Literatuur

Terug naar De Diepte: Leen Huet over verlies en herbeginnen

Eind oktober verscheen bij uitgeverij Tzara het nieuwste boek van Leen Huet, Weerbots. Een dagboek over rouw en troost, over Merksplas en schoonheid. Leen huist aan De Diepte, een uithoek zowat op de grens met Wortel. We wilden haar interviewen, maar bedachten dat we dat evengoed publiek konden doen.

We hielden daarom in de bib van Merksplas met haar een Koffiegesprek, samen met achttien geïnteresseerden.

Terug naar De Diepte

➽ Je maakte eind ‘22 het overlijden mee van je moeder, een korte week nadat ze ‘het laatst naar je glimlachte’. Wat bracht je ertoe om dat afscheid een heel boek te geven?

Leen Huet: “Dat weet ik eigenlijk niet. Meestal gaat er aan mijn boeken een plan of een afspraak aan vooraf, en dan trek ik voor vijf jaar naar bibliotheken en archieven om opzoekwerk te doen. Op 23 december van dat jaar ging ik overdag nog mijn moeder groeten bij de uitvaartonderneming. Op die avond startte ik de computer op, en ben beginnen te schrijven. Dat is blijven duren. Ik moest de dingen noteren om ze vast te houden. Eigenlijk moest ik het huis beginnen opruimen. Mijn vader was een grote verzamelaar, en alles lag er nog. Het schrijven leek me iets om met alles in het reine te komen, om nog iets over te houden van de mensen die er niet meer waren.”

“Het schrijven leek wat op het bijhouden van een dagboek, maar dan op de computer. Mijn privé-dagboek is een schriftje waar ik met een stift in schrijf.” 

➽ Hoe voelde het om dat eerste jaar zo precies en eerlijk onder woorden te brengen?

Leen: “Als je iemand kwijt raakt, zit je de eerste maanden in de put. Het was een barre winter. Iemand verliezen is een gevoel dat iedereen kent. Je went er langzaam aan: als je je grootouders verliest, kan je dat accepteren omdat je jong bent en nog studeert, omdat je een heel ander perspectief hebt. Je gaat snel gewoon verder met je leven.”

“Ik kan een rondrit doen langs alle begraafplaatsen in de regio. In Merksplas liggen mijn ouders begraven, in Wortel vind ik familie langs vaderskant en in Minderhout langs moederskant. Dat doet me altijd wat. In het jaar dat ik Weerbots schreef, heb ik het kerkhof van Merksplas beter leren kennen. Daar zijn altijd mensen: een vrouw die nieuwe bloemen brengt, een man die een graf onderhoudt, een koppel dat even langskomt. Je komt er bekenden tegen, zoals juffrouw Coleta van de kleuterschool. Soms schrik je van een bekende naam bij een pas gedolven graf. Ik heb geleerd dat het kerkhof een belangrijke plek is voor het dorp.”

Opgroeien in de Kempen

➽ Qua thema lijkt Weerbots zo soms een novemberboek.

“Ja, al loopt het van 23 december ’22, toen ik mijn moeder voor het laatst zag, tot de volgende Kerstmis. Dat jaar bracht ik in mijn ouderlijk huis door, terug op den buiten. Je moet weten dat ik daarvoor al 30 jaar in Leuven woonde. Maar hier in de Kolonie liep ik school. Die was nog afhankelijk van het Ministerie van Justitie. Er hing een wat aparte sfeer. We zaten met drie leerjaren in één klas. Met de staatsieportretten van Koning Boudewijn en Koningin Fabiola centraal aan de muur. Fabiola had een prachtig winterkleed aan, dat Cristóbal Balenciaga nog voor haar trouwpartij had ontworpen en met bont was afgezet. Nadien ging ik naar het Spijker.”

“In Leuven studeerde ik kunstgeschiedenis, en ik ben daar blijven plakken. Regelmatig kwam ik nog wel terug naar hier, maar ik werd een Leuvenaar. Toch had ik altijd het idee dat ik ooit terug hierheen zou keren, naar deze uithoek, naar het laatste huis van Merksplas, op twintig minuten fietsen van het dorp. Mijn ouders waren verknocht aan de Kempen.”

“Dit weekend kwam ik nog schrijver Koen Peeters tegen, die uit Gierle komt. Hij vond dat we bij de EGKS hoorden. Niet bij de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, maar wel bij de Enkele Goede Kempense Schrijvers. Koen keert – zo lijkt het – niet meer terug naar de Kempen. In ben blij dat ik terug ben.”

Het Koffiegesprek in de bib

Martial, held

➽ En ga je dan verder op de weg die je nu insloeg?

“Als alles goed gaat, komt er tegen 2026 een vervolg op dit boek. Het zou een biografie worden over Martial (Ti) Van Schelle, de enige mens ooit die in mijn ouderlijk huis geboren werd. In het najaar van ’26 komt er op VRT ook een fictiereeks over Breendonk. Hopelijk komt mijn boek rond die tijd op de markt.”

“Of die biografie geromantiseerd is? Ik probeer er toch een historisch gedocumenteerd verhaal van te maken. Ik heb daarvoor al een flinke tijd in verschillende archieven doorgebracht. Gelukkig is er veel bronnenmateriaal beschikbaar. Bij het uitschrijven van mijn biografie over Bruegel was dat wel even anders: toen moest ik wel teruggrijpen naar de geschiedkundige achtergrond om zijn personage vorm te geven. Maar Martial was een publiek figuur: als zakenman, als sportman, als sportpromotor … kwam hij regelmatig in de kranten.”

“We leven nu in een gedigitaliseerde maatschappij en heb je thuis toegang tot verschillende archieven. Zo vond ik heel wat materiaal in de Koninklijke Bibliotheek van België. Ik was ook onder de indruk van de verzameling van de Amerikaanse  Library of Congress. Daar vond ik heel wat briefwisseling terug van Van Schelles vader (een inwijkeling uit Vilvoorde) en Clara Barton, die het Amerikaanse Red Cross stichtte. Dat archief is helemaal gedigitaliseerd door veel vrijwilligers. Die hebben een ongelofelijke inspanning geleverd.”

“Maar zo’n biografie schrijven, is sprokkelwerk. Er is zoveel te vinden op ontzettend veel plekken. Over de Eerste Wereldoorlog en Martials vader kon ik ook hier bij de Heemkring terecht. Of in de gedigitaliseerde parochieverslagen. Na de Eerste Wereldoorlog droeg het bisdom haar priesters op om een verslag te maken van de effecten van de oorlog op hun parochie. Die van Merksplas pende 11 bladzijden neer. Die van de Kolonie leek aan het einde van zijn Latijn: de kolonie was overbevolkt (met gevangenen, maar ook met patiënten uit psychiatrische inrichtingen) en bovenal stierven veel mensen door besmettelijke ziektes.”

“Mijn grootvader Armand Huet schreef ook een boekje over Martial. Ik heb daaruit veel geleerd over onze grensstreek, over de Dodendraad, over de mensen die daardoorheen gesmokkeld werden, over Edith Cavell … Martial verbleef in Amerika toen WO I uitbrak. Hoewel hij nog geen 18 was, meldde Martial zich toch aan voor het leger. Amerika bracht in die wereldoorlog 2 miljoen soldaten naar Europa. De overvaart duurde zo’n veertien dagen. Duitsland had de oorlog bijna gewonnen door het inzetten van onderzeeërs. Martial was een maand terug in Europa toen de oorlog ten einde liep. Als veteraan keerde hij terug naar de Kempen, een jaar later vestigde hij zich in Brussel.”

“Ik vind het wel spijtig dat mijn vader mijn biografie nooit meer kan lezen. Hij keek erg op naar Martial. Maar in mijn debuutroman Almanak – over de ‘oude’ Diepte, de kolonies van Merksplas en Wortel, had ik het ook al over hem. Ik liet in dat boek heel wat historische personages door onze streek wandelen. Karl Marx, die in Brussel verbleef, liet ik hier opdraven. Ook in Mijn België zit heel wat van de Kempen.”

Leerlingen van de lagere school op bezoek op De Diepte

Wat rouw met een huis doet

“Mijn vader kocht ons huis over van twee dames uit Antwerpen, die het als buitenverblijf hadden. Ik vermoed dat ze uiteindelijk het huis beu waren, of zeker het tuinonderhoud. Vader bracht er zijn café in onder. Hij liet het huis zoals het was, en bouwde er enkel een stuk bij aan.”

“Ik ben nu de horige van het huis geworden. Ik kan hier niet weg. Als ik voor iets terug naar Leuven moet, is de weerzin daar om te vertrekken. In dit huis komen alle herinneringen terug naar boven. Mijn ouders dwalen hier nog rond. Soms merk ik dat ik ‘s avonds tegen een van hun foto’s zit te babbelen. ‘Wat ben ik aan het doen?’, vraag ik me dan even af. Maar ik ben hier ook op de plek om Ti Van Schelle weer tot leven te wekken en terug naar de Kempen te brengen.”

“Het werken aan dat boek lijkt wat op wat Penelope deed terwijl Odysseus rondzwierf. Ze weefde het doodskleed voor haar schoonvader, en hield daarmee de vele mannen die haar hand begeerden op afstand. Elke dag weefde ze een deel, maar ’s nachts ontrafelde ze het werk weer. Zo won ze tijd. Ik schrijf de hele dag, en ’s nachts druk ik op de delete-knop. (lacht) Zo kan ik de dag nadien hier in De Diepte weer opnieuw beginnen.”

➽ Waarom koos je voor die dagboekvorm?

“Oh, het leek me een mooie, soepele vorm, om alle elementen die er ik verweef te integreren: hoe de natuur dat jaar veranderde, de actualiteit, kometen … Ik vond boven in een kast een boek uit 1873 over de sterrenhemel. Daarin wisten ze ook al wat er nu in het heelal plaatsvindt. Alleen was hun taal toen veel rijker.”

“Rond het huis in De Diepte is er veel natuur. Soms zie ik ’s ochtends een reetje knabbelen aan mijn favoriete struik. Mijn ouders werkten veel in de tuin. Ze hadden een vriendin, Riet, die veel heeft aangeplant en onderhouden. Ik sta nu heel de winter te snoeien. Nadien zie ik altijd wat meer structuur in de tuin. Riet heeft me een lijstje nagelaten van de planten uit de tuin. Een geheugensteuntje, om uit te zoeken wat er allemaal staat. Voordien heb ik er nooit in gewerkt, maar nu ontdek ik wat voor rust het biedt om bramen uit te trekken onder een zachte regen. Of om de agressie uit te leven en te hakken.”

Rust door rituelen 

➽ Je schrijft vertederend over de dorpskerk, het koor, de vieringen en de pastoor. Snak je soms naar de eenvoud van die rituelen?

“Op een zeker moment vroeg ik me af wat mijn ouders zouden willen? Daarom heb ik bij de pastoor voor hen jaargetijden aangevraagd. Het doet me deugd om hun namen dan te horen uitspreken. Het geeft me houvast.”

“Ik ken de kerk al van in mijn kleutertijd, toen ik met mijn grootouders mee naar de mis ging. Toen ik kunstgeschiedenis studeerde, ging ik vaak naar beroemde kerken voor hun koorbanken of voor de belangrijke schilderijen die er hingen. De rituelen die zich in de dorpskerk afspelen, hebben me persoonlijk geholpen. Ze brengen rust.”

“Ik heb hier in de kerk mijn ouders begraven. Mijn vader was een heel open, joviale man. Hij kende veel mensen. Ik dacht altijd dat de kerk vol zou zitten als hij ooit zou sterven. Alleen: hij stierf in het begin van de coronaperiode. Er mochten maar negen genodigden op de dienst aanwezig zijn, ver van elkaar gezeten. Bij de begrafenis van mijn moeder zat de kerk afgeladen vol – terwijl ze van nature zo timide was. Ik vermoed dat ze hem er in de hemel mee geplaagd heeft.” (lacht)

➽ Je moeder kwam in het woonzorgcentrum terecht in die coronatijd. Hoe blik je terug op alles wat jou – en ons – toen overkwam?

“Het lijkt inderdaad al zo lang geleden, maar alles werd toen zo anders. Niets mocht nog, en alle spontaneïteit die het leven de moeite maakt, was weg. Na de Eerste Wereldoorlog wilden de mensen zonder terug te blikken vooruit. Ze vergaten snel, maar mettertijd kwam alles terug. Dat overkwam me bij het schrijven ook. Alles was in die coronatijd moeilijk en zwaar. Zeker voor mijn moeder.”

Troost door mooie boeken

➽ Je grijpt in je boek terug naar kunst en literatuur om troost en houvast te vinden. Wat betekent iemand als Vladimir Nabokov voor jou?

“Ik vind hem een van de grootste schrijvers van de 20ste eeuw. Hij groeide als een verwende zoon van rijke ouders op in het keizerlijke Rusland. Zijn familie moest op de vlucht na de revolutie. Als vluchteling in Duitsland schreef hij nog in het Russisch. Voor de Tweede Wereldoorlog kon hij met een van de laatste boten ontsnappen naar de VS. Het lukte hem daar om genoeg Engels te leren om voortaan enkel nog in die taal te schrijven.”

“Nabokov werd beroemd met het schandaalboek Lolita. Maar ook in zijn andere boeken heb je altijd te maken met de onbetrouwbare verteller. Als lezer moet je er altijd voor op de hoede zijn. Hij is een meester in zijn beschrijvingen. Over vlinderjacht, bijvoorbeeld. Hij droeg bij aan de wetenschappelijke studie van vlinders en beschreef nieuwe soorten. Alles waarover hij schreef, wil je als lezer zelf gaan ervaren. Je krijgt er terug zin van om te leven.”

“Ik herlees graag boeken. Ik had ooit een gebroken hart, en gooide me opnieuw op het werk van Jane Austen. Daarin schuilt zoveel humor.”

Leen Huet bij de presentatie van Weerbots, hier naast uitgever Toon Horsten

Vrijheid

➽ Her en der schrijf je over het onzekere bestaan als schrijver. Heb je een manier gevonden om daarmee om te gaan?

“Ik had het in mijn boek over schrijven in de coronatijd. Ik werk al jaren als zelfstandige, en schrijf vaak voor musea. Corona legde al dat werk droog, en dat heb ik wel gevoeld. Het schrijverschap is een onzeker leven, maar ik doe gewoon door. Wat er onbetaalbaar aan is, is de vrijheid die je hebt. En je moet veel navigeren. Soms kom ik door het werk in contact met mooie instanties. Met de mensen van het Kasteel van Gaasbeek, bijvoorbeeld. Door het werk kom ik op veel plekken.”

“Maar ik werk in een klein land, met een klein lezerspubliek. Mijn Bruegelboek is ook in het Frans vertaald, dankzij de samenwerking van een Vlaamse en een Brusselse uitgeverij. Daar was ik heel blij mee. En daarnaast verschijnen er ook zoveel boeken dat lezers verdwalen in het immense aanbod. Ik ben blij dat Uitgeverij Tarza  Weerbots uitbracht. Hun idee om slechts twaalf boeken per jaar uit te brengen, vind ik prijzenswaardig.”

“En de kranten recenseren nog zelden Nederlandstalige boeken. Frustrerend voor uitgevers, want hoe weten lezers dan nog wat interessant is? Je hebt daarnaast nog wel literaire websites, maar hun artikels komen vluchtiger over die op papier.”

Leen las nog een stukje voor uit Weerbots. De mensen rond de tafel strooien met complimentjes voor haar mooie beschrijvingen en haar speels, maar precies taalgebruik. “Van mijn vader erfde ik de levensvreugde”, zegt Leen, “al mocht het in mijn geval misschien meer zijn. En van mijn moeder het plezier in geschiedenis. Met de keuze van de titel heb ik ook een Kempense uitdrukking van mijn moeder in het boek gesmokkeld. Moedertaal.”

Meer

Weerbots

is de koop bij de Standaard Boekhandel in de buurt

De lijst van Leen

De boeken van Leen vind je op haar website en in de boekhandel. In de bib van Merksplas vind je enkele boeken.

Martial Van Schelle in een podcast

In afwachting van Leens biografie, kan je alvast de podcast beluisteren van Gids 53 over Van Schelle:

Reageer

Back to top button