Op een zonnig terras zit een vrouw die twee jaar geleden nog nooit een gemeenteraad van binnen had gezien. Nu is ze schepen. Dat ging snel – sneller dan zijzelf had verwacht, zegt ze er meteen bij.
Voor de rest van Merksplas begon het in april, met een persbericht: Kris Govers nam ontslag als schepen voor Leefbaar Merksplas. Zijn opvolgster heette Hanne Pelckmans, en met haar ging er niet alleen een flinke hap jaren van de gemiddelde leeftijd in het college af – er zaten voortaan ook meer vrouwen dan mannen in.
Sinds juli is het officieel, al klinkt ‘officieel’ bij Hanne niet meteen als het juiste woord. Ze is voortaan bevoegd voor sport, landbouw, plattelandsbeleid en mobiliteit — vier werelden die, zo blijkt al snel, verrassend veel met elkaar te maken hebben. We spreken haar over haar nieuwe leven, dat voor haarzelf intussen alweer vertrouwd aanvoelt — nuchter en spontaan, bij een rozenbottelthee op het terras van De Rik.
Je bent nog maar pas gestart als schepen, nadat je ook nog geen twee jaar lang in de gemeenteraad zat. Wat heeft je tot nu toe het meest verrast aan de politiek achter de schermen?
Hanne: “Goh, ik had er vooraf eigenlijk niet echt een concreet beeld van. Mijn grootmoeder (Annie Verheyen, n.v.d.r.) is wel gemeenteraadslid geweest, maar ik had niet van tevoren uitgedacht: zo en zo ga ik het aanpakken. Ik heb het vooral op me af laten komen. Gemeenteraadslid worden was direct de bedoeling, maar het schepenambt is echt sneller op mijn pad gekomen dan verwacht.
Wat me het meest is meegevallen, is de samenwerking. De sfeer in het college en met de mensen met wie ik werk, is heel positief en verloopt erg vlot. Tijdens de vakantieperiode zeiden ze me allemaal dat het nu een stuk rustiger is dan door het jaar, maar tot hiertoe valt het me 100% mee. Ik heb al een vast ritme: op maandag ben ik altijd aanwezig op het gemeentehuis. Zo kan ik heel kort schakelen met Raf (Verheyen, schepen – n.v.d.r.), van wie ik heel wat bevoegdheden heb overgenomen. We delen zelfs twee bureaus met alle schepenen. Die maandagen zijn ideaal om alles voor te bereiden voor het college op dinsdag, zodat je helemaal mee bent met de laatste updates van alle lopende dossiers.”
Voelde je dat je als nieuwbakken gemeenteraadslid voldoende gehoord werd in de meerderheid?
Hanne: “Ja, absoluut, dat was geen enkel probleem. De voorvergaderingen zijn voor onze partij heel belangrijk. Op de gemeenteraad zelf geven de bevoegde schepenen meestal de toelichting, maar in de voorvergaderingen kunnen we met alle vragen bij iedereen terecht. Iedereen denkt mee om oplossingen te vinden, en als je je ergens in wilt verdiepen, krijg je daar alle informatie voor.”
Je neemt met je bevoegdheden een deel van de dossiers van Kris Govers (de Cees) en Raf Verheyen op. Is het geen uitdaging om in hun voetsporen te treden?
Hanne: “Ik weet dat ik altijd bij hen terechtkan met al mijn vragen. Het zijn absolute ervaringsdeskundigen. Wat Cees al die jaren voor de sport heeft gedaan, dat is fantastisch, dat moet je gewoon op handen dragen en meenemen. Maar tegelijk denk ik dat iedereen er toch ook zijn eigen persoonlijkheid en eigen accenten aan moet geven.”
“Niet alleen mijn eigen portefeuille boeit me”
Wat voor schepen wil jij eigenlijk worden? Een inhoudelijke dossierkenner, een bruggenbouwer, of iemand die al eens voor haar mening uitkomt?
Hanne: “Ik denk dat het bij mij een combinatie wordt. Ik ben ook echt geïnteresseerd in het totale plaatje, niet alleen in mijn eigen bevoegdheden. Wat er nu op de Kolonie met De Krinkel allemaal gebeurt, het lopende Leaderproject, de dossiers rond bouwen… Dat boeit me allemaal. Ik zat eerder bijvoorbeeld ook al in het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst. Ik belandde daarin zonder ervaring. Nu zit het niet meer in mijn portefeuille, maar ik vind het heel leerrijk dat ik dat binnen het college nu verder van nabij kan volgen.”

Heb je thema’s waar je echt je tanden in wil zetten?
Hanne: “Mobiliteit is er zo één. Dat is zoiets dynamisch, dat is nooit ‘af’. We moeten daar zoveel mogelijk aan doen om een positieve evolutie te zien. Een fietspad zoals op de Steenweg op Weelde is natuurlijk heel concreet; daar is al jaren door heel wat mensen hard aan gewerkt en dat wordt nu eindelijk werkelijkheid. Maar er blijven nog punten in Merksplas die we moeten aanpakken. We hebben daar gelukkig tools voor: systemen die registreren waar ongevallen gebeuren, zodat je precies ziet wat de conflictzones zijn. Daar moeten we de focus op leggen.”
Bagage: ondernemersgeest en praktijkervaring
Wat breng jij als relatief jonge schepen én ondernemer binnen in een college met veel ervaring?
Hanne: “Mijn ondernemersgeest en de praktijkervaring uit het landbouwbedrijf. Ik ben zelfstandige in de melkveehouderij, dus ik neem die blik mee. Maar even goed het menselijke aspect: op individueel niveau meedenken met inwoners of ondernemers die iets willen realiseren, en op maat kijken wat er mogelijk is.
In het college is het fijn dat Raf en ik vanuit de landbouw een goede visie hebben, maar ik breng misschien weer net een andere invalshoek mee. Soms moeten kortetermijnzaken snel opgelost worden, maar je moet ook altijd die langetermijnvisie bewaren. Je kunt niet zomaar voor een aanzienlijk budget snel iets wegzetten als je het later weer helemaal moet veranderen.”
Je bevoegdheden lijken uiteen te lopen: landbouw, sport, mobiliteit en plattelandsbeleid. Zie je daar een rode draad in?
Hanne: “Jazeker. Neem nu sport en plattelandsbeleid: sport gebeurt niet enkel binnen de sporthal of de sportzone. Je hebt heel wat fiets- en wandelroutes en toertochten die pal door het agrarisch gebied lopen. Die functies moeten op hetzelfde moment hetzelfde terrein delen. Daar zie ik een hele duidelijke link. En daar koppel je mobiliteit automatisch aan vast: hoe bewegen sporters, landbouwers en recreanten zich veilig over dat platteland?”
Kansen benutten met infrastructuur
Als we kijken naar sportinfrastructuur: Merksplas staat er goed voor, maar zijn er concrete zaken waar je mee bezig bent?
Hanne: Onze Sportraad werkt heel goed, dat is een fijn overlegorgaan. De link met het verenigingsleven is snel gelegd en we willen de verenigingen zo goed mogelijk ondersteunen.
We kijken ook hoe we de bestaande infrastructuur nog slimmer en breder kunnen benutten. Kijk maar naar Merksplas Feest, de Retro of de springkasteelnamiddagen: die maken ook gebruik van de sportinfrastructuur, en dat moet kunnen. Onderhoud blijft natuurlijk een jaarlijks terugkerend punt. Er staat heel mooie infrastructuur, maar die moet je goed onderhouden.”
“Iets waar we nu bijvoorbeeld voorzichtig over nadenken, is het BMX-parcours aan de sporthal. Het zou fijn zijn dat we een manier kunnen vinden om ook in dit hoekje van de sportzone weer wat leven in te blazen.
Wat het openwaterzwemmen betreft – waar Cees het al vaak over had – merken we dat de hogere overheid het kader nu sneller aan het uitwerken is. Zodra die wetgeving er is, moeten we bekijken hoe we dat in Merksplas praktisch kunnen organiseren.”
Meedenken op maat
Landbouwers vragen om rechtszekerheid, maar de regels veranderen voortdurend. Wat kan de gemeente daarin betekenen?
Hanne: “Binnen de grenzen van wat wij als gemeente met de geldende bovenlokale regelgeving kunnen doen, proberen we landbouwers maximale ondersteuning te bieden. Als de hogere regelgeving onzeker is, maakt dat onze marge natuurlijk ook kleiner. Maar bij elke aanvraag proberen we echt op het niveau van dat bedrijf mee te denken.
Een ander mobiliteitspunt bij de start van het schooljaar: de gemachtigde opzichters en de veiligheid aan de scholen. Hoe staat het daarmee?
Hanne: “We zijn ontzettend blij dat er zich een aantal nieuwe vrijwilligers hebben gemeld als gemachtigd opzichter. We willen er echt naar streven om de zebrapaden structureel te bemannen. Als ouders weten dat er iemand staat, sturen ze hun kinderen met een gerust hart langs die route. Aan het einde van vorig schooljaar was het soms puzzelen om alle posten bezet te krijgen. We zijn die vrijwilligers – en ook de scholen die actief meedenken – enorm dankbaar.
Als we kijken naar de veiligheidskaart van Merksplas, zijn we over het algemeen een erg veilige gemeente. De vrijliggende fietspaden in ons dorpscentrum zijn iets waar andere gemeenten ons voor benijden. Maar de cijfers tonen wel specifieke punten waar relatief vaak kleine aanrijdingen of materiële schade zijn, zoals op het kruispunt van de Leopoldstraat met de Schuttershofstraat, of op het einde van Koekhoven aan de Steenweg op Merksplas. Dat zijn locaties die onze aandacht vragen.
Je keek, vóór je verkozen raakte, uit naar de aanpak van dat laatste kruispunt. Maar nu staat het niet langer op de lijst van het Agentschap Wegen en Verkeer?
Hanne: “Inderdaad, dat project wordt voorlopig nog niet uitgevoerd. Waarschijnlijk gaat een flink deel van het Vlaams budget naar Oosterweel. Jammer voor vele gemeenten, want er zijn veel plekken waar werken nodig zijn en waar soms al heel wat voorbereiding is gebeurd.”
Tussen grenzen en dorpskern
“Plattelandsbeleid” is een materie die voor het eerst naar een schepen gaat. Wat versta jij daar precies onder voor Merksplas?
Hanne: “Voor mij is het platteland alles wat zich bevindt tussen de dorpskern en onze gemeentegrenzen. Ik link het persoonlijk snel aan landbouw, maar het is veel breder: het zijn de trage wegen, de bosbouw, de waterlopen, de akkers en het buitenleven in het algemeen. Het gaat erom dat we die open ruimte tussen de dorpskern en de grenzen van Merksplas goed beschermen en koesteren. Binnen de dorpskern moet er geleefd en gebouwd kunnen worden, maar de open ruimte daarrond willen we bewust groen en landelijk houden. Met onze Ruimtelijke Uitvoeringsplannen (RUP’s) proberen we daar structuur in te brengen.”

Wat dreef je om nu schepen te worden?
Hanne: “Het is op een heel natuurlijke manier samengekomen. Toen mijn grootmoeder stopte en de kans kwam, heb ik er goed over nagedacht. Thuis werk ik op het landbouwbedrijf samen met mijn broer en ouders. Die zie ik natuurlijk elke dag, maar het sociale aspect miste ik soms een beetje.
De combinatie met het gemeentehuis, de ambtenaren, het college en de contacten met de inwoners brengt heel veel sociale dynamiek. Dat vind ik enorm fijn. Naast het werk en het beleid volleybal ik nog één keer per week met een wedstrijd in het weekend. En ik probeer nu dorpsactiviteiten en verenigingen te bezoeken als een nieuwe hobby. Daarnaast heb ik ook nog een vriend die de nodige tijd verdient (lacht). Het is een drukke combinatie, maar ik ben blij met hoe de afgelopen maanden zijn verlopen en kijk met veel goesting naar de toekomst!”



