Merksplas of Asjchgabat? Een blik achter de schermen van Turkmenistan
Dit voorjaar bezocht ik Centraal-Azië, langs de oude Zijderoute. De reis begon in Asjchgabat, de hoofdstad van Turkmenistan. Daarna volgden Oezbekistan, Kazachstan en Kirgizië.
Het is niet mijn bedoeling om u te vermoeien met een uitgebreid reisverslag. Toch wil ik graag iets vertellen over het eerste land dat ik bezocht. De reden is eenvoudig: ik heb er een stad gezien die ik voor geen goud zou willen ruilen voor ons eigen Merksplas.
De vlucht via Turkije bracht me naar Turkmenistan. Bij aankomst op de luchthaven moest ik een visum betalen (85 dollar), daarnaast nog eens 16 dollar voor een onduidelijke administratieve heffing en 35 dollar voor een verplichte coronatest.

Een opmerkelijke coronatest
In een enorme hal zaten drie als verpleegsters verklede dames achter tafeltjes. Alle passagiers van het net gelande vliegtuig moesten zich daar aanmelden voor een coronatest.
Die test bestond uit een lichte aanraking van de buitenkant van de neusvleugel. Vervolgens moest je zelf je naam op een lijst invullen. Het geheel kwam zo ongeloofwaardig over dat ik de verleiding niet kon weerstaan om “Pietje Bell” op het formulier te schrijven.

Na ongeveer anderhalf uur bij douane- en coronacontroles werden we uiteindelijk toegelaten tot het land.
Een land met een sterke leiderscultus
Turkmenistan werd onafhankelijk na het uiteenvallen van de Sovjetunie. Moskou erkende die onafhankelijkheid op 8 december 1991.
De eerste president, Nyyazov, overleed in 2006. Hij werd opgevolgd door Berdimuhamedow, die in 2022 de macht doorgaf aan zijn zoon Serdar, de huidige president.
Zijn portret is overal in de hoofdstad aanwezig. Gigantische afbeeldingen sieren gebouwen doorheen de stad. Foto’s maken van die afbeeldingen of van overheidsgebouwen is echter verboden. Dat maakte onze gids meteen duidelijk.
Ook opvallend: op straat zie je vrijwel uitsluitend witte of zilverkleurige auto’s. Dat zou het gevolg zijn van een beslissing van de president, die dergelijke kleuren verplicht stelde.
Embed from Getty ImagesRijk land, lege straten
Turkmenistan beschikt over aanzienlijke olie- en gasvoorraden en geldt daardoor als een relatief welvarend land. Benzine is er spotgoedkoop.
Onze gids sprak uitstekend Engels en werkte voor de overheid. Tijdens zijn uitleg viel mij iets merkwaardigs op. Bij de eerste bezienswaardigheid stond op enige afstand een man ons aandachtig te observeren. Bij de volgende stop stond dezelfde man er opnieuw. En ook bij de daaropvolgende locaties.
Het leek alsof hij ons gedurende de hele rondleiding in de gaten hield. Turkmenistan maakt dan wel geen deel meer uit van de Sovjet-Unie, sommige gewoontes uit die tijd lijken nog altijd aanwezig.
Embed from Getty ImagesWat eveneens opviel, was het contrast tussen de imposante overheidsgebouwen van goud en marmer en de vaak troosteloze appartementsgebouwen waarin gewone mensen wonen. Bovendien zie je opvallend weinig mensen op straat.

Historische helden en moeilijke vragen
De geschiedenis van de Zijderoute blijft fascinerend. In de twaalfde eeuw speelde Dzjengis Khan een belangrijke rol in de regio. Twee eeuwen later drukte Timoer Lenk zijn stempel op Centraal-Azië.
In de hoofdstad staan verschillende standbeelden van hem en er is zelfs een mausoleum aan hem gewijd.
Onze gids gaf ons bij het binnengaan een opmerkelijke instructie: gedurende de eerste twintig meter moesten we naar de vloer kijken en niet omhoog. Dat gold als een teken van respect voor Timoer Lenk.
Persoonlijk vond ik die verering moeilijk te begrijpen. Historici schrijven hem immers miljoenen slachtoffers toe.
Een afscheid in stijl
Na twee dagen vol verwondering en verbazing was het tijd om naar Oezbekistan te vertrekken. Ook bij het verlaten van het land kregen we nog een laatste inkijk in de manier waarop het systeem werkt.
Een busje bracht ons naar een afgesloten hek. Daar stonden twee jonge douanebeambten. Onze chauffeur vroeg of het hek geopend kon worden, zodat we de 2,5 kilometer naar het douanekantoor konden rijden.
Na overleg met een hogere verantwoordelijke kwam het antwoord: nee. Het hek bleef gesloten en we moesten met al onze bagage te voet verder. Foto’s maken van die wandeling was strikt verboden.
Eenmaal aangekomen bij het douanekantoor moest ik mijn paspoort liefst elf keer tonen. Het werd bekeken, gestempeld, gescand en opnieuw gecontroleerd.
Dat was meteen ook mijn laatste ervaring met het Turkmeense systeem.
Geef mij Merksplas maar
Ik ben blij dat ik dit land heb kunnen bezoeken en met eigen ogen heb gezien hoe het functioneert. Het was een bijzondere ervaring, maar eentje die ik niet hoef over te doen.
Nee, geef mij Merksplas maar.
Overigens waren de drie landen die daarna volgden – Oezbekistan, Kazachstan en Kirgizië – in mijn ogen het tegenovergestelde: open, vriendelijk, gezellig en bijzonder mooi. Maar dat verhaal is wellicht iets te lang voor één bijdrage op merksplas.NU.


