Met zijn voeten in de Kempense grond en zijn stem in drie koren combineert Joske Vermeiren al een leven lang het boeren en zingen. Dat zingen in zijn genen zit, daar twijfelt niemand aan.
Maar wat betekent samenzang voor hem écht? We gingen luisteren.
Al zingend de koeien melken
Zingen werd Joske met de paplepel ingegeven. ‘Mijn vader zong al in het kerkkoor en ging elke dinsdagavond repeteren. Koeien melken deed hij al zingend. Ook mijn grootvader zong de hele dag.
Mijn moeder heb ik nooit horen zingen. Zij ging wel samen met ons vader op dansles. Toen kwam er een grammofoon bij ons in huis voor de dansmuziek. Ons moeder kocht ook platen van de Zangeres zonder naam, Corry Konings, Heintje, Johnny Hoes…
Ik herinner me nog dat ik als puber Demis Roussos leerde kennen. Bij My friend the wind gingen de haren op mijn armen rechtop staan.
Op school probeerde ik altijd veel punten te halen met de praktische vakken: praktijk tuinbouw, turnen, en natuurlijk ook muziek. Ik was de beste vriend van onze muziekleraar Jos Bruurs. Hij was blind en organist in Hoogstraten. Van hem kreeg ik altijd alle punten!’
Even voorstellen
- Naam: Joske Vermeiren (‘zo noemen ze mij, en zo noem ik mezelf ook als ik iemand opbel, anders hoor ik ze aan de andere kant van de lijn heel hard nadenken!’)
- Beroep: boer (aardbeien, melk- en vleesvee), op pensioen sinds 2021
- Geboren: in Merksplas in het Expojaar 1958 en altijd hier blijven wonen
- Passie: zingen
Muziek in de genen
‘Mijn zussen zingen ook allemaal ergens in een koor. Twee van onze drie kinderen zingen ook, en de kleinkinderen bespelen allemaal een instrument. En een nonkel van 94 zingt nog in het OKRA-koor.
Op een familiefeestje wordt er dan ook altijd een gelegenheidslied gemaakt en uit volle borst gezongen! Ik zeg niet dat we het allemaal goed kunnen, hé, maar we doen het heel graag.
Ik denk wel dat muziek in de genen zit. Als je echt geen aanleg hebt, is het waarschijnlijk moeilijk te leren. Toon houden en een beetje gevoel voor ritme heb je wel nodig. Toch las ik eens dat maar 2% van de mensen echt helemaal niet kan zingen.
Bij mij gebeurt zingen vanzelf. Ik kan niet echt noten lezen, maar volg op mijn gevoel het op- en neergaan van de bolletjes op de notenbalk. Als ik een lied niet eerst kan horen, zal ik het ook niet kunnen zingen. Maar eenmaal ik een bepaalde noot of akkoord hoor, dan roept dat direct een liedje op en begin ik spontaan te zingen. Je stem heb je altijd bij, hé!’

Eén … twee … drie koren!
‘Mijn eerste koor was Weeldezang. Mijn vrouw is een Weldse en mijn schoonmoeder en schoonzus zongen daar in het koor. Toen ons eerste kind werd geboren, ging ik het dichter bij huis zoeken. In 1981 ging ik in het kerkkoor Sint-Cecilia van Merksplas.
Gospelkoor Voices werd in 2010 opgericht. Ik was er snel bij, samen met mijn zoon, mijn zus en haar dochter.
En toen ik stopte met boeren en verhuisde, was er een buurvrouw die me aansprak terwijl ik de hond uitliet. “Jij kunt toch goed zingen, hé? Kom je niet bij het OKRA-koor?” “Daar moet ik eens over nadenken,” antwoordde ik. Tien minuten later was de beslissing genomen! Dus nu zing ik in drie koren. Dat betekent twee à drie keer per week repeteren, en dan zijn er nog de optredens of missen.’
Onze Vader in Swahili
‘Als ik mij voor iets engageer, dan wil ik het ook goed doen. Zo zingen we bij Voices zonder partituur. Je wilt niet weten hoe ik gezwoegd heb om het Onze Vader in Swahili van buiten te leren! Ook weten wanneer precies jouw stem moet invallen is niet gemakkelijk. En in het kerkkoor zingen we Gregoriaanse liederen, niet simpel, maar wel plezant.
Bij een repetitie laten we wel eens een steek vallen. Voor mij een kans om een grapje te maken of eens te zwanzen. Maar bij een optreden moet het in orde zijn! Ik geniet er dan echt van om samen – met al die diverse mensen en stemmen – iets moois te creëren. Samen met anderen zingen geeft een heel sterk groepsgevoel!
En achteraf een pintje drinken, hé, om de actuele wereldproblemen eens in de groep te gooien en elkaars visie hierop te horen. Of samen met koorgenoten naar een open zangavond gaan. Dat hoort er allemaal bij.’

Joske: ‘Samen met anderen zingen en iets moois neerzetten geeft een heel sterk groepsgevoel.’
Een gelukkig mens
‘Vorige week nog zei iemand tegen mij: “Ik denk dat gij een gelukkige mens bent”, en dat is waar! Natuurlijk heb ik soms ook zorgen, maar ik ben content. Ik wandel of fiets niet graag, ik hoef niet op reis, ik kan mij hier in de streek best vermaken!
Ik kan ook gemakkelijk recht uit bed beginnen te zingen. Een ochtendhumeur, dat ken ik niet. Vooral smartlappen: daar word ik wakker van! Mijn vrouw is daar niet altijd blij mee (wordt beaamd vanuit de keuken!). Als ik aan het werk ben, zing ik ook. Natuurlijk vloek ik wel eens als er iets niet lukt, maar daarna ben ik hup weer vertrokken.
En als ik zing, dan is dat uit volle borst. Ik heb een heel dragende stem. In het OKRA-koor moesten we onlangs het Halleluja zingen, en de dirigente merkte op: “Jos, zing eens wat minder hard, want ik hoor er hier eigenlijk maar éne zingen!”
Een mens die niet gelukkig is, die zingt volgens mij ook niet. Alhoewel, ik heb een tante en die heeft het niet gemakkelijk gehad in het leven. Ze vertelde mij eens: “Als ik een slechte dag heb, dan begin ik te zingen. En in het begin klinkt dat echt niet goed, maar als ik blijf zingen, dan gaat het beter en dan voel ik me ook beter.” Zo had ik het nog niet bekeken.’
Zelf hoop ik nog lang te leven en lang te kunnen zingen. Misschien ook in een mannenkoor of een Gregoriaans koor, daar droom ik wel eens van …’

Waarom zingen ook voor mannen is
Elk koor kent wel het probleem: mannelijke koorzangers vinden is niet eenvoudig. Ik wilde wel eens van Joske horen waarom dat zo is.
‘Ik denk dat mannen zingen in een koor vaak minderwaardig vinden. Dat is iets heel anders dan voetbal of wielrennen, hè. Die sporten trekken veel volk, er gaat veel geld in om, en erover kunnen meepraten vinden mannen belangrijk. “Heb je die match gezien, amai die scheidsrechter …” dat is een heel ander gespreksonderwerp dan “die strofe zongen we te snel”, of “die noot was niet juist”.
Voor zover ik weet zijn er buiten mezelf ook geen zingende boeren in Merksplas. Je moet je werk natuurlijk wel zo regelen dat je erbij bent op de repetities. Als actieve boer nam ik soms een stop van Pasen tot september, de drukste periode in de tuinbouw.
En toch ben ik ervan overtuigd dat ook voor mannen zingen een heel goede ontspanning is, en dat zonder de ergernissen die er vaak zijn in competitiesport. Geef dus maar mee dat er meer mannen moeten komen zingen!’

Tot slot: een paar snelle vraagjes
Welk liedje zing je liefst?
Ik zing veel graag, maar het mag vooruit gaan en het mag ook gerust wat ouderwets zijn.
Een voorbeeld? Cheerio, cheerio, in Merksplas zingen ze zo…
Als je met één beroemde zanger(es) mocht samen zingen, wie kies je dan en welk liedje zingen jullie?
Lisa del Bo, een knappe dame met een heel mooie stem. En we zingen Liefde is een kaartspel.
Als je één lied moest kiezen dat iedereen in Merksplas zou moeten kennen, welk is dat?
Jos denkt even na en begint dan te zingen Geef de kinderen een wereld, waar het goed is om te blijven, waar ze kunnen samen wonen… (Dana Winner). Met alles wat er vandaag in de wereld gebeurt, wil Jos graag zingend afsluiten met deze hoopvolle boodschap.
Dankjewel, Jos!
Meedoen?
We zijn ervan overtuigd dat er veel (ex-)Spetsers zijn met passie in een hobby, beroep of vrijwilligerswerk. En daar willen we graag over vertellen in merksplas.NU.
Ken of ben jij zo iemand? Stuur een mailtje aan hwillems1@gmail.com.
