Literatuur

J.M.H. Berckmans: Bericht uit Klein Konstantinopel (1996)

Jean-Marie Berckmans stierf in 2008, arm en uitgemergeld. Hij was ernstig bipolair en had een angst- en verslavingsproblematiek. In 2006 was hij de headliner van een literaire avond in Jeugdhuis Zigzag, vandaag ligt hij begraven onder een hoop zwarte kolen op het Schoonselhof.

Liefhebbers van literatuur uit de marge moeten zijn werk zeker eens een kans geven: het is immers geen gebral van een gek, maar een scherpe diagnose van mens en maatschappij.

Het boek vóór Bericht uit Klein Konstantinopel – Taxi naar de Boerhaavestraat – was het eerste boek in bijna 10 jaar dat ik van Berckmans las, en het eerste dat ik van hem recenseerde. Het volgde op Het zomert in Barakstad, het boek dat hem halfweg 1993 weer op de literaire kaart had gezet, en een werkbeurs had opgeleverd.

In 1994 volgt er ook een heruitgave van zijn debuut uit 1977 met de nieuwe titel Brief aan een meisje uit Hoboken, en hij toert met het literaire festival Saint-Amour. Berckmans wordt ook lid van Circus Bulderdrang, een collectief van Vitalski dat podia in heel Vlaanderen vergast op georkestreerde chaos. Jean-Marie kan er een excentrieke brulboei zijn en rock-’n-roll beleven.

Hoewel hij in de spotlight staat, werden er geen 1000 exemplaren van Het zomert verkocht, en ook de heruitgave van Geschiedenis van een revolutie breekt geen enkele pot, ondanks goeie recensies in Vlaanderen.

Schrijven in chaos: ontstaan van Konstantinopel

Jean-Marie wordt opnieuw verbitterd, drinkt meer en begint ook cocaïne en speed te gebruiken. Hij schrijft het grootste deel van Konstantinopel in de tweede helft van 1994 onder invloed van die drugs, de meeste stukken in één ruk, tegen zijn gewoonte in, zonder veel schaven. Zijn werkbeurs snuift hij op, en deurwaarders komen met exploten.

Pafke en de Antwerpse context

Hij was eind 1993 verhuisd naar de Brederodestraat, een buurt in Antwerpen waar veel Turkse migranten wonen, wat de titel van dit boek verklaart. Tegenover zijn appartement is er Café Trefpunt, een kroeg die altijd open is, en die ik zelf in mijn jongere jaren ook een paar keer heb bezocht. Toen hij er voor het eerst binnenkwam, vroeg de waardin hoe hij heette, en doordat hij een voornaam deelt met keeper Jean-Marie Pfaff – ook geboren in 1953 – doopte ze hem prompt ‘Pafke’. Zo werd weer een nieuw alter ego geboren: Pafke het meest concrete Mafke. Dat Pafke zit vaak in de hulpkas – alias Café Trefpunt.

Taxi had een vrij directe, eerder autobiografische aanpak, en later zou hij volgens biograaf Chris Ceustermans wat neerbuigend doen over die neorealistische stijl. Het is bijna 9 jaar geleden dat ik Taxi las, dus ik ben niet meer goed geplaatst om de verschillen met Bericht uit Klein Konstantinopel te duiden. Wat ik wel weet is dat ik erg door Taxi was getroffen – zozeer zelfs dat ik besloot heel het oeuvre van Berckmans te lezen. Konstantinopel is minder succesvol: ik had het gevoel dat de zinnen vaak minder goed lopen, en dat Berckmans vooral bekende hap serveert, maar met een soort talige overmoed die niet altijd wordt waargemaakt. Veel van de verhalen zijn ça va, maar niet meer dan dat.

Een wisselvallige bundel

Een aantal verhalen redt het boek, en verheft het boven de middelmaat. Wat dat hier eigenlijk tegenwoordig voor een kot is en Pafke en Harold op de vlucht en Klein traktaat over de dingen die erg zijn zijn goed – misschien niet toevallig allemaal autobiografisch.

Maar het is in Post-factum in een gaskamer gesproken en in 3 van de 4  [V]espers van de man van staal dat Berckmans weerom zijn genialiteit tentoonspreidt. In het eerste toont hij zich kwetsbaar in het verwerken van zijn scheiding van Lut, zijn ex, in de vespers gaat het om zijn relatie met zijn ouders. Vooral die vespers maken een verpletterende, nietsontziende indruk: Geheel in een Berckmansiaans idioom geschreven, zonder pretentie, zonder opsmuk, haast in strijklicht – een claustrofobische evocatie van opgesloten te zitten met ouders die je niet begrijpen, ouders die niet uitblinken in genuanceerde communicatie, ouders die ook lijden onder de problemen van hun zoon, en de mentale problemen van vader. In de vespers lukt het Berckmans zowel vervreemding, als liefde en zorgzaamheid op te roepen – een uitzonderlijke combinatie, die des te wranger wordt wanneer blijkt dat de moeder als copingmechanisme ogenschijnlijk onverschillig is geworden. Maar onverschillig zijn de vespers niet. Jean-Marie voelt de dood van zijn ouders naderen – en effectief, niet veel later probeert hij het overlijden van zijn vader te verwerken met Slecht nieuws voor Doctor Paf de Pierenaaier.

Die vespers kunnen wedijveren met Boon en Van Ostaijen, en behoren tot het beste wat ik ooit in het Nederlands heb gelezen.

Coverfoto Het zomert in Barakstad, van Toni Mulder

Overzicht van de verhalen

Bericht uit Klein Konstantinopel bevat de volgende verhalen: 

  • Wat is er met Pafke aan de hand?
  • Wat dat hier eigenlijk tegenwoordig voor een kot is
  • Pafke en Harold op de vlucht
  • Woorden met de sjamaan
  • Enkele bladzijden in de wind in Kopenhagen (Koekoeroekoekoe PalomaDe gast in frakTwee mannen bij een raam)
  • Doem doem doem Dodeskaden
  • Post-factum in een gaskamer gesproken
  • Het orgelpunt te zetten in een kot met vier witte muren
  • Weekend in Barakstad
  • Klein traktaat over de dingen die erg zijn
  • Als plots aan Ratata een eind zal zijn gekomen
  • De vespers van de man van staal (De oude mensen en hun zoonBeknopte legende van de zwarte tijdDe menagerie van de schamele drieIn de schaduw van het videozwijn)

Ceustermans selecteerde voor Verhalen uit de Grauwzone, een bloemlezing uit 2018, Doem doem doem Dodeskaden en Als plots aan Ratata een eind zal zijn gekomen. In Berckmans’ Beste uit 1997 zijn Post-factum in een gaskamer gesprokenAls plots aan Ratata een eind zal zijn gekomen en De gast in frak opgenomen.

Waar begin je met Berckmans?

Lees mijn eerbetoon 8 jaar na zijn overlijden, en recensies van 

Ik schreef ook iets korts over de biografie door Chris Ceustermans.

Wil je starten in het oeuvre van Berckmans, maar weet je niet waar te beginnen? Papieren exemplaren van zijn boeken zijn zeldzaam en kostelijk. Vijf titels zijn gelukkig wel goedkoop te krijgen als e-book, waaronder Het zomert in Barakstad. Ook de twee bloemlezingen zijn nog digitaal beschikbaar.

Arnon Grunberg interviewde Berckmans in 1993 voor de radio, ongeveer vanaf minuut 19 in deze podcast:

Er is ook een postume podcastreeks met Marcel Vanthilt, met dezelfde titel als een documentaire film uit 2018 van Wim Jammaer, De man die zijn snor in brand stak:

Er is ook nog de 10-minutendurende documentaire uit 2000, BIOTOOP ZERO. De documentaire uit 2008 van Dimitri van Zeebroeck in de reeks Weerwolven is ondertussen helaas verdwenen van het internet. Ook een Ziggurataflevering over Berckmans is nergens te vinden. Op YouTube staan er wel wat korte fragmenten met Berckmans, maar dat voelt povertjes. Wordt het geen tijd voor een centraal digitaal Berckmansbeeldarchief?

Reageer

Back to top button