Nieuws

Als de nachtzwaluw komt, gaan de huismoeders eraan

"Nee, een beauty is het niet.”

De nachtzwaluw is geen zwaluw. Hij is een lapwerk van uil, valk, halfdraak en veel geheim. Om hem te zien, of toch zijn zwarte silhouet, moet je stil zijn in de Kempen.

Het schemert in Merksplas. De hitte op de hei van ’t Zwart Goor vervliegt. Koelte kruipt uit het zand omhoog. De dag was heet, maar de dag is om. Het woord is
aan de nachtdieren nu: motten, vleermuizen, uilen. “De kans is klein dat je een nachtzwaluw ziet”, zegt Koen Vannuffelen. Hij is natuurgids, wacht op wandelaars en waarschuwt voor mogelijke teleurstelling. Vorige keer bleef het stil op de hei.

De roep van de nachtzwaluw is een vreemde trilling van 1900 noten per minuut, maar als hij er nul lost, is het hopeloos. Zonder geluid heb je simpelweg geen enkel benul van waar je moet zoeken. En bij daglicht hoef je het sowieso niet te proberen. Overdag doet de nachtzwaluw niets anders dan verdwijnen. Hij vermomt zich in twijgen, bladeren en steentjes. Zijn pluimen zijn een samenraapsel van let-maar-niet-op-mij: bruin, nog bruiner, wat wit en rommelig zwart. Bovendien zit hij nooit dwars op een tak. Hij balanceert er in de lengte op. Zijn grote ogen knijpt hij dicht in een rare streep. Zijn nest ligt op de grond. Nu ja, nest. Het is een kuiltje van weinig moeite, waarop de nachtzwaluw baadt in afwezigheid.

Zelfs in zijn eigen naam geeft hij niet thuis. Want de nachtzwaluw is geen zwaluw. Hij heeft zijn eigen categorie, die van de Caprimulgidae, Latijn voor ‘geitenmelkers’. Nochtans hangt hij nooit te slobberen aan de uier van een geit. Alleen Aristoteles dacht van wel. Dat krijg je als je geheimzinnig doet: wilde verklaringen om het mysterie onder de knoet te krijgen. Het enige wat écht klopt, is dat de nachtzwaluw een lelijkaard is, zeker als hij zijn bek openspert, met borstelige snorharen aan weerskanten, in het midden een groot, vlezig keelgat. “Nee,” zegt de gids, “een beauty is het niet.”

Goocheltruc

De nachtzwaluw eet insecten. In de schemering jaagt hij op huismoeders, dikke bruingrijze motten. In het bos zoemt een witte lamp. Het is een val voor nachtvlinders. Huismoeders gaan we zeker wél zien! De beesten zijn het schijnsel van de maan gewoon. Het hoort langs boven op hun vleugels te vallen. Licht op de grond leidt tot grote verwarring. Boven en onder wisselen van plaats en de wereld van de nachtvlinder draait ondersteboven. Je zou voor minder onnozel worden.

In geen tijd zit de val vol vliegeniers van allerlei slag. Waarom de nachtzwaluw van huismoeders houdt, is meteen duidelijk. Onder hun doffe mottenvleugels met een veeg in feloranje houden ze een sappig lijf verborgen. De vette wriemeling zit boordevol eiwitten.

De bosuil roept. Zijn echtgenote antwoordt. En een vleermuis neemt de zoveelste bocht. Alleen de nachtzwaluw geeft geen teken van leven. In het donker staat Koen Vannuffelen met een kaft vol info.
Hij kan het ook niet helpen. De omstandigheden zijn ideaal. Er is duisternis en er vliegt eten door de lucht. Maar met de natuur vallen geen afspraken te maken. “Misschien wordt het niks vanavond”, wilde hij nog zeggen, maar de nachtzwaluw valt hem in de rede.

Sommigen zeggen dat hij klinkt als een typemachine of een oude Singer, maar een Sovjet-geigerteller kan ook. Met je ogen dicht zie je twee slonzige ingenieurs met een boterhammendoos in Tsjernobyl.

 

Trrrrrrrrrrrrrrrrr. Daar is de halfdraak met zijn geheim! Sommigen zeggen dat hij klinkt als een typemachine of een oude Singer, maar een Sovjet-geigerteller kan ook. Met je ogen dicht zie je twee slonzige ingenieurs met een boterhammendoos in Tsjernobyl. Er gebeuren vreemde dingen in Merksplas. Het heeft iets kleinheiligs, hoe een gezelschap van onbekende mensen probeert te delen in het geheim van de nachtzwaluw. De bomen zuigen de donkerte op. De zon zakt weg.

Trrrrrrrrrr. Daar is het opnieuw. Iedereen zwijgt en vervloekt zijn matige gezichtsvermogen. De nachtzwaluw moet hier ergens rondcirkelen! Met die snavel wagenwijd open! In de vlucht is een nachtzwaluw bijna net zo geruisloos als een uil. Huismoeders gaan eraan. Een zwart silhouet duikt in de heide. In twee tellen maakt hij opnieuw hoogte. Vleugels strekken zich lang en puntig. Heel even hangt hij stil, klapt één keer, kantelt hoeks en verdwijnt weer. Nighthawk zeggen ze in Amerika, naguil in Zuid-Afrika. Hij is zo vingervlug als een goocheltruc en poef, plots lost hij op in het spookuur. Het is bijna middernacht.

De nachtzwaluw blijft in ’t Zwart Goor tot half augustus. Daarna vertrekt hij naar tropisch Afrika. Daar is hij de litanievogel die smeekt en smeekt van ‘Good Lord, deliver us’. In Merksplas heeft hij een handvol wandelaars ingestopt onder een lapjesdeken van uil, valk, halfdraak en geheim.

Deze column verscheen eerder in De Standaard Buitenblad van 25 juli 2026

Reageer

Back to top button