Nieuws

Gevangenisdirecteur Serge Rooman: “Wat er achter onze gevangenismuur gebeurt, is ook een zaak van ons dorp”

Woensdag vertoonden we, samen met Cultuur Merksplas en Femma, de aangrijpende documentaire ‘Achter de tralies van de tijd’ van regisseur Stijn Geenen. Die toont de schrijnende leefomstandigheden van oudere, zorgbehoevende gevangenen in zaal 1. De belangstelling was groot: alle 190 tickets waren in een mum van tijd uitverkocht, en ook de extra voorstelling op 30 juni is inmiddels volzet.

De teder gefilmde beelden van de harde werkelijkheid maakten indruk op de zaal. Na de pauze praatten VRT-journalist Dirk Leestmans en gevangenisdirecteur Serge Rooman nog na. Over verouderde gebouwen, de mazen in de zorg en de muur tussen het dorp en de gevangenis.

Wie weleens over de Kolonie wandelt of fietst, staat er zelden bij stil. Maar op amper honderd meter van de populaire wandelpaden speelt zich elke dag een stille crisis af. De gevangenis van Merksplas huisvest vandaag zo’n 430 bewoners. Bijna de helft van hen heeft nood aan gespecialiseerde zorg: er verblijven ongeveer 200 geïnterneerden en 22 zwaar hulpbehoevende ouderen.

Gevangenisdirecteur Serge Rooman trekt al twee jaar aan de alarmbel in Brussel. De documentaire toont volgens hem pijnlijk aan waarom dat nodig is. “De film raakt mij telkens opnieuw, omdat ik die mensen persoonlijk ken”, vertelt Rooman. “Het toont een harde realiteit: onze infrastructuur is zwaar verouderd. Grote renovatiewerken staan gepland, maar die schuiven telkens op. Voor de specifieke afdeling waarover de documentaire ging, spreken we wellicht al over de jaren 2030. Tot die tijd moeten we het doen met de middelen die we hebben.”

De vergeetput

Dirk Leestmans: “Ik vroeg eerder aan regisseur Stijn Geenen wat voor hem het beeld in de film was dat de hele problematiek samenvatte. Dat was voor hem het rioolputje: Merksplas als vergeetput.”

Serge Rooman: “Dat is ook zo. Als je ziet hoeveel mensen hier sterven, en als je weet dat veel bewoners zelf beseffen dat ze hier waarschijnlijk hun laatste jaren zullen doorbrengen, dan heeft die uitspraak wel iets treffends.”

“Veel van die mensen krijgen geen bezoek meer. Ze hebben geen netwerk meer. Uiteindelijk blijven alleen de zorgverleners en enkele vrijwilligers over. Dan kun je inderdaad spreken van een vergeetput.”

“Ik voel mij daar niet persoonlijk door aangesproken, alsof ik dat zo gewild heb. Integendeel. Ik vind het vooral schrijnend. Meer kan ik er eigenlijk niet over zeggen. Daarom heb ik dit willen aankaarten.” 

still uit de documentaire

De zin en onzin van straffen

Een van de grootste bezorgdheden van de directeur is de toenemende vergrijzing achter de muren. Door strengere wetten en langere straffen komen er vandaag soms gedetineerden met een rollator binnen. Sommigen zijn dementerend.

“Dan stel ik mij fundamentele vragen”, zegt Rooman. “Wat is de zin van een straf als iemand niet eens meer beseft dat hij gestraft wordt? Wie wordt daar beter van? Als er geen inzicht meer mogelijk is, blijft alleen pure vergelding over. Dat doet ook iets met het personeel dat dit systeem moet uitvoeren. Men onderschat wat dat doet met de mensen die daarin werken. Mensen zo behandelen doet ook iets met jezelf. Daar wordt weinig over nagedacht. Je ziel erodeert daar een beetje van. Met je eigen ouders zou je dit nooit doen, maar in een professionele context wordt het blijkbaar wel aanvaard.”

Volgens Rooman is een klassieke gevangenis met hoge muren en zware beveiliging helemaal niet geschikt voor deze doelgroep. Aangezien ontsnappen voor hen fysiek vaak onmogelijk is, pleit hij voor een menswaardiger alternatief: een gesloten, beveiligde afdeling binnen een regulier woonzorgcentrum. “Het komt uiteindelijk neer op politieke wil. Als je puur naar veiligheid kijkt, dan biedt een gesloten afdeling voldoende garanties. Die mensen blijven in detentie, maar de zorg kan op een veel menswaardiger manier georganiseerd worden.”

De wet is duidelijk: elke gedetineerde heeft recht op gelijkwaardige gezondheidszorg. Dat geldt dus ook voor ouderenzorg. Serge Rooman

 

De drempel van commerciële rusthuizen

Een ander knelpunt is de re-integratie van oudere ex-gedetineerden in de maatschappij. Commerciële privérusthuizen weigeren deze mensen nagenoeg altijd. “De ouderensector is de voorbije tien jaar sterk geprivatiseerd”, legt de directeur uit. “Privé-instellingen willen hun bedden vol en kiezen voor bewoners die de minste ‘last’ bezorgen. Niemand betaalt graag veel geld om naast een ex-crimineel te liggen, dat is de publieke beeldvorming. Het gevolg is dat openbare OCMW-rusthuizen alle druk moeten opvangen. Dat trekt de hele markt scheef.”

Ook de nazorg in de Kempen kan volgens Rooman veel beter. Ongeveer 70% van de gedetineerden hervalt na hun vrijlating in criminaliteit. “Als we al in de gevangenis intensiever kunnen samenwerken met lokale OCMW’s en hulpdiensten vóórdat iemand vrijkomt, zal dat recidivecijfer direct dalen. Hoe beter de voorbereiding, hoe groter de slaagkans.”

De muur met het dorp slopen

Rooman hoopt dat het dorp Merksplas de situatie op de Kolonie niet als een blinde vlek blijft zien. “Merksplas is in wezen een rustig en vredig dorp,  maar toch weten de meeste mensen niet wat er binnen onze muren gebeurt. Mensen wandelen erlangs, organiseren er grote evenementen of massale uitvaarten. Op amper honderd meter daarvandaan speelt het verhaal van de documentaire zich elke dag af, elk uur van de dag.”

“Dat is iets waar we als dorp over moeten nadenken. We hoeven dit niet zomaar te aanvaarden. De politiek moet haar verantwoordelijkheid nemen. Daarvoor dient ze. Het gaat hier ook over deze mensen, ongeacht wat ze gedaan hebben. Men kan niet verwachten dat wij dit als samenleving normaal vinden.”

Geïnspireerd door studiereizen naar Finland, waar gedetineerden overdag gewoon meedraaien in de klusjes- en groendiensten van het dorp, wil hij de interactie met Merksplas verder uitbouwen. 

“Gelukkig gebeurt er al heel wat om de figuurlijke muur te slopen. Ik denk aan de Dialoogmuur, waarbij kinderen uit het lager onderwijs vragen stellen aan onze bewoners. Hun antwoorden worden één keer per jaar aan de gevangenismuur gehangen. Dat is een prachtige vorm van contact. Daarnaast helpen onze bewoners elk jaar mee met de opbouw van het Backyard Festival hier op de Kolonie. Zij werken dan intensief samen met de vrijwilligers uit het dorp. Dat soort wisselwerking is fantastisch.”

“In Wallonië gaat bijvoorbeeld elke week een groep van zeven à acht gedetineerden wandelen met de ouderen van het plaatselijke rusthuis. Dat heeft een enorme betekenis. Van dat soort gedeelde initiatieven droom ik. Ik ben ervan overtuigd dat het iedereen beter maakt.”

Lokale rekrutering werpt vruchten af

Hoewel de besparingen in de zorgsector wegen en vertrouwde ankerfiguren op de zorgafdeling (zoals Koen en Anneke uit de film) door een nieuw shiftsysteem verdwenen zijn, blijft Rooman strijdbaar. Het chronische personeelstekort pakt de instelling nu zelf aan.

“We hebben in Brussel kunnen afdwingen dat we onze aanwervingen zelf lokaal mogen organiseren. We trekken nu heel de Kempen rond om mensen te zoeken. En dat werkt: maand na maand trekken we nieuwe collega’s aan. Mensen kiezen heel bewust voor onze gevangenis, omdat je hier in het groen en dicht bij huis kunt werken. We moeten het allemaal zelf bewijzen en afdwingen, maar dankzij een geweldig team boeken we vooruitgang. We blijven duwen tot er structurele oplossingen komen.”

Reageer

Back to top button