Muziek

Backyard Festival 2026 (Festivaldag 2): Uitgeboenkt

Aan alles komt een einde en zo ook aan de Kempense festivalzomer. Na maanden vol tenten, weides en vooral een hele hoop goede muziek was het gisteren aan Backyard Festival om in Merksplas een van de laatsten het licht van het festivalseizoen uit te doen.

Dat deed het allesbehalve met stille trom. Net als op de vrijdag had de organisatie voor de tweede festivaldag een bijzonder stevige affiche uit de kast getrokken met lokaal, regionaal en zelfs internationaal geweld van de bovenste plank. Met als klap op de vuurpijl zelfs voor het eerst een band die van de andere kant van de Atlantische Oceaan werd ingevlogen.

Gitarenherrie

Voor de eerste band van de dag hoefde de organisatie echter niemand in te vliegen, want die kon bij wijze van spreken gewoon op de fiets richting Backyard komen. G.U.S.T. vond zijn oorsprong namelijk in het nabijgelegen Turnhout en mocht op de tweede festivaldag The Sh(r)ed officieel openen. Dat deed het drietal geheel volgens het eigen motto ‘hoe vettiger, hoe prettiger’, want vanaf de eerste noten werd er een flinke laag gitarenherrie over de schuur uitgesmeerd. Met debuutplaat Static Underground nog vers onder de arm had de groep bovendien genoeg materiaal om de vroege aanwezigen meteen wakker te schudden. Die keken het aanvankelijk nog wat aan, al kreeg G.U.S.T. vanuit het publiek wel versterking van festivalman Roger, die zich op de luchtgitaar minstens zo hard uitsloofde tijdens “IN YOUR EYES”, “ILLUSION” en “Hey, I Wanna Know Your Name” als het drietal op het podium.

Halve lokroep

Ook bij LIGHTSPEED ging het er qua publiek nog niet al te heftig aan toe. Sterker nog, toen de groep aan haar set begon, stond er letterlijk nog niemand in The Barn. Frontman Rik Bontinck liet al snel een soort halve lokroep door de schuur galmen en die miste zijn uitwerking gelukkig niet, want beetje bij beetje liep de schuur alsnog behoorlijk vol. Een knalfeest werd het desondanks niet, al paste dat ergens ook wel bij de melodieuzere indierock die tijdens onder meer “Society’s Fixation Seekers”, “When I’ve Got You” en “What’s the Latest?” door de boxen kwam. Degelijk was de finalist van De Nieuwe Lichting zeker wel, al had een extra pepertje hier en daar de set zeker niet misstaan.

Moordend tempo

Dat pepertje waar we bij LIGHTSPEED nog naar verlangden, kregen we bij Bongloard vervolgens in een flinke overdosis toegediend. Het noise-punktrio uit Noord-Brabant en Den Haag smeet er vanaf de eerste seconde zoveel energie tegenaan dat ook voor het podium eindelijk de beentjes wat loskwamen. Zelf leken de heren daar minstens evenveel plezier aan te beleven, want met een brede glimlach op iedere snoet werd er in een moordend tempo doorheen de set geraasd. Uiteraard met hier en daar een kwinkslag van gelegenheidscomedian Jannes van Kaam, die zo ook een van de nummers opdroeg aan de Brabantse volksheld Guus Meeuwis. Dat bleek uiteindelijk “Whoo Yeah” te zijn, dat gisteren halverwege werd omgetoverd tot “Brabant” on steroids en daarmee bij het publiek dezelfde brede glimlach tevoorschijn toverde als bij de band zelf.

Tussen al die gekkigheid door keek Bongloard ook al voorzichtig vooruit. Binnen nu en niet al te lang verschijnt er namelijk een nieuwe plaat en met “La La La” kregen we daar gisteren alvast een eerste voorproefje van te horen. Tegelijkertijd hield het trio met onder meer “The Gram” en “Get Fucked” nog altijd zijn bewezen klassiekers in de set en scoorde daar de volle score mee. Afsluiten deed de groep met “I’m Staying In Bed Today” en we waren best blij dat de groep die titel niet al te serieus nam, want anders hadden we een van de eerste echte hoogtepunten van de dag moeten missen.

Raket uit de speakers

Na even te hebben bijgetankt in het groene gras, iets waarvan we na deze zomer bijna vergeten waren dat dat niet standaard een gele piskleur heeft, trokken we opnieuw richting The Sh(r)ed waar Eosine als volgende op het programma stond. Geheel in wit, zoals we van ze gewend zijn, trok de groep meteen stevig van start met “And Now It Shows”, dat als een raket uit de speakers kwam. Zangeres Elena Lacroix had het publiek vanaf dat startschot meteen stevig in haar greep en met haar ijle stem wist ze die greep ook vast te blijven houden. Het was dan ook zij die de set met vaste hand verder in goede banen leidde, terwijl de instrumenten tijdens “Digitaline”, “Incantations” en “A Scent” zo nu en dan volledig ontspoorden. Het zorgde voor een mooi samenspel met aan de ene kant de dromerigheid en aan de andere een flinke bak gitaargeweld, dat bij “No Horses” nog een laatste keer volledig de vrije loop kreeg en daarmee de solide show perfect in het slot gooide.

Lont in het kruitvat

Eerder op de dag kregen we met LIGHTSPEED al een finalist van De Nieuwe Lichting over de vloer, maar een kwartiertje na Eosine was het in The Barn tijd voor iemand die het dit jaar daadwerkelijk tot een van de winnaars schopte. Rosie Stuart wist begin dit jaar met “Cupid” de jury en het publiek voor zich te winnen en sleepte daarmee de felbegeerde prijs in de wacht, waarna het nummer behoorlijk wat airtime kreeg. Met effect, want toen de track door de open schuur knalde, ging er een golf van herkenning doorheen het publiek. Waar tracks als “Carpe Diem”, “Boomerang” en “Vegan”, die alle drie degelijk uit de verf kwamen, nog vooral op aandachtig meeknikken konden rekenen, zorgde “Cupid” plots voor een pak meer beweging. De aanstekelijke groove fungeerde daarbij als lont in het kruitvat en zo kwamen de dansbenen die bij de track tevoorschijn kwamen ook tijdens “I’d Fire” en het afsluitende “Factory” niet meer tot stilstand.

Sloophamer

Van de ene Nieuwe Lichting-winnaar naar de andere, want ook WASTE mocht op Backyard Festival present geven. De toeschouwers waren duidelijk wakker geschud door de voorganger, want zodra het Antwerpse gezelschap eraan begon, was het prijs en gingen de hoofden onverstoorbaar heen en weer. De jongste plaat vormde daarbij de rode draad en werd bijna integraal door The Barn gejaagd, waarbij “Wide Awake”, “Get Up” en “Discothèque” het publiek steeds verder opzweepten en het vooraan behoorlijk wild werd. De echte apotheose moest toen echter nog komen, want WASTE had met “Dog House” zijn grootste sloophamer tot het einde bewaard. Zodra die werd ingezet, gingen de laatste remmen los en veranderde het gebied voor het podium in een soort battle royale waarin allerlei ledematen doorheen de lucht vlogen. Wat een track blijft dat toch, hè!

Stevige nieuwe telg

Wanneer de schemering over de Merksplas-Kolonie begon te vallen, was het in The Barn tijd voor Amsterdams bezoek. Personal Trainer kwam de grens over en had met Human Assholes, amper een week oud, meteen een goede reden om de nieuweling uitgebreid live aan de tand te voelen. Dat gebeurde niet bepaald zuinig, want met onder meer “Scrambled Egg”, “Punch Drunk Love”, “Bone”, “Moping” en “Tyres Skid” werd zowat de halve plaat in sneltempo doorheen de set gejaagd, waarna ook de titeltrack zelf uiteraard niet mocht ontbreken. Wie voor ouder werk kwam, moest het tussendoor doen met de schaarse passage van “Rug Busters”, maar een echt probleem was het gebrek aan oud materiaal niet. Nee, de nieuwste telg stond live namelijk stevig met twee benen op de planken en wist zonder al te veel moeite het publiek mee te krijgen. Dat bewees ook het afsluitende duo van “Object Permanence” en “Letter From the Scentless Realm”, waarmee Personal Trainer zijn nieuwste werk met een luid applaus nog wat steviger op de kaart zette.

Schippers op een woeste zee

Inmiddels was het rond kwart over negen. De dag zat er al voor twee derde op, maar er was nog genoeg om te zien. Toch konden we ons afvragen wie nou precies naar wie keek. Het podium van Maria Iskariot was namelijk bezaaid met gigantische ogen, met beeldschermen waar normaal de pupillen zouden zitten. We voelden ons dan ook behoorlijk begluurd en daardoor licht onbehagelijk, al maakte drummer Sybe Versluys daar met de eerste roffels van “Waaromdaarom” al snel korte metten mee. Zodra de rest van de band inviel, kwam er meteen beweging in de schuur en verdween dat gevoel als sneeuw voor de zon. Wat op zijn beurt dan weer wel verscheen waren de hordes crowdsurfers, die op de rauwe punkklanken over het publiek gingen als schippers op een woeste zee.

Ook frontvrouw Helena Cazaerck liet zich niet onbetuigd en waagde zelf ook een ritje op de handen van het publiek, terwijl ze nog altijd met haar microfoon in de hand de boel bij elkaar riep. Knap, wij doen het haar niet na, maar het was wel het levende bewijs van de massa’s energie die Maria Iskariot gedurende de set uitstraalde. Overslaan deed die meer dan eens en zo ging het publiek stevig los op “Dat Vind Ik Lekker”, “Zes Bekers” en “Wereldwaan”, waarbij zelfs een moshpitje of twee op gang werd getrokken. Rustiger werd het daarna allerminst, want ook “Witte Rook” en afsluiter “Suiker” hielden de temperatuur in The Sh(r)ed behoorlijk hoog. Buiten was het herfst, binnen was het net hoogzomer.

Moordend tempo

Het werd donkerder en donkerder en na een uitstapje richting de inmiddels bijna wereldberoemde Spekyard, die dit jaar vrij verstandig werd verplaatst naar de schuur van de inkom, en een korte tussenstop bij Slagader, trokken we opnieuw richting The Barn, waar een festivalprimeur op ons stond te wachten. We hadden het namelijk in ons intro over een band die van de andere kant van de Atlantische Oceaan werd ingevlogen en daarmee doelden we uiteraard op Wine Lips. De Canadezen waren de eerste band uit hun land die ooit op Backyard Festival stond en schreven daarmee meteen een klein stukje festivalgeschiedenis. Veel tijd om daarbij stil te staan kregen we overigens niet, want met “Cut It” schoot Wine Lips meteen als een losgeslagen stier uit de startblokken.

We zagen de groep enkele dagen terug in de Botanique, waar het tempo al moordend hoog lag, maar in Merksplas leek Wine Lips daar nog een schep bovenop te doen. In tegenstelling tot de show in Brussel had de band hier echter maar drie kwartier tot zijn beschikking en dat betekende dat het, zelfs met een licht uitgeklede setlist, stevig doorwerken geblazen was. “Tension”, “Stimulation” en “Projector” volgden elkaar dan ook in rotvaart op, terwijl het vooraan steeds onrustiger werd. Frontman Cam Hilborn vroeg zich hardop af of het publiek eigenlijk wel wist hoe er gepit moest worden, maar voordat de vraag goed en wel zijn mond uit was, kreeg hij er al een duidelijk antwoord op. Voor het podium werd de vraag namelijk meteen in de praktijk beantwoord en ontstond er een pit die maar door bleef gaan.

Op het podium was er ook amper een houden aan. Net als enkele andere bands dit weekend had ook Wine Lips een kersverse plaat onder de arm. TV Dinner was amper twee weken oud en kreeg dan ook behoorlijk wat ruimte, met naast de eerder genoemde “Cut It” en “Projector” ook onder meer “Trip To The Doctor”, “Thirst Trap”, “Head On Backwards” en het venijnige “Semi-Detached Furnished Home” op de setlist. Dat nieuwe werk deed live overigens allerminst onder voor de bekendere nummers, want ook daar bleef het publiek gewoon stevig op reageren. Neem bijvoorbeeld “Eyes”, dat nog altijd snoeihard binnenkwam en vooraan meteen weer wat extra leven in de brouwerij bracht. Ook “Six Pack” en “Lemon Party” bewezen vervolgens dat het oudere werk nog lang niet met pensioen hoefde, waarna “Suffer the Joy” de Canadese wervelwind na drie kwartier definitief tot stilstand bracht.

We hadden nog wat energie over en besloten voor een laatste keer te gaan schuurhoppen. Net op tijd wel, want toen we eenmaal binnen stonden, gingen de hemelsluizen open en kwam het er met bakken uit. Binnen in de schuur deden de beats vervolgens vrolijk hetzelfde, want BOENKBOENK had zich midden op de dansvloer geïnstalleerd en liet de ene dreun na de andere uit de boxen knallen. Rondom het viertal werd het dan ook snel een groot feest en na twee dagen vol gitaren, moshpits en een hoop lawaai mocht de dansvloer nog één laatste keer volledig los. En daarmee boenkte BOENKBOENK Backyard Festival voor ons het slot in en zat ook de Kempense festivalzomer erop. Een mooie, soms iets te warme zomer met veel toffe bands op de weides en in de tenten, maar zoals Bongloards volksheld Guus Meeuwis ooit zong, zit in elk einde een nieuw begin. Op naar de volgende dan maar!


Dit artikel van Bryan Boomaars verscheen eerder op Dansende Beren, de website die de belangrijkste nieuwe muzikale ontdekkingen of gewoon leukste nummers probeert te delen. Bedankt om het te mogen overnemen!

Reageer

Back to top button