Het raakte al eerder bekend, en maandag is het zover: dan zwaait de gemeenteraad schepen Kris Govers uit, en draagt hij – zo de raad het beslist – voortaan de titel van ‘ere-schepen’.
Vijfentwintig jaar was hij schepen in het dorp. Dat combineerde hij met activiteiten in de bouw, en sport, veel sport. Of dat uithoudingsvermogen voor triathlons of zijn deelname aan de Marathon des Sables ook iets betekende voor zijn politieke leven? “Als de draadjes naar het kopje marcheren, dan kan je veel aan.”
In april diende je je ontslag in als schepen. Wat was de doorslaggevende reden?
“Eigenlijk speelde dat al een tijdje in mijn hoofd. Vorig jaar, ergens in november, begon ik er serieus over na te denken. Het werd allemaal wat veel. Ik sport nog intensief, ik werk nog enkele dagen per week en dat doe ik ook graag. Maar vooral die vele avondvergaderingen begonnen door te wegen. Zeker in de winter, wanneer je overdag gewerkt hebt en ’s avonds opnieuw de deur uit moet.”
“Daarnaast is er thuis ook meer rust gekomen: ik merk dat ik ’s avonds graag samen in de zetel zit. Op een bepaald moment voel je gewoon dat het genoeg geweest is. Vijfentwintig jaar is niet niks. Tijd voor een beetje rust in de kop!”
“En de dood van een van mijn beste vrienden speelde ook mee: het leven is te kort om geen tijd te maken om ervan te genieten.”
Verrassing en reacties binnen de ploeg
Hoe reageerden je collega’s binnen de partij?
“De meesten waren toch wel verrast, ook Frank Wilrycx toen ik het hem als eerste zei. Natuurlijk denk je dan ook meteen na over opvolging. Monique Quirynen had al eerder gezegd dat ze in 2028 zou stoppen, dus binnen de ploeg waren we sowieso bezig met de toekomst. Dan wordt er verder gekeken wie welke verantwoordelijkheid kan opnemen.”
Speelden er nog andere redenen mee?
“Ja, toch wel. De werkzaamheden aan het hotel in de Kolonie hebben de voorbije jaren veel van mijn tijd gevraagd. Ik ben daar heel intensief mee bezig geweest. Dat lijkt voor buitenstaanders misschien gewoon wat overleg tussen architecten en aannemers, maar er kruipt enorm veel werk in. En je moet als schepen toch een beetje opboksen tegen de rest. Bovendien gaat het altijd over belastinggeld – en ik durf zeggen dat ik daar toch veel centjes heb bespaard. Die dossiers hebben me de voorbije twee jaar bijzonder veel energie gekost.”
Dankbare sport
Zijn er projecten waar je met bijzondere trots op terugkijkt?
“Sport blijft voor mij natuurlijk een heel dankbaar domein. Gisteren maakte ik voor het laatst de Sportraad mee en daar kreeg ik nog enkele kaartjes van verenigingen en leden van de sportraad. Dat heeft me toch geraakt.”
“Als ik kijk naar wat we in 25 jaar gerealiseerd hebben, dan denk ik aan de sporthal, de sportterreinen, de padelvelden, de mountainbike-, de ruiter- en de wandelroutes. Dat zijn zaken waar mensen elke dag gebruik van maken. Dat geeft voldoening.”
Heb je nog getwijfeld om toch verder te doen?
“Ja, even wel. In november word ik 65. Ik dacht even dat dat misschien het juiste moment zou zijn om te stoppen. Maar uiteindelijk leek de zomer me beter. Ik wist dat Hanne (Pelckmans) mijn bevoegdheden zou overnemen. Zo had ze nog enkele maanden om zich rustig in te werken, voor het nieuwe werkjaar echt begon.”

Vriendengroep als college
Je werkte al die jaren nauw samen met burgemeester Frank Wilrycx.
“Dat klopt. We hebben 25 jaar samengewerkt en zijn in die periode ook echte kameraden geworden. Frank is een politiek beest, die is dag en nacht bezig. De hele ploeg is eigenlijk een vriendengroep geworden. We hebben samen moeilijke beslissingen moeten nemen, maar ook veel mooie projecten kunnen realiseren. Ik heb altijd veel waardering gehad voor mijn collega’s die zich dagelijks met alle politieke dossiers bezighouden. Zelf kon ik me vooral toeleggen op sport en openbare werken, domeinen die me goed liggen.”
“Die collegevergaderingen op dinsdag, die zal ik toch wel missen.”
Als je terugkijkt op die 25 jaar, zijn die voorbijgevlogen?
“Absoluut. Het lijkt nog maar gisteren dat ik begon. Ik had toen nog een cafรฉ en was actief betrokken bij allerlei evenementen in het dorp. Op vraag van Monique ben ik uiteindelijk op de lijst gaan staan. Ik had nooit gedacht dat ik verkozen zou raken, laat staan dat ik er 25 jaar later nog zou zitten.”
“Wat me altijd motiveerde, was de wens om meer leven in het dorp te brengen. We zijn toen gestart met Merksplas Feest. Dat vroeg veel tijd en soms waren de nachten kort, maar ik deed het graag. Ik heb altijd veel steun gekregen van verenigingen en vrijwilligers. Zonder hen was dat nooit gelukt.”
Niet wakker liggen
Zijn er dossiers die je met een dubbel gevoel achterlaat?
“Er zijn altijd dossiers die je graag nog afgerond had gezien. De heraanleg van de Steenweg op Weelde bijvoorbeeld. Dat project heeft veel tijd gevraagd. De werken zijn aanbesteed en normaal zou de aanleg binnen twee jaar rond zijn.”
“Maar zo zijn er nog andere dossiers. Het afvalwater op de Kolonie, bijvoorbeeld. Daar blijft de samenwerking met o.a. de Regie der Gebouwen (die de wegen bezit) een uitdaging. Dat zijn processen die jaren duren. Of de nieuwe gemeenteschool, waarvoor we subsidies aanvroegen. Met de integratie van Spelewei, groenvoorziening … wordt dat een mooi project. Ik vind zoiets leuk om op te volgen, maar nu ga ik er niet meer wakker van liggen. Ik heb er vertrouwen in dat mijn opvolgers dat verder zullen opnemen.”
Je hebt nooit spijt gehad van je stap naar de politiek?
“Nee, geen seconde. Voor mij voelde Leefbaar altijd aan als een warm nest. Natuurlijk heeft iedereen zijn achtergrond en zijn overtuigingen. De voorbije bestuursperiodes kon je bij ons mensen vinden die eerder cd&v’ers waren, of lichtgroen, of liberaal. Maar binnen onze ploeg hebben we altijd geprobeerd om samen te werken in het belang van Merksplas. Omdat ik me kaalschoor, noemde iemand me ooit een rechts-extremist. Daar ben ik ’s avonds toch wel eens mee gaan babbelen.”
“Wat onze partij sterk maakt, is dat we meer zijn dan collega’s. We trekken ook buiten de politiek met elkaar op. Dat doen we ook met onze raadsleden: we gaan samen fietsen, organiseren activiteiten met de families erbij … Dat schept een band die verder gaat dan politiek alleen.”

Uitpraten
Hoe belangrijk is die collegialiteit?
“Heel belangrijk. Politiek is vaak het meest zichtbare deel van het verhaal, maar achter de schermen moet je vooral goed kunnen samenwerken. In een college heeft iedereen zijn eigen bevoegdheden en prioriteiten. Soms zijn er discussies, dat hoort erbij. Maar je moet blijven praten met elkaar.”
“Wij gaan al jarenlang na de collegevergadering dinsdag samen eten. Als er tijdens een vergadering eens een scherp woord gevallen was, dan werd dat daar uitgepraat. Dat heeft volgens mij veel problemen voorkomen. Want er wordt immers soms wat gediscussieerd: ieder heeft zijn opinie, en je hebt maar een beperkt budget, zodat je keuzes moet maken.”

Sport
Sport liep als een rode draad door je leven.
“Dat klopt. Ik ben altijd met sport bezig geweest. Als jonge gast voetbalde ik fanatiek en later ben ik zelf blijven sporten: wielrennen bijvoorbeeld. Daardoor kende ik de sportwereld ook goed toen ik schepen werd.”
“Misschien verklaart dat ook waarom ik zoveel voldoening haal uit alles wat we op dat vlak gerealiseerd hebben. Sport brengt mensen samen. Als je ziet hoeveel verenigingen, vrijwilligers en sporters vandaag gebruikmaken van die infrastructuur, dan ben ik daar best trots op. En jonge, Merksplasse talenten volg ik ook wel op. Het raakte me diep dat Merksplas in mijn ambtsperiode drie van hen verloor.”
“Ook vandaag blijf ik betrokken bij sport. De Special Olympics bijvoorbeeld blijven me nauw aan het hart liggen. Ik heb daar prachtige ervaringen aan overgehouden. Dat zijn zaken die ik zeker wil blijven volgen.”
Je was jarenlang ook actief binnen de Sportregio. Wat heeft die samenwerking tussen gemeenten opgeleverd?
“Heel veel. Als gemeente alleen kun je bepaalde zaken gewoon niet realiseren. Door samen te werken met andere gemeenten krijg je meer mogelijkheden, zowel inhoudelijk als financieel.”
“Een mooi voorbeeld is de G-sport. Daar hebben we samen veel inspanningen gedaan om mensen met een beperking aan het sporten te krijgen. Ook grotere infrastructuurdossiers worden vaak op regionaal niveau bekeken. Daarnaast zijn er allerlei recreatieve projecten ontstaan, zoals fiets- en gravelroutes die gemeentegrenzen overschrijden. Dat zijn initiatieven waar inwoners echt iets aan hebben.”
Een dorpspartij
Jullie kozen destijds bewust voor een lokale partij. Wat zijn daarvan de voordelen?
“Wij hebben nooit onder een nationale partij gehangen. Dat betekent dat we zelf onze keuzes kunnen maken. We moeten aan niemand verantwoording afleggen buiten onze eigen inwoners.”
“Dat geeft vrijheid. Natuurlijk krijgen we daardoor ook geen steun of middelen van een grotere partijstructuur, maar ik heb dat nooit als een nadeel ervaren. We hebben altijd geprobeerd om vanuit gezond verstand te vertrekken en te kijken wat goed is voor Merksplas.”
Heeft een lokale partij ook nadelen?
“Misschien heb je minder directe contacten op hogere politieke niveaus. Maar uiteindelijk moet je ook daar mensen kennen en overtuigen. Alleen een partijlidkaart is geen garantie dat er iets gerealiseerd wordt.”
“Ik heb altijd geloofd dat je resultaten behaalt door samen te werken en door dossiers goed voor te bereiden.”
Je hebt in 25 jaar heel wat oppositiepartijen zien komen en gaan. Hoe kijk je daarnaar?
“Oppositie hoort bij de democratie. Soms worden er zaken gezegd waar ik het niet mee eens ben, maar dat hoort erbij. Soms worden er valse trucjes gebruikt, en doet men het dan af door te zeggen ‘politiek is toch een spel’. Maar dat is het voor mij niet.”
“Wat ik wel jammer vind, is wanneer politiek te veel draait om tegenstellingen. We leven in een gemeente van ongeveer 8.000 inwoners. Dan zou je toch vooral moeten zoeken naar wat mensen verbindt. Goede ideeรซn kunnen van overal komen, ook van de oppositie. Sommige daarvan hebben we ook gerealiseerd.”
Het dorp is in die 25 jaar sterk veranderd. Kijk je daar met nostalgie naar?
“Alles verandert natuurlijk. Toen ik jong was, speelden we op straat. We bouwden kampen, reden rond met de fiets en waren voortdurend buiten. Als er iemand thuiskwam van vakantie zonder een gebroken arm of zonder schaafwonden, was dat bijna een uitzondering.”
“Die tijd komt niet terug. Maar ik denk ook dat elke generatie haar eigen manier van leven heeft. Mensen kijken vandaag anders naar de wereld dan vroeger.”
Is het verenigingsleven ook veranderd?
“Ja, maar gelukkig blijft het nog altijd een enorme sterkte van Merksplas. Als ik zie hoeveel vrijwilligers zich inzetten voor sportclubs, jeugdverenigingen, cultuurverenigingen en evenementen, dan heb ik daar alleen maar bewondering voor.”
“Dat is misschien wel een van de mooiste dingen van deze gemeente: mensen blijven zich engageren voor elkaar.”

R-E-S-P-E-C-T
Welke eigenschappen hebben je geholpen om zo lang actief te blijven in de politiek?
“Eerlijkheid en respect. Dat heb ik van thuis meegekregen. Je moet mensen recht in de ogen kunnen kijken. Ik heb altijd gezegd wat ik dacht en ik heb nooit graag ruzie gemaakt.”
“Natuurlijk leer je doorheen de jaren relativeren. Je krijgt meer ervaring en meer levenswijsheid. Maar respect voor mensen is voor mij altijd de basis gebleven.”
Speelde dat ook mee in je beslissing om te stoppen?
“Ja, zeker. Ik voelde dat het tijd was om wat meer ruimte te maken voor andere dingen. Ik wil nog genieten van het leven, van mijn gezin, van reizen en van sport.”
“Zelfs op vakantie bleef ik mijn mails lezen en mijn telefoon opnemen. Dat hoort een beetje bij mijn karakter. Maar ik merkte dat ik steeds meer nood kreeg aan rust en vrije tijd.”
Wat ga je het meest missen?
“De samenwerking met de collega’s, zonder twijfel. Vijfentwintig jaar lang vorm je samen een ploeg. Je neemt samen beslissingen, je maakt mooie momenten mee, maar ook moeilijke.”
“Ook de mensen op het gemeentehuis en de verenigingen ga ik missen. Ik heb altijd graag samengewerkt met vrijwilligers. Als je ziet hoeveel tijd en energie zij in hun vereniging steken, dan kan je daar alleen maar respect voor hebben.”
“Dat contact met de mensen, dat is uiteindelijk het mooiste aan het hele verhaal.”
Rabiaat tegen fusie
Je bent altijd een uitgesproken tegenstander geweest van een gemeentefusie. Waarom?
“Voor mij draait dat vooral om de eigenheid van Merksplas. Natuurlijk moet je samenwerken met andere gemeenten; dat doen we vandaag ook al op veel vlakken. Maar daarom hoef je niet noodzakelijk รฉรฉn gemeente te worden.”
“Merksplas heeft een eigen geschiedenis, een eigen karakter en een sterk verenigingsleven. Dat mag je niet onderschatten. Die identiteit wil ik graag behouden zien.”
Als mensen later aan jou terugdenken als schepen, hoe hoop je dan herinnerd te worden?
“Ik hoop vooral als iemand die iets betekend heeft voor het dorp. Iemand die geprobeerd heeft om sfeer en leven in Merksplas te brengen, die verenigingen ondersteunde en die altijd bereikbaar was voor de mensen.”
Luisteren naar iedereen
Welk advies zou je geven aan jonge mensen die vandaag in de politiek stappen?
“Ik hoop vooral dat er jonge mensen blijven opstaan die zich willen engageren. Politiek heeft mensen nodig die iets willen betekenen voor hun gemeente.”
“De wereld is veranderd. Vroeger kende iedereen elkaar en verliep alles veel informeler. Vandaag zijn de dossiers complexer en zijn de verwachtingen hoger. Politiek vraagt veel tijd en engagement.”
“Of ik zelf vandaag opnieuw zou beginnen? Dat weet ik eerlijk gezegd niet. Maar ik hoop vooral dat er genoeg mensen blijven opstaan die zich willen inzetten voor hun gemeente. Dat wordt steeds moeilijker. In het college zijn we nu allemaal mensen met een zelfstandige activiteit. Dat is misschien wel onze sterkte: we maken tijd als het moet. Voor mensen met een drukke job ligt het misschien anders. En voor de centen moet je het niet doen: veel brengt het niet op, en ik heb nooit veel onkosten ingebracht, tenzij voor een treinticketje of de laptop. Nee, ik deed het vooral uit liefde voor het dorp en de trots op wat we deden.”
“Mijn advies zou zijn: luister naar iedereen. Niet alleen naar de mensen die op jou gestemd hebben. Als iemand je belt met een vraag of een probleem, probeer dan te helpen. Uiteindelijk doe je het voor alle inwoners.”
Na het interview in De Kongo duurde het ongeveer een kwartier eer we aan het gemeentehuis nog wat foto’s konden maken: Kris moest nog handjes schudden op het terras en onderweg, en had voor iedereen nog wat woorden over. Tijd voor iedereen, en binnenkort ook meer voor zichzelf en Katrijn, hopen we. Alle geluk, Kris!



