Meer Europese samenwerking moet geneesmiddelentekorten wegwerken
In België alleen al gaat jaarlijks meer dan 5 miljard euro naar de terugbetaling van geneesmiddelen via de ziekteverzekering (RIZIV). Toch krijgen patiënten nog veel te vaak te horen dat hun medicatie tijdelijk niet beschikbaar is. Dat blijft voor mij moeilijk te begrijpen. Geneesmiddelen zijn geen luxeproducten, maar een basisvoorwaarde voor goede en toegankelijke gezondheidszorg.
België staat daarin trouwens niet alleen. Volgens het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) werden in 2023 in bijna alle lidstaten tekorten gemeld, vooral bij antibiotica, pijnstillers en geneesmiddelen voor chronische aandoeningen. Dat toont aan dat het probleem structureel is en om een Europese aanpak vraagt.
Geen interne markt voor kritieke geneesmiddelen
Het is toch niet te vatten dat een land binnen onze eigen Europese Unie zonder een bepaald antibioticum kan vallen, terwijl datzelfde geneesmiddel nog wel voorradig is in een andere lidstaat. We hebben een interne markt voor telecom, voor energie en voor goederen, maar niet voor kritieke geneesmiddelen. Dat moeten we dringend rechtzetten.
Ook levensnoodzakelijke behandelingen blijven niet gespaard. Zo meldde het FAGG in juni 2023 nog een onbeschikbaarheid van het kankergeneesmiddel Hydrea in ons land. Zulke situaties mogen we niet blijven aanvaarden.
De Kritieke Geneesmiddelenwet als keerpunt
Om deze tekorten beter te voorkomen, stelde de Europese Commissie in 2025 de Kritieke Geneesmiddelenwet (Critical Medicines Act – CMA) voor. Die moet zorgen voor een brede beschikbaarheid van betaalbare geneesmiddelen voor patiënten én tegelijk een stabiel en voorspelbaar investeringsklimaat creëren voor de industrie.
Ik volg dit dossier al geruime tijd van nabij en ben blij dat het Europees Parlement nu een ambitieus mandaat heeft goedgekeurd. De afgelopen jaren hebben we aan den lijve ondervonden hoe cruciaal kritieke geneesmiddelen zijn voor de strategische autonomie van de Europese Unie. Onze ambitie weerspiegelt die realiteit en komt zowel de beschikbaarheid als de betaalbaarheid van geneesmiddelen voor de patiënt ten goede.
Europese coördinatie en strategische voorraden
Het Parlement pleit voor een EU-breed coördinatiemechanisme dat nationale voorraden van kritieke geneesmiddelen in kaart brengt en opvolgt. Daarnaast willen we ook zogenaamde contingency stocks: strategische voorraden voor onvoorziene omstandigheden en crisissituaties.
Dat is een zeer belangrijke stap vooruit. Dankzij gezamenlijke monitoring kunnen we bij dreigende tekorten sneller ingrijpen. Overschotten in de ene lidstaat kunnen dan efficiënt worden ingezet om tekorten in een andere lidstaat op te vangen. In eerste instantie moet dat via overleg en samenwerking tussen de lidstaten gebeuren. Maar het Parlement vraagt ook een echte “crisisknop”: in uitzonderlijke situaties moet de Europese Commissie, als allerlaatste optie, kunnen ingrijpen om een herverdeling van geneesmiddelen op te leggen wanneer de volksgezondheid ernstig in gevaar komt.
Samen aankopen werkt
Een van de krachtigste hefbomen zit voor mij in gezamenlijke aankopen. Lidstaten kunnen vandaag al beslissen om geneesmiddelen samen aan te kopen, en tijdens de covidcrisis hebben we gezien hoe krachtig dat instrument kan zijn. Dat systeem willen we nu verder uitbouwen, met lagere deelnamedrempels en een actievere coördinerende rol voor de Europese Commissie.
Samen onderhandelen is nu eenmaal efficiënter en leidt vaak tot betere voorwaarden en lagere prijzen. Zeker voor kleinere lidstaten kan dit meteen ook de beschikbaarheid van geneesmiddelen vergroten. Hier ligt volgens mij de grootste mogelijke doorbraak.
Investeren in Europese productie
Daarnaast pleit het Parlement voor de oprichting van een Critical Medicines Security Fund in de volgende meerjarenbegroting van de Europese Unie. Dat fonds moet gericht ingezet worden voor investeringen in Europese productiecapaciteit en voor het aanleggen van crisisreserves van kritieke geneesmiddelen.
Zo maken we ons minder afhankelijk van productie buiten Europa en bouwen we stap voor stap aan een sterker, robuuster en autonomer Europees geneesmiddelenbeleid.
Europese solidariteit met concrete gevolgen
Met deze voorstellen kiest het Parlement duidelijk voor meer Europese solidariteit én meer slagkracht. Door samen aan te kopen en door de Europese Unie een sterke coördinerende rol te geven, verkleinen we de kans dat mensen bij de apotheker of in het ziekenhuis te horen krijgen dat hun medicijn niet beschikbaar is.
Tegelijk creëren we een hefboom om geneesmiddelen structureel betaalbaarder te maken voor patiënten en overheden. Daarom vragen we ook dat lidstaten zich bij gezamenlijke aankopen sterker focussen op Europese producenten. Zo ondersteunen we onze eigen industrie en bouwen we aan een onafhankelijk en toekomstgericht Europees geneesmiddelenbeleid. Daar zullen we allemaal de vruchten van plukken.
Nu zowel het Parlement als de lidstaten hun standpunt hebben ingenomen, kunnen de onderhandelingen van start gaan. Ik zal dit dossier van nabij blijven opvolgen, met één duidelijke doelstelling: ervoor zorgen dat geen enkele patiënt in Europa nog zonder noodzakelijke medicatie valt door een gebrek aan samenwerking.


