Literatuur

Kim Crabeels: “Ik schrijf nog altijd vanuit dat kind in mij”

Van eenzame walvissen tot verliefde blobvissen: tijdens haar klasbezoeken neemt jeugdauteur Kim Crabeels kinderen moeiteloos mee in haar verhalen. Deze week stond ze in de eerste leerjaren van Qworzó en VBS Yugro, waar ze voorlas en vertelde over haar boeken. Haar missie: kinderen weer zin doen krijgen om te lezen.

“Vandaag kwam ik voorlezen en vertellen in de eerste leerjaren van Qworzó en VBS Yugro. Die lezingen zijn nog een uitloper van de Jeugdboekenmaand maart. In die periode was ik bijna vijf dagen per week op pad. Ik bezocht derde kleuterklassers tot leerlingen van het zesde leerjaar. Over enkele weken staat het Voorleesfestival in M Leuven nog op het programma. En daarna heb ik weer volop tijd om te schrijven tot de Voorleesweek eind november begint.”

Veel draait om dieren

“De Jeugdboekenmaand draaide dit jaar rond dieren, net als heel wat van mijn boeken. Ik las natuurlijk voor, maar vertelde ook over mijn eigen huisdieren. Tijdens de ‘Beestig Leuke Dierenquiz’ ontdekten de kinderen grappige weetjes. Vooral de versiertrucs bij dieren doen het goed, het feit dat kapucijnapinnetjes stenen gooien om de aandacht van de mannetjes te trekken, bijvoorbeeld. Of dat nijlpaarden hun liefje begroeten met een nat windje. Na elk nieuw weetje, toon ik het boek waarin de kinderen nog meer over dat gekke onderwerp kunnen lezen. En dan hoop ik natuurlijk dat die boeken in de bib de volgende dagen allemaal uitvliegen.”

Meneer Blobvis zkt een liefje blijft een favoriet. Toen dat boek tien jaar geleden verscheen, stond de blobvis bovenaan op de ranglijst van de lelijkste dieren ter wereld. Zijn soort was helaas ook met uitsterven bedreigd. En niemand die hem redden wou! De blobvis was nu eenmaal geen aaibare koala of schattige pandabeer. Hij verdiende beter, vond ik. Ik wijdde een heel boek aan Meneer Blobvis, die op zoek moest naar een liefje om het nageslacht te verzekeren. Het boek combineert dat verhaal met een boel weetjes over versiertrucs bij dieren. Vooral de piemelweetjes blijven hangen bij de kinderen. Dat octopusjongens echte sloddervossen zijn die hun piemeltje soms kwijtspelen, bijvoorbeeld. Na elke lezing wordt vooral dat boek vaak uitgeleend. Intussen is het ook helemaal uitverkocht.” (Je vindt het niet in Merksplas, maar wel in de bib van Beerse en Oud-Turnhout, n.v.d.r.)

Mateloze Moeder Teresa

“Ook in het echte leven ben ik een grote dierenvriend. Thuis adopteer ik een heleboel dieren. Mijn man noemt me soms ‘de Moeder Teresa van de Verstoten Dieren’. Officieel staat er momenteel een stop op de toevoer, maar ik hou me er niet helemaal aan.” (lacht)

“Tijdens mijn auteurslezingen vertel ik kinderen dat ze niet per se dieren in huis moeten nemen. Konijnen zien er schattig uit, maar ze gaan best heel wat jaren mee. Jaren waarin je ze goed moet verzorgen, voederen, het hok uitmesten … Mensen geraken dat snel beu en laten die beestjes aan hun lot over. Zo komen ze dan soms bij mij thuis terecht.”

‘Konijnenfluisteraar’ Kim: “Mijn man noemt me soms ‘de Moeder Teresa van de Verstoten Dieren'”

Poedel Lotje

“Die dierenliefde valt misschien te herleiden tot mijn kindertijd: als enig kind had ik geen broers of zussen, maar wel dieren die die rol voor mij vervulden. Mijn poedel Lotje, bijvoorbeeld: mijn harige zusje, dat ik pakjes aantrok en met wie ik urenlang kon praten. In mijn fantasie praatte Lotje ook terug. Toen was ik al bezig met het verzinnen van dialogen en verhalen.”

“Wat me helpt bij lezingen, is dat ik zelf tien jaar les heb gegeven, Nederlands en Duits aan scholieren. Nu hoef ik geen ‘der, die, das’ meer uit te leggen. Ik vertel alleen nog over mijn passie. En doordat ik dat gepassioneerd doe, slaan kinderen zelf ook aan het fantaseren, aan het schrijven en het lezen.”

Foto: Ellen Swannet

Hoe ben je beginnen schrijven?

“Als kind fantaseerde ik al een wereld van sprekende dieren om me heen. Ik heb een associatief brein, spring soms van de hak op de tak. Als je moet opletten in de klas, is dat soms een vloek. Maar voor een kinderboekenschrijver is dat een cadeau. Overal vind ik inspiratie. Van kleins af aan las ik ook veel. En ik schreef zelfverzonnen krantjes en tijdschriften.”

Opleuken was de aanzet

“Door mama te worden, herontdekte ik de kinderboeken. Als de tekst soms wat te braaf was, maakte ik er mijn eigen, grappige versie van. Dat tot groot plezier van mijn twee meisjes. Toen hun broertje Magnus geboren werd, schreef ik voor hen mijn eerste verhaal: ‘Magnus kan niet slapen’, over een jongen met een hoofd vol fantasie – en dieren, uiteraard -. Ik stapte ermee naar de uitgeverij en plots ging de bal aan het rollen. Dat is intussen zo’n vijftien jaar geleden.”

Als je schrijft, denk ik, ben je altijd op zoek naar het kind dat in je zit. Kim Crabeels

“Als ik schrijf, probeer ik altijd het kind dat ik was naar boven te halen. Ik schrijf nooit letterlijk over mezelf. Maar facetten van mezelf als kind kruipen zo wel in sommige van mijn personages.”

“Zo stootte ik als kind ooit op een kreeftenbak in het warenhuis. Ik fantaseerde dat ik zo’n kreeftje adopteerde, ermee ging wandelen aan een leibandje. Precies dat is het startpunt van mijn volgende boek: ‘Rumi redt Kerst’,  een soort adventsverhaal met 25 hoofdstukken, eentje voor elke dag van december. De ontknoping is voor Kerst. Normaal gezien maak ik prentenboeken, maar dit wordt voor het eerst sinds lang nog eens een dik (voor)leesboek voor 9+. Elk hoofdstuk is nog steeds voorzien van een prachtige illustratie, deze keer van de hand van Janneke Ipenburg.”

Tekst en tekening

Je hebt al samengewerkt met een lijst indrukwekkende illustratoren …

“Als ik aan een nieuw boek begin, zie ik al beelden in mijn hoofd nog voor ik er woorden bij heb bedacht. Zelf kan ik wel een béétje tekenen, maar ik laat het zoveel liever aan professionele tekenaars over. Als ik begin te schrijven, weet ik al welke tekenaar ik wil vragen. En als de tekeningen dan binnenkomen, verrassen die me telkens weer. Straffe illustratoren voegen een extra laag toe aan het verhaal. Tekst en beeld tillen elkaar op.”

“Voor mijn eerste boeken werkte ik samen met  Sebastiaan Van Doninck. Toen de uitgeverij me vroeg om een lijstje met vijf namen door te geven, schreef ik Sebastiaan vijf keer op. Hij  was gecharmeerd: de start van een hele mooie samenwerking.”

“Maar gevestigde illustratoren hebben niet altijd een plekje in hun agenda. Daarom vind ik het ook heel fijn om nieuw talent te ontdekken. Ik snuister rond op Instagrampagina’s van bekende illustratoren en kijk welke nieuwe namen zij volgen. Dat leidt soms tot mooie ontdekkingen.”

“Voor we aan een boek beginnen, spreek ik het liefste eens af ‘in het echt’. Zo zijn heel wat samenwerkingen begonnen op een gezellig terras. Soms zelfs in Italië, waar elke lente de Kinderboekenbeurs van Bologna plaatsvindt. Niets heerlijker dan bij een Campari Spritz samen enthousiast te worden over een nieuw boek! Als ik de eerste tekeningen voor een nieuw boek binnenkrijg, pink ik wel eens een traantje weg van blijdschap en ontroering.”

Je bent, naast je schrijfwerk, ook nog cultuurprogrammator ‘voor jong publiek’ in 30cc, het cultuurhuis van Leuven. Beïnvloedt dat je werk?

“Zeker. In theater vind ik kindertheater de allermooise discipline. Dat inspireert natuurlijk. Soms zie ik eenzelfde stuk wel drie keer na elkaar. Dan heb ik ook tijd om naar het jonge publiek te kijken: hoe komt een stuk bij hen binnen, wat werkt, wat niet …  Vaak denk ik vol bewondering en met een greintje jaloezie: dju, had ik het zelf maar bedacht!”

Weer naar simpel en grappig

“Met mijn klaslezingen kan ik ook uittesten wat bij kinderen werkt en niet werkt. Ik kan daar ontdekken waar kinderen om lachen, waar ze nood aan hebben. Ik merk, zeker in steden, dat kinderen uit het eerste, tweede leerjaar het Nederlands soms minder goed beheersen dan tien jaar geleden. Daar probeer ik op in te spelen. Mijn volgende prentenboekenenreeks over ‘Schimmie Spook’, met heerlijke tekeningen door Cliff van Thillo, wordt misschien geen poëtisch prijsboek, maar bestaat uit grappige, eenvoudige verhalen op rijm. Geen moeilijke woorden, geen complexe verhaallijn. Simpelweg verhaaltjes die mikken op (voor)leesplezier, ook voor kinderen die de taal nog volop aan het leren zijn.”

Hoe ontstaan je boeken?

“Spontaan. Zeker niet aan mijn laptop, waar het lege scherm me afwachtend aanstaart. Nee, dan steekt mijn faalangst op. De inspiratie komt net als ik niet aan een boek hoef te denken. Bij het hardlopen bijvoorbeeld, als ik de afgeknaagde bomen zie die de bevers achterlieten of als een merel me volgt. Zwemmen of fietsen helpt ook. Voor ik het weet, sta ik aan de kant een idee in te spreken op mijn dictafoontje. Een liedje of een krantenartikel kan voor een idee zorgen. De zee intrigeert me ook mateloos. Ooit las ik in National Geographic Magazine een wetenschappelijk artikel over walvissen. Het zijn erg sociale dieren. Ze vormen hechte groepen, communiceren met elkaar en zingen zelfs in groep. Maar Walvis 52 zwemt helemaal alleen. Hij zingt op een andere toonhoogte en wordt daarom door andere walvissen niet als één van hen herkend. Zo ontstond het voorleesboek De meest eenzame walvis ter wereld – ook weer met illustraties van Sebastiaan Van Doninck.”

“Alles wat je niet ziet onder het water, fascineert me. Leuk om daarover nieuwe dingen te verzinnen. Over de kraken bijvoorbeeld, dat inktvisachtige zeemonster. Maar de eerstkomende tijd houd ik me dus bezig met spoken. Mijn eerste Schimmie Spook-boek verschijnt in oktober. En kort daarna volgt ‘Hondje wil een kind’ met Hanneke Breken. En zo eindigen we toch weer met een dier.”

Meer over Kim

In de bib van Merksplas vind je van Kim: (klik om te zien of ze beschikbaar zijn)

In de bibs van onze regio vind je ze zo goed als allemaal!

In de podcast Larieboek & Apekool komt er binnenkort in mei een aflevering waarin Annelies Moons praat met Kim:

Zie ook
de website van KimKim op FacebookKim op Instagram

Reageer

Back to top button