Opinie

Wat heeft Jan Leyers me geleerd?

Woensdag kwam Jan Leyers vertellen over zijn fascinatie voor Duitsland. De eerste kiemen daarvan werden gelegd op de kantelen van een kasteel, uitkijkend over de Rijn, speurend naar een vijandig schip dat ze met kokende pek gingen overgieten.

Leyers was toen 10 jaar oud. Enkele decennia later vindt hij Duitsland nog steeds een even fantastisch land. Dat mondde uiteindelijk uit in een reis die hij maakte voor Canvas: Jan Leyers bij de Duitsers.

De historica in mij

Ik had de reeks op Canvas al gezien en wist een beetje wat me te wachten stond. Als historica was ik dan ook vooral geïnteresseerd in de extra inzichten die hij me zou bieden. Inzichten in wie de Duitsers zijn en vooral hoe dat zo gekomen is. De overwinningen die de AfD haalde in twee deelstaatverkiezingen waren voorspeld. Ze liggen bovendien in lijn met de politieke ontwikkelingen elders in Europa. Maar laat net dát mij, als historica, zorgen baren.

De gelijkenissen met de jaren ’30 van de vorige eeuw zijn immers duidelijk aanwezig. Voor je schrik moest krijgen dat er ons een nieuwe Hitler of Mussolini staat te wachten: de geschiedenis herhaalt zich niet. Maar de geschiedenis golft wel. Er zijn algemene tendensen die als een trage golfbeweging terugkeren. En soms is dat onvermijdelijk, soms is dat vooral heel jammer. Dan toont het ons dat we niets geleerd hebben van het verleden.

De golfbeweging waar we tegenaan kijken, is er een van wantrouwen in de democratie. We leven in een complexe samenleving waarin we geconfronteerd worden met vele, allemaal ingewikkelde problemen. Alsmaar meer mensen vragen om een daadkrachtig antwoord: hier en nu, een snelle en directe oplossing! Populisten zoals Ulrich Siegmund (leider van de AfD) of Marine Le Pen en Donald Trump, maar evenzeer in eigen land een Tom Van Grieken of Dries Van Langenhoven, willen ons doen geloven dat zij die ene snelle, directe en onmiddellijke oplossing wél hebben. Dat is een utopie. Jammer genoeg wel eentje die ervoor zorgt dat we een bepaalde groep mensen als onze absolute vijand gaan zien, wat de polarisering in de hand werkt.

Vergangenheitsbewältigung

Jan Leyers heeft die vraag ook aan de Duitsers gesteld: “Hebben jullie niets geleerd uit het verleden?” Elk land heeft een zwarte bladzijde in het geschiedenisboek, maar die van Duitsland is nog net iets zwarter dan die van andere landen. In de reeks zien we Leyers aan de grote tribune in Nürnberg, waar Hitler tijdens de partijdagen toespraken hield en de nazitroepen aanschouwde. Je kan in 2026 nog steeds op dezelfde plek gaan staan als waar Hitler stond. Een toevallige Duitse passant gaf eerlijk toe dat ze nog steeds niet goed wisten wat ze ermee moesten aanvangen: met de grond gelijkmaken of blijven tonen dat dit deel uitmaakte van hun geschiedenis.

Tegelijkertijd, zo vertelt Jan Leyers, zijn de Duitsers zich zeer bewust van die zwarte bladzijde: “Ze confronteren zich daarmee met open vizier, op een manier die ver gaat en respect afdwingt.” De Duitsers hebben er zelfs eigen woorden voor: Erinnerungskultur en Vergangenheitsbewältigung. Leyers vertaalt het als “het bemeesteren van het verleden”.

In de Duitse leerplannen secundair onderwijs staat een bezoek aan een Duits strafkamp als een verplichte activiteit ingeschreven. In de reeks gaat Leyers hierover in gesprek met de directeur van het museum van Buchenwald: “Levert deze herinneringseducatie iets op?” De directeur zuchtte blijkbaar diep toen Leyers hem die vraag stelde en moest eerlijk toegeven dat hij daar de laatste tijd aan twijfelt. De AfD vindt dat musea zoals Buchenwald onmiddellijk moeten sluiten. Tijdens de lessen geschiedenis mag er voor de AfD enkel les gegeven worden over het roemrijke verleden van de natie. Het ergste is waarschijnlijk nog, aldus de directeur, dat de mensen niet kiezen voor de AfD ondanks dit soort ideeën, maar net omwille van deze ideeën.

Tweespalt

In Duitsland speelt daarnaast ook nog de tweespalt tussen het vroegere West- en Oost-Duitsland mee. De Koude Oorlog heeft de hele wereld in twee blokken verdeeld: enerzijds het kapitalistische, democratische westen en anderzijds het communistische, dictatoriale oosten met de planeconomie. Maar enkel in Duitsland resulteerde dit in een opsplitsing van het land in een westelijk en een oostelijk deel.

Het beeld dat we hebben van Oost-Duitsland (de vroegere DDR) is, zoals Jan Leyers het woensdag zo mooi verwoordde: “Geen citytrip-materiaal.” Traag voortpuffende Trabantjes die vieze uitlaatgassen uitspuwen en trieste, grijze appartementsblokken. De val van de Berlijnse Muur in 1989 bracht de Oost-Duitsers in de moderniteit en opende tal van mogelijkheden en opportuniteiten, bracht hen vrijheid! Of zo zagen we het toch en zien we het nog steeds.

“Ik heb vrijheid, meneer, ik kan reizen naar waar ik wil. Maar ik heb er het geld niet voor. Wat ben ik met die vrijheid als ik er niet van kan genieten?”

Eberhard Schneider, een gepensioneerde Oost-Duitser die een truckstop uitbaat in Thuringen

Ostalgie

Alsmaar meer Oost-Duitsers denken daar anders over; bij hen overheerst de nostalgie naar de DDR: Ostalgie. Zij erkennen dat er veel nadelen waren in de vroegere DDR, maar er was ook geen druk of stress. Je kon niet uit je huis gezet worden, crèches en het onderwijs waren gratis en de leerlingen kregen drie gratis maaltijden op school. Als je ziek werd, moest je je niet afvragen of je je huis zou moeten verkopen om de ziekenhuiskosten te kunnen dragen.

Na de eenmaking verwachtte iedereen dat ze allemaal gewoon Duitsers zouden worden. Alle verschillen tussen oost en west zouden uitgevlakt worden. Dat is echter heel anders gelopen. In de eerste jaren na de val van de Berlijnse Muur verloor maar liefst 75% van de Oost-Duitsers hun job. In de communistische DDR waren alle fabrieken en grondstoffen, woningen, scholen en crèches eigendom van de staat. Nu dat land ophield te bestaan, werd alles te koop aangeboden aan de hoogst biedende. Dat waren allemaal West-Duitsers. De Oost-Duitsers hadden zonder geldelijke zorgen geleefd; alles was immers gratis, want in handen van de staat. Geen enkele Oost-Duitser die spaargeld opzij had staan.

Ook de belangrijke functies in bedrijven, organisaties of instellingen worden – tot op de dag van vandaag – ingenomen door West-Duitsers. Na de hereniging werden immers alle communisten geweerd. In de DDR kon je echter alleen maar op een prominente positie terechtkomen als je een communistische partijkaart had.

Alsmaar meer Oost-Duitsers voelen zich gekoloniseerd, alsof ze tweederangsburgers zijn die aangestuurd worden door West-Duitsland. Dit trauma is nog altijd niet afgevlakt en populisten zoals Ulrich Siegmund spelen hier handig op in.

Schaffen die das noch?

De 20ste-eeuwse geschiedenis is niet mild geweest voor Duitsland. Daar komen voor Jan Leyers nog drie elementen bovenop; drie oorzaken die maken dat Duitsland ook nu weer door een woelige, politieke periode gaat.

Na de val van de muur in 1989 steunde Duitsland op drie pijlers die hen een economische boost gaven. De energie (gas en olie) die vanuit Rusland werd ingevoerd, was spotgoedkoop. Met behulp van die spotgoedkope energie konden ze hun machines, chemische producten en auto’s maken. Ze hadden bovendien een wereldwijde afzetmarkt met China als gretige afnemer van de degelijke Duitse producten. Tot slot zorgde de Amerikaanse defensieparaplu voor veiligheid. Na de val van de muur waren er geen vijanden meer. Het vele geld dat naar defensie ging, kon nu voor andere zaken gebruikt worden. En als het dan toch nog eens mis zou lopen, dan konden de Duitsers ook terugvallen op de Amerikanen.

Deze drie pijlers zijn op schrikbarend korte tijd weggevallen door de geopolitieke ontwikkelingen. De oorlog in Oekraïne deed de goedkope energie wegvallen. Toen bleken alle gasreserves ook nog eens leeg te zijn. De jaren voordien waren al deze installaties immers in handen gekomen van… jawel, het Russische Gazprom. Na de ramp in de kerncentrale van Fukushima (in 2011) hadden de Duitsers besloten al hun kernreactoren stil te leggen. Hier konden ze dus ook niet op terugvallen.

Ook de exportmarkt, en dan vooral de Chinese markt, is weggevallen. China maakt tegenwoordig zélf heel veel goede producten. De Duitse auto-industrie was altijd koploper, maar benzinemotors zijn een achterhaald product geworden. China is ondertussen koploper geworden wat elektrische wagens betreft. Ondertussen is Duitsland technisch in staat om elektrische auto’s te produceren, maar ze kunnen dat nooit tegen een concurrerende prijs realiseren omwille van de hoge energie- en loonkosten.

Dat de NAVO onder druk staat en Europa dringend werk moet maken van een eigen, sterke defensie, weten we ondertussen ook. In Duitsland was het vijf jaar geleden nog ondenkbaar om opnieuw een sterk leger uit te bouwen. Ondertussen is de dienstplicht er opnieuw ingevoerd en sneuvelen er nog meer (militaire) taboes.

Optimistisch eindigen

Jan Leyers eindigde zijn lezing met de bedenking dat hij zich toch liefst vastklampt aan de optimisten. Op het einde van zijn reis door Duitsland sprak hij een man in Berlijn die zijn pand ter beschikking stelt aan jonge mensen vol ideeën. Mensen die willen ondernemen, innoveren en iets nieuws willen beginnen. Deze man is ervan overtuigd dat het allemaal in orde gaat komen: “Duitsers zijn goed in dingen uitvinden, in zichzelf heruitvinden. Wij zijn taai genoeg en gaan het ook deze keer tot een goed einde brengen.”

Jan Leyers helpt het hem hopen, want de Duitsers hebben veel werk aan de winkel. Gelukkig is er het Duitse arbeidsethos, één van de typische Duitse waarden naast orde en vlijt. En ik, ik blijf vertrouwen op de golfbeweging van de geschiedenis.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button