rudi Rombouts, 2014

Jan: “Met die pakweg 1.300 deelnemers zitten we wel aan ons maximum, denken we. En we zien ook dat er wat meer buitendorpsen meedoen, al hebben die vaak op een of andere manier toch een band met Merksplas.”

Christine: “We hangen de lijsten met de winnaars op aan het Gemeenschapscentrum en in alle cafés. De laatste jaren zetten we ze ook op onze Facebookpagina. En dan is er nog de uitbetaling: die doen we nu op één namiddag, telkens in een ander deelnemend café.”

“Sommige deelnemers zitten altijd bij de winnaars. Blijkbaar zijn er toch mensen die hun eigen tactiek hebben.”

foto © Rudi Rombouts, 2014

Volks karakter

Monique: “Eigenlijk is het allemaal niet zo vanzelfsprekend. De meeste mensen staan niet stil bij de kosten die we telkens hebben en de energie die we erin stoppen. Het prijzengeld, al het materiaal, de verzekering, … daar gaat het grootste deel van ons budget naartoe. Als vrijwilligers verdienen we niets, maar we vinden ook dat het ons geen euro mag kosten. Maar zolang we het aankunnen, blijven we het doen.”

Jan: “In 2015 kregen we een lifetime achievement award van de Cultuurraad – al waren we toen allemaal op vakantie. Maar de grootste voldoening putten we toch elk jaar uit het feest dat we die dag zien ontstaan. Het is zo’n volks gebeuren. Mensen nemen er (soms een week) vakantie voor, er komen honderden kijkers op af, je voelt het dorp die dag herleven en nog weken herinneringen ophalen. In andere gemeenten krijgen ze dat niet voor elkaar.”

Jan: “We hebben nooit problemen gehad met de politie en de gemeente. We hebben veel appreciatie onder elkaar. Die partners en die goodwill hebben we hard nodig. Ge hoopt altijd dat er niks gebeurt.”

Zien jullie nog verbeterpunten?

Paul: “Elk jaar komt de vraag weer waarom we de deelnemers zich niet digitaal laten inschrijven. Maar praktisch zien we dat niet zitten. We komen als inwoners al zo zelden bij elkaar, en bij de Vogelpik zitten we met z’n allen in de zaal. Dat moment is voor ons onlosmakelijk verbonden met de Vogelpik.”

Christine: “Hopelijk is het volgend jaar een ander verhaal. We blijven dit doen, zolang we dit kunnen. We hopen dat onze opvolgers later met evenveel toewijding de Vogelpik blijven organiseren.”

2 reacties

  1. Chapeau en knap werk en mooi dat ze het werk van Warke en Cyriel hebben overgenomen en verdergezet zodat de Vogelepik een jaarlijks evenement blijft verbonden aan de Spetsers.

Reageer

Back to top button