Gods Woord en de adder van Pakawi
Ergens diep in de Zuiderkempen, in de uitgestrekte Pakawi-jungle behorende tot het Olmogebied, is een mirakel gebeurd. Hoe het gebied ooit uitverkoren is geraakt, weet niemand.
De inwoners zwijgen tegen de buitenwereld. Was er sprake van bijzonder devoot en godsvruchtig gedrag in Pakawiland? Hoe brachten de inwoners God zo ver dat hij hen had uitverkoren? Wat heeft God met Pakawiland? De toekomst zal het misschien ontsluieren.

Voorlopig staat iedereen voor een raadsel: een vrouwelijke witlipbamboe-adder baarde immers twaalf nazaten zonder enig contact met een mannelijke soortgenoot. Het duurde geen uur en de directe getuigen spraken over een onbevlekte ontvangenis.
De adder werd door hen meteen herdoopt tot Maria. Een dierenarts kwam ter plekke om Maria te onderzoeken zonder haar onbevlektheid te besmeuren. Hij oordeelde dat het biologisch gezien om een geval van parthenogenese gaat. Dit is een vorm van aseksuele voortplanting waarbij een levend wezen dat zich geconfronteerd weet met een mogelijke uitsterving van haar soort “zichzelf uit zichzelf” kan voortplanten.
De bewoners luisterden naar de uitleg, maar bleven de vraag stellen waarom dit uitzonderlijke gebeuren juist in hun dorp gebeurde. De arts werd gevraagd te vertrekken. De hoge religieuze raad van Pakawi, bestaande uit één Biskawi en zes Prieskawis, kwam samen in de inderhaast gebouwde bamboe-adder-tempel om theologische duiding te geven bij dit alles. Er waren namelijk enkele acute theologische raadsels die ontcijferd moesten worden. De tijd dat God duidelijke richtlijnen in stenen tafels naar de wereld zond, is definitief voorbij. Voortaan moet de mens het met Tekens doen waarover hij dan moet nadenken …
De bewoners van de Pakawi-jungle, de Pakawis, besloten om voortaan geen slangenvlees meer te eten en besloten verder te bidden tot de 7 wijzen uit de tempel terugkwamen met een uitleg over de “Tekens van God”. Moesten ze zich zorgen maken of moesten ze nu blij zijn? Die vraag bleef op hen wegen. Vooral de gedachte dat dit Teken misschien een aanwijzing was dat de Pakawis het niet zo nauw hadden genomen met God en dat ze als mogelijke straf een eeuwigheid in een adderkuil moesten verblijven, deed menige Pakawi sidderen van angst. Sommige zagen de bui hangen en begonnen spontaan in de tempel zonden op te biechten. Er werd daar namelijk wel wat gepakawieterd in die duistere jungle.
Niemand dacht dat het goddelijke oog tot daar reikte … Toen de zeven wijzen buitenkwamen uit de tempel sprak de Biskawi tot de Pakawis. Hij gaf toe dat het Teken van “een zwangere niet bezwangerde adder” nooit eerder gezien was. In geen heilige boekrol was er iets over te vinden noch in een verhaal van de voorvaderen kwam het voor. Hij zei het dan het volgende: “Volk van de Pakawis, Luister en wees indachtig mijn woorden. God koos onze plek uit om ons een teken te geven. Daaruit blijkt zijn liefde voor de Pakawis anders zouden wij het niet meer kunnen navertellen. Zo kennen wij God. De adder Maria werd zwanger en wierp twaalf nakomelingen: de twaalf Pakaslangkis. Zij zullen wonen in grootste tempel die onze jungle ooit zal zien. Alle Pakimannen zullen bouwen aan deze tempel. Alle Pakivrouwen zullen vanaf heden twaalf Pakiminis baren. Vanaf heden zal elke hut twaalf kaarsen tellen die ge aansteekt bij de zonsopgang en dooft als de zon ondergaat. Elke week zal twaalf dagen tellen. Elke dag krijgt de naam van een Pakaslangkis. Op elke twaalfde dag van de week zullen alle Pakawis Maria in de tempel een hele dag eren door te bidden en kaarsen te branden. Doe wat ik u opdraag te doen en word het grootste volk van de Pakawi-jungle, onze jungle.”
En zo geschiedde het. De Pakawis luisterden naar de Biskawi en deden wat God van hen vroeg. Daarna verdwenen ze diep in de jungle.


