Stefan van den Broek: “Het gaat niet om snel rijden, maar om zo weinig mogelijk stil te staan.”

Stefan van den Broek runt samen met zijn ouders het landbouwbedrijf op de Strikkeweg, zeker bekend als Melktap Strikke. Uit een eerder toevallig gesprek kwam mij ter ore dat Stefan de Utrecht Ultra gefietst heeft.
De watte?, hoor ik je al zeggen. Je komt het snel te weten als je dit artikel leest.
Wat is de Utrecht Ultra?
Stefan: “De Utrecht Ultra is een fietsrace over een lange afstand waarbij de deelnemers zelfvoorzienend zijn. Er zijn twee categorieën: je kunt de race solo of duo rijden.
Dit jaar startte de race op 23 mei om 18 uur; de finish was op 27 mei om 22 uur. Kortom: 1.000 km, 6.000 hoogtemeters, 100 uur!
Het is de bedoeling dat je alles doet zonder ondersteuning van buitenaf. Je mag wel gebruikmaken van commerciële diensten, zoals winkels om eten te kopen of een overnachting in een B&B of hotel, die je pas mag boeken na het startschot.
Aan de finish worden geen prijzen uitgereikt, enkel de laatste stempel ter bevestiging van je geslaagde race door enkele vrijwilligers.”
Waarom deed je mee aan de Ultra?
Stefan: “Ik rijd sinds een viertal jaren met de koersfiets. Ik had al eens gelezen over deze race en wilde voor mezelf testen hoe snel ik deze kon uitrijden.
Met het bedrijf kan ik vier à vijf uur fietsen per week. De laatste drie weken voor de race trainde ik twaalf à veertien uur per week.”




Heb je een speciale uitrusting nodig?
“Voor deze race heb ik een ‘bike fit’ gedaan. Specialisten passen de fiets volledig aan je lichaam aan. Dit verhoogt het comfort en zorgt voor een gezonde lichaamshouding.
Vermits het heel warm was, heb ik mij om de twee uur ingesmeerd. Dat was nodig om in de brandende zon te fietsen. Verder beperk je de bagage tot het hoogstnodige.
Van de organisatie krijgt elke deelnemer een racepet met je startnummer, een brevetkaart om de stempels te verzamelen aan de drie checkpoints, een gps-tracker gedurende de hele race én de fiets wordt gecontroleerd voor de start.”
De race start in Utrecht
De race startte om 18 uur in Utrecht. Hoe gaat het dan verder?
Stefan: “Het eerste en laatste stuk zijn vaste routes die je exact moet rijden. De stukken tussen de vaste routes en segmenten rijd je van punt A naar punt B en welke weg je daarvoor neemt, beslis je zelf.
Daarnaast zijn er drie aparte segmenten die je verplicht moet rijden. Dit waren Oudenaarde, Dinant en La Roche-Houffalize.
Het gaat niet per se om snel te rijden, maar veel belangrijker is zo weinig mogelijk stilstaan. Ik heb mij achteraf vergeleken met andere renners. Degene die als vijfde finishte, reed gemiddeld 23,9 km per uur en ik reed 22,2 km per uur.
Ik sliep en rustte tijdens de nacht meer dan die andere renner. Hij sliep tien minuten. Hij deed er in totaal twee dagen, één uur en tien minuten over, ik drie dagen, vijf uur en twaalf minuten.
Er was ook iemand die gewoon niet sliep en de hele nacht doorreed vanwege de warmte. Hij is niet gefinisht.”
Van Utrecht naar Vlissingen
“De eerste rit, na de start om 18 uur, ging van Utrecht naar Vlissingen. Rond 1.30 uur kwam ik in de buurt van Vlissingen en heb ongeveer zes uur op het strand van Domburg geslapen en gerust in een Bivy, een waterdichte, ultralichte slaapzak.
Gelukkig had ik bij mijn planning een ticket geboekt voor de overzet Vlissingen-Breskens. Er waren 70 fietstickets beschikbaar voor de eerste overzet. Geen ticket wil dus zeggen dat je moet omrijden langs Antwerpen of wachten op de volgende overzet, wat natuurlijk groot tijdverlies is.”





Via Oudenaarde naar de Vlaamse Ardennen
“De tweede rit reed ik van Vlissingen naar Oudenaarde, waar een verplicht segment moest worden gereden. Ergens tijdens die rit is op een strategische plaats een checkpoint waar je een stempel moet halen.
De route langs het kanaal vlotte niet. Het vlakke wegdek bolde niet goed en ik kon geen druk op de pedalen houden. De klim op de Kluisberg vlotte beter.
Aangekomen bij checkpoint 1 heb ik goed kunnen douchen en de fietskledij uitgespoeld. Daarna snel terug op de fiets om het eerste segment in de Vlaamse Ardennen te rijden.
Maar onderweg miste ik mijn gsm. Verdorie, ik had hem in de douche laten liggen. Rechtsomkeer en terug naar checkpoint 1. Ik was dan even van de route afgeweken om sneller ter plaatse te zijn. Afwijken mag, maar je moet wel terug aanpikken waar je gestopt bent.
Gelukkig kon ik op beklimmingen zoals de Koppenberg en de Oude Kwaremont blijven zitten op de fiets. Als je de fiets met een twintigtal kilo omhoog moet duwen, is dit niet ideaal voor de spieren.
In een kebabzaak heb ik mijn gsm kunnen opladen en een goeie spaghetti gegeten. De tweede avond sliep ik in Estinnes-au-Val achter een elektriciteitscabine aan een padelveld, een ietwat lugubere plek, maar ik heb er wel goed geslapen.”
De vermoeidheid slaat toe in Dinant
“Rit drie ging naar Dinant, het tweede segment van de race. De mentale vermoeidheid liet zich voelen. Ik was niet geconcentreerd. Op een plat stuk deed ik 2,5 uur over 30 km.
Ik ben dan begonnen met cafeïneshots en energiedrank te drinken. Dat werkte goed. Op de muur van Dinant kon ik de druk wel houden op de pedalen, de steile klim ging goed.
Ik geraakte tijdig aan checkpoint 2 op de citadel. Daar was fietsherstelling mogelijk. Ik heb één keer de ketting gesmeerd, dat was alles. Ik heb geluk gehad met mijn fiets.”
Zware klim naar La Roche-Houffalize
“Daarna reed ik naar La Roche-Houffalize. Daar woog de vermoeidheid serieus door, zowel fysiek als mentaal.
Tegen de avond kwam ik aan in La Roche, maar op maandag was alles gesloten. Ik zag een pizza-automaat: keuze maken, betalen en na vier minuten was hij klaar.
In de vroege avond begon ik aan het derde segment. Dat startte vanuit La Roche met de Col de Haussire. Een zware klim, slecht asfalt, stempelen bij checkpoint 3 en verder naar Houffalize.
Toen ik daar aankwam, zaten veel mensen buiten op terrassen. Zij herkenden de deelnemers en begonnen te juichen bij passage. Dat deed enorm veel deugd.
’s Nachts sliep ik in een B&B in Houffalize. Een goed bed en een douche deden deugd na de zware dagen.”
De laatste 220 kilometer
“’s Morgens kon de terugrit richting Utrecht beginnen via Luik en Zuid-Limburg. Tussen Maasmechelen en Pelt heb ik 60 km langs het kanaal gereden. Dit was voor mij het dieptepunt van de wedstrijd.
Het landschap veranderde niet meer en het was moeilijk om gefocust te blijven. Eens ik de Nederlandse grens over was, kreeg ik veel berichtjes van familie en vrienden om mij moed te wensen voor de laatste 220 km.
De laatste uren van de race kon ik terug echt goed doorrijden.
Ik kwam omstreeks 23.30 uur aan in Utrecht, waar Jolien, mijn echtgenote, me stond op te wachten. Vanuit de organisatie zaten een paar vrijwilligers klaar om de laatste stempel te zetten op mijn brevetkaart. Applaus, een foto, een pintje … en dat was het!
Op woensdagavond is er een finishfeest, maar daar heb ik vriendelijk voor bedankt!”
80ste van 117 deelnemers
Stefan eindigde 80ste van de 117 finishers in de solocategorie. Proficiat met deze knappe prestatie!
Heb je ook zin om de race te rijden? Het inschrijvingsgeld bedroeg dit jaar 220 euro.
Tip: bekijk nog even de 28 beklimmingen die dit jaar moesten worden gereden. Het parcours verandert ieder jaar:
- Oude Kwaremont
- Ronde van Vlaanderenstraat
- Paterberg
- Koppenberg
- Steenbeekdries
- Taaienberg
- Berg Ten Houte
- Côte Tayart
- Côte de la Plate Taille
- Côte du Kiosque
- Côte des Terres aux Pierres
- Montagne de la Croix
- Col de Haussire
- Trou Bourbon
- Côte du Pied Monti
- Côte de Saint-Roch
- Rue Eugène Ysaye
- Côte de Saint-Roch
- Côte de Houffalize
- Rue de Vaals
- Rue de Vaals Gemmenich
- Gemmenicherweg
- Vijlenerbos Epenerbaan
- Epenerbaan
- Schulsberg
- Eyserbosweg
- Fromberg
- Kachelberg
- Stoepert Ravensbos


