Een seventies-keukenwandje moet nog een muur vinden, een paar acteurs komen aanwaaien en technici worstelen nog met het licht. Zo ziet theater eruit voordat het theater wordt.
Het Heidebloempje brengt binnenkort Stoelendans, een vertaling van Alan Ayckbourns klassieker Absurd Person Singular door Bert Vannieuwenhuyse. De regie is in handen van Dominic Depreeuw.
Die kennen we vooral als voormalig reporter bij RTV, als nieuwslezer bij Nostalgie en bij Radio 1. Maar woensdagavond staat hij niet achter een nieuwsdesk. We vinden hem in een boerderijschuur op Koekhoven, vlak naast het fietspad naar de Wolfstraat. Terwijl de acteurs binnenkomen, de decorbouwers nog sleuren en de technici het licht afstellen, vertelt Dominic over zijn Kempense theaterwortels, het vak van regisseur en de dunne lijn tussen een scherpe lach en menselijke tragedie.
Je puberde – als ik me niet vergis – bij Teater 42, het jongerengezelschap van de Turnhoutse Warande, in de jaren 80. Veel talent kwam uit die kweekvijver: Koen De Bouw, Chris Nietvelt, Luc Nuyens … Voelde het theater toen al aan als een bijzondere omgeving?
Dominic: “Het was wel een bijzondere en waardevolle omgeving, vind ik. Maar je beseft dat pas later. Toen was dat allemaal heel vanzelfsprekend. Je was daar, je deed dat gewoon.
Pas later heb ik doorgekregen hoeveel je eigenlijk in jezelf hebt opgenomen door zoveel in de Warande aanwezig te zijn en daar rond te lopen. Langs een tentoonstelling die er staat, bijvoorbeeld, of door stiekem mee te kijken naar een voorstelling die er speelt. Het maakte dat er later geen drempel meer was om cultuur voluit te beleven. Dat is evidentie geworden, want dat voelde toen ook als evident. Pas later zie je wat een waardevolle voedingsbodem dat was.”
Was er toen al sprake van een soort speelmicrobe?
Dominic: “Zeker wel. Maar als puber bekijk je dat natuurlijk anders. Je doet dat zonder er veel over na te denken. De goesting om dat te doen was er absoluut. En uiteindelijk ben ik met theater bezig gebleven, hoewel ik daar nooit een formeel einddiploma in heb gehaald. Ik denk dat ik als achttienjarige ook een beetje de denkfout heb gemaakt van: theater is er al, dus daar moet ik mij verder niet meer op toeleggen. Je ziet dan nog niet echt het onderscheid tussen waar je op dat moment mee bezig bent en professioneel daarmee bezig zijn. En daar zit natuurlijk nog een groot onderscheid tussen.
Mijn interesse voor radio en televisie was toen nog groter dan die voor theater. Ik ben in Brussel aan een opleiding begonnen aan het RITCS en heb daarna Communicatie gestudeerd. Dat was meer de richting waarnaar mijn neus stond.
Toch is theater altijd opnieuw op mijn pad blijven komen. Ik heb mij daar uiteindelijk ook wel verder in bekwaamd. Ik heb nog een aantal opleidingen en losse cursussen gevolgd, onder andere in Tilburg. En ik heb veel opgestoken van de regisseurs waarbij ik zelf heb gespeeld.”
Kun je je een rol of voorstelling uit die tijd herinneren die is blijven hangen?
Dominic: “In de periode van Teater 42? Ik heb veel goede herinneringen aan allerlei projecten waar ik deel van uitmaakte. Maar in die eerste jaren was ik zelf nog te jong voor dragende rollen. Ik ben daar begonnen toen ik 10 was!
Op een bepaald moment vielen we zonder artistiek leider en toen zijn we met een paar mensen zelf verdergegaan. Dat was ook wel een heel leerzaam proces, ook over groepsdynamiek. Maar ik kan niet echt één rol noemen waarvan ik zeg: ja, dat is nu echt blijven hangen.”
Wanneer ging het voor jou van spelen naar regisseren?
Dominic: “Mijn eerste regie was van 2006. In Schoonbroek, bij het gezelschap Foesleur. Dat is ondertussen ook al twintig jaar geleden. Daarna is het eigenlijk beginnen rollen. Ik heb ondertussen een stuk of tien producties gedaan, denk ik. Niet permanent, maar soms wel, soms niet. En blijkbaar begint je naam dan wat rond te gaan. Mensen kennen je op den duur in die hoedanigheid en dan komt er al eens een vraag.
Met Theater Scorpio in Turnhout heb ik Lowie heeft een engel gezien gespeeld. Dat was eigenlijk een project dat ik zelf in gang had gezet. Ik had dat ooit van een Nederlands duo gezien en dacht: dat wil ik eigenlijk zelf ook wel eens doen. Dat lijkt mij wel tof. Dat is bijvoorbeeld wel iets wat ik als een hoogtepunt zie. Niet zozeer één rol, maar heel dat ding. We hebben daar ook wat mee kunnen rondtrekken. Ik denk dat we die voorstelling toch een keer of dertig gespeeld hebben, tot in Nederland toe. En we streden er dan ook nog mee voor het Landjuweel.”

Een komedie over macht en aanzien
Stoelendans dateert uit het begin van de jaren 70. Wat is er verouderd en wat voelt verrassend actueel?
Dominic: “Actueel blijft natuurlijk de verhouding tussen mensen, hoe mensen zich gedragen en hoe ze met elkaar omgaan. Eigenlijk gaat het een beetje over machtsverhoudingen en over het spel van aanzien proberen te verwerven en te verliezen.
Het zijn drie kerstfeestjes na elkaar. Drie koppels nodigen telkens elkaar uit. We beleven die feestjes in de keuken van het koppel dat op dat moment uitnodigt. En wat er tussen de regels speelt, is dat die mensen elkaar ook een beetje nodig hebben.
De ene werkt bij de bank en de andere heeft daar een lening nodig. Een andere is architect en die wil dan weer aangenomen worden voor een project. Dat wordt allemaal een beetje tussendoor gezegd.
En de clou is eigenlijk dat degene op wie in het begin wordt neergekeken, na een aantal jaren degene is die veel succes heeft. Die heeft dan bijna de macht om de anderen een beetje neer te halen.
De twee andere mannen die in het begin nogal hoog van de toren blazen, zijn dan van hun sokkel gedonderd.
Het doet me soms denken aan Fawlty Towers. Hoe dat opgebouwd is en het type humor. En Fawlty Towers gaat nog altijd mee. Het is gewoon een goedgemaakte komedie.”
“Verouderd? Er zijn niet zoveel dingen waarvan je denkt: dat kan vandaag echt niet meer. Bij veel oude stukken is een vaste telefoon bijvoorbeeld een cruciaal element. En dat voelt dan verouderd aan. Dat heb je hier eigenlijk niet. Er is wel één ‘oud’ ding dat we erin hebben gelaten. Een van de personages doet in een scène voortdurend de ene zelfmoordpoging na de andere. Op een bepaald moment steekt ze haar hoofd in een oven. De suggestie is dat dat een gasoven is. Dat is natuurlijk niet meer van deze tijd, ovens op gas. Maar goed, dat hebben we toch zo gelaten. Onder meer omdat die oven ook op een andere manier van tel is in de dialogen.”
Als ik het goed begrijp, is het dus eigenlijk een soort tragedie, maar dan wel een tragische komedie?
Dominic: “Ik denk dat het in eerste instantie als komedie bedoeld is. Maar er zit wel zo’n beetje een wrange, schurende ondertoon aan.
De tragiek zit eigenlijk in het verhaal zelf, in hoe het verloopt. Maar het opzet van deze ploeg is vooral om de mensen een leuke avond te bezorgen. Dus waar er potentieel een grap zit, hebben we die wel proberen mee te nemen.”
De Britse humor, de klassentegenstellingen en de kerstsfeer zitten er dus nog allemaal in?
Dominic: “Ja. We zijn eigenlijk behoorlijk trouw gebleven aan de tekst. Mits een aantal schrappingen natuurlijk. Op een bepaald moment merk je: ja, die zaken doen er eigenlijk niet meer toe.
We hadden ook het geluk dat we een redelijk goede vertaling ter beschikking hadden. Ik kan me enorm ergeren aan zo’n vertaling waarbij het Engels gewoon letterlijk naar het Nederlands is omgezet en totaal niet bekt. En zo gaan er veel rond! Dan kan ik het niet laten om bijna alles toch nog te herschrijven.
Dat is mij deze keer gelukkig bespaard gebleven. Er was al iemand behoorlijk mee aan de slag gegaan.”
Stoelendans staat bekend als een vrij toegankelijke komedie. Is het dan een uitdaging om de humor goed te laten werken?
Dominic: “Dat komt stap voor stap door de interactie over en weer tussen de regisseur en de spelers. Je probeert samen iets uit en het is dan aan mij om te zien of we het goed aanpakken, of het op een andere manier beter tot zijn recht komt. Ik probeer vooral de spelers te helpen om betekenis te geven aan wat ze doen. Dat ze goed weten wat ze staan te doen en waarom dat in het verhaal zit.
Als de situatie heel duidelijk is en het commentaar dat in die situatie zit ook duidelijk is, dan komt de humor meestal vanzelf naar boven.
Het is niet van: nu loopt gij tegen een paal en dat is grappig. Het is geen Jacques Vermeire-humor. In het verhaal zitten genoeg situaties die op zichzelf al grappig zijn. Dat iemand bijvoorbeeld ontslagen wordt, is op zich natuurlijk niet grappig. Maar binnen de context waarin het gebeurt wel.
En er is ook dat contrast met die zelfmoordpogingen. Die vrouw probeert zich voortdurend van het leven te beroven. Bijna iedereen staat daar rond en niemand heeft dat door. Ja, uit dat contrast ontstaat humor.
Bovendien zit bij deze voorstelling veel van de humor in het gegeven dat het publiek slimmer is dan de personages, zogezegd. Het publiek ziet wat er gebeurt en de personages zijn daar onwetend van.”

Less is more, ook in de keuken
Je speelt in drie keukens, in drie verschillende jaren. Dat vraagt nogal wat van decor en techniek.
Wat geen functie heeft, laat je beter weg. Dominic Depreeuw
Dominic: “Ik ben altijd van het principe ‘less is more’. Ik vertrek altijd van het idee: wat moet er op de scène staan en wat heeft geen functie? En als het geen functie heeft, laat het dan weg.
Dikwijls is de suggestie interessanter. Met een paar elementen kun je veel meer sfeer creëren.
In dit geval heb ik daar wel wat van moeten afwijken. De tekst en de situaties vragen toch om concrete deuren en concrete objecten die mensen moeten kunnen vastnemen. Dus daarom zijn we gegaan voor een duidelijke keuken. Maar ik probeer het toch wat te stileren. Ik ben niet van plan om hier drie wanden te timmeren, daar behang tegen te plakken en een volledig ingerichte keuken neer te zetten. Dat dient tot niks.”
En jullie spelen op locatie.
Dominic: “Ook dat speelt mee in de keuze voor scenografie. We zitten in een schuur, dus het is onnozel om dat weg te steken.”
Waarom was de keuze eigenlijk op die locatie gevallen?
Luc Rieberghs (die er intussen bij kwam zitten): “Ten eerste: als je drie verschillende keukens moet doen, heb je toch nogal wat spullen nodig. In een zaal is dat al een hele uitdaging.
En er was ook nog een datum weggevallen. Dus ik ben eigenlijk sowieso vertrokken van het idee: dit stuk leent zich voor op locatie. We zijn dan gewoon beginnen zoeken. Ik ben daar toch een dikke zes maanden mee bezig geweest. Uiteindelijk hebben we wel iets prachtigs gevonden. En het is ook fijn dat we hier veel mogen. We zitten hier al weken te repeteren. Dat was allemaal in orde.”
Dominic: “Dat is eigenlijk dikke luxe. Dat je al zo lang in je decor kunt spelen, is een heel luxe positie. Normaal zit je pas de laatste twee weken in je decor en dan heb je toch altijd een beetje een terugval. Hier hebben we dat veel minder. We zitten hier al vanaf begin september.”

Wanneer laat je de voorstelling als regisseur los?
Dominic: “Vanaf de première is het stuk echt van hen. Ik ga nog wel eens een paar keer kijken en dan durf ik af en toe nog wel eens iets zeggen dat mij opvalt. Maar eigenlijk geef je het bij de première af.”
Wat is erger voor jou: een acteur die te weinig doet of eentje die te veel doet?
Dominic: “Iemand die te weinig doet. Daaraan moet je duwen, trekken en pompen. Iemand die klein speelt, ook al is het nauwkeurig, is vaak niet interessant. Dan is het veel boeiender om iemand te zien die vol vuur de mist in gaat. Iemand die te groot speelt, kun je wat temperen. Maar iemand die te klein speelt, krijg je niet zomaar opgepompt.”
Wanneer pakt de mayonaise?
Wanneer weet je tijdens een repetitie: nu zit het goed?
Dominic: “Grotendeels is dat toch op het gevoel. Ik kijk natuurlijk ook wel naar dingen als: klopt het, is het geloofwaardig, klopt de interne logica? En naar puur praktische zaken als: is het verstaanbaar? Maar weten of het echt goed zit, is toch vooral een gevoel. Je voelt dat de mayonaise pakt, of zo.
Het gebeurt ook dat je voelt: we zijn er nog niet. En dan is het wat zoeken, ook voor mezelf. Ik heb ook niet voor alles de techniek in huis om heel precies te zeggen: doe nu dit, doe nu dat. Dan is het wat uitproberen om het toch juist te krijgen.”
Je werkt met een amateurgezelschap. Heeft dat nog specifieke voordelen?
Dominic: “Ja. Een amateurensemble kan nog veel volk op de scène zetten. Dat wordt in de professionele wereld moeilijker, gewoon door de centen.
En een interessant verschil vind ik dat een amateurgezelschap bestaat uit mensen die dit in hun vrije tijd doen. Overdag zijn dat leerkrachten, bankiers, loodgieters … Allemaal mensen met hun eigen dagjob en hun eigen netwerk. Als er iets nodig is, kan vaak iemand zeggen: ik ken wel iemand die dat kan, of ik kan dat misschien zelf meebrengen. De praktische waaier van een amateurgezelschap is daardoor veel breder.
Een professioneel gezelschap bestaat vooral uit mensen die theater gestudeerd hebben. Die zijn daar uiteraard veel beter in, maar ze zitten ook wat meer in een bepaalde niche.”
Als je jezelf vandaag als regisseur bekijkt, herken je dan nog de jongen die ooit bij Teater 42 op het podium stond?
Dominic: “Nee, dat zijn twee verschillende personen – al klinkt dat wat schizofreen. Zonder mezelf op de borst te willen kloppen: ik denk dat ik sindsdien toch wel gegroeid ben. Ik heb inhoudelijk, artistiek en technisch wel wat kennis bijgekregen.
Je leert dingen zien als regisseur. Je leert oplossingen zien. En ook hoe je mensen kunt begeleiden. Regisseren is toch vooral een richting bepalen. Wat zegt dat stuk? Wat is er interessant? Waar zit de kern? Hoe zetten we dat om in beeld?
Dergelijke zaken heb ik door de jaren heen wel bijgeleerd. In het begin deed ik veel intuïtiever aan toneel. Nu heb je toch wat meer een besef van kwaliteit. Je hebt vooraf al een idee waaraan de voorstelling zou moeten voldoen. Je hebt beter door: dit zou het moeten zijn. Dit is iets waar we naartoe moeten. Dat was vroeger allemaal wat meer vrijblijvend, denk ik.”
Nog tickets? Snel wezen!
Het Heidebloempje speelt Stoelendans in de schuur aan Koekhoven 3, op
- vr 16 okt, 20 u.
- za 17 okt, 20 u.
- zo 18 okt, 14 u.
- wo 21 okt, 20 u.
- vr 23 okt, 20 u.
- za 24 okt, 20 u., en
- zo 25 okt, 14 u.
Tickets kan je bestellen op de website van Fanfare SW. Op sommige dagen zijn er maar enkele stoelen meer vrij. Ga er maar vanuit dat al meer dan 80% van alle zitjes verkocht is.



