‘Held’: Leen Huet brengt de avontuurlijke verzetsman Martial Van Schelle weer tot leven

Hij leerde zwemmen in Merksplas, vloog met luchtballonnen, bouwde een eigen zakenimperium uit en hielp tijdens de Tweede Wereldoorlog geallieerde piloten ontsnappen. Martial Van Schelle leidde een leven dat met moeite in één boek lijkt te passen. Met ‘Held’ doet schrijfster Leen Huet – gedreven door een jarenlange passie – een geslaagde poging.
Ze stelde haar boek voor in het huis waar hij werd geboren en waarin zij verblijft, op De Diepte in Merksplas. Columniste An Olaerts praatte er met haar.
Held is voor Leen Huet een persoonlijk boek. Het hoort voor haar bij Weerbots, het rouwdagboek dat ze schreef na de dood van haar moeder. De twee boeken verschillen sterk van toon. In Weerbots zoekt ze tastend en voorzichtig haar weg door het verdriet. Held vertelt het verhaal van Martial Van Schelle, een man vol energie en levenslust.
An Olaerts merkt op dat het lijkt alsof Huet in dat tweede boek een vorm van troost vindt. Huet bevestigt dat de twee boeken voor haar nauw met elkaar verbonden zijn. “Weerbots was een boek voor mijn moeder, Held een voor mijn vader”, noemt ze het zelf. Ze had haar vader beloofd het verhaal van Van Schelle te schrijven. Op zijn sterfbed moedigde hij haar nog aan om het boek toch te maken, ook al kwam het voor hem te laat.
Tijdens haar onderzoek is Huet Van Schelle steeds meer gaan waarderen. Hij was in veel opzichten haar tegenpool: extravert, ondernemend en opgewekt. Vooral dat laatste trof haar. Bij een ballonwedstrijd zei zijn copiloot dat ze zouden proberen te winnen. Van Schelle voegde eraan toe dat ze het zich niet aan het hart moesten laten komen als dat niet lukte.

De Diepte
Wie in het huis op De Diepte rondloopt, kijkt niet alleen naar muren, de kamers en meubels. Hier liggen verschillende levens over elkaar heen. Dat van Martial Van Schelle, dat van de familie Huet en dat waar Leen Huet ook zelf vaak verblijft. “Een huis als een millefeuille van geschiedenis”, noemde Leen het. Met laagjes die je niet allemaal tegelijk ziet.
Voor de voorstelling van Held koos Leen Huet dan ook niet zomaar een zaal. Ze wilde hier zijn, op de plek waar het verhaal begint. Uitgever Toon Horsten van Tristan (het onderdeel van Standaard Uitgeverij dat literair werk en romans op de markt brengt) leidde de boekvoorstelling in. Hij had nog een bijzondere herinnering aan het huis. Vijftig jaar geleden kwam hij er als zevenjarige jongen al eens over de vloer. Zijn vader zat in het sportcomité van Wortel en samen met meester Juul Noeyens wandelde hij naar De Diepte. Daar vertelde Armand Huet, de grootvader van Leen, over Martial Van Schelle.
Een halve eeuw later is het verhaal terug. Alleen is de jongen van toen nu uitgever en ligt er een boek van Leen op tafel.
Een jongen die de boel op stelten zette
An Olaerts kent Leen Huet al langer. Ze hoeft dus niet veel tijd te verliezen aan beleefdheden. Ze begint meteen bij de man die Huet al die jaren heeft beziggehouden.
Het was Leens grootvader die de eerste verhalen verzamelde. In 1976 zette Armand Huet de jeugdherinneringen aan Van Schelle op papier. Hij was zeven jaar jonger dan Martial, maar woonde vlakbij en kende de reputatie van de jongen die in Merksplas en Wortel-Kolonie overal van zich liet horen.
Die aantekeningen bleken van onschatbare waarde. Zonder dat boekje waren veel verhalen over de jonge Van Schelle wellicht in de mist van het verleden verdwenen.

Martials geboortehuis bestaat nog. Het werd in 1892 opgetrokken door gevangenen van de Kolonie van Merksplas, op initiatief van zijn vader. Ook dat verbindt het huis met de streek. Van Schelle bleef later, ondanks zijn internationale avonturen, zijn Kempense wortels trouw. Hij financierde bijvoorbeeld de kostuums van de voetbalploeg van Wortel, Wortelina.
Leen Huet wilde met haar boek dan ook niet alleen een verzetsman beschrijven. Ze wilde vooral de jongen uit de Kempen laten zien, met zijn familie, zijn omgeving en zijn bijzondere karakter.
Durf wat ik durf
De titel Held lag niet vanaf het begin vast. Een erfgoedwerker, Cor van Istendael, bracht het woord ter sprake. Huet bleef eraan hangen, al stelde ze zich meteen de vraag wat een held eigenlijk is en of we dat woord nog zomaar mogen gebruiken.
An Olaerts heeft alvast een alternatief. Ze ontdekte in het verhaal de leuze ‘Durf wat ik durf’. Dat zou toch ook een uitstekende titel zijn? Of beter nog: een opschrift voor sjaals en mutsen. Merchandising, suggereert ze. “Een mens moet tenslotte ook aan de verkoop denken.”
Maar de leuze vat wel iets wezenlijks samen. Van Schelle was niet alleen een man van spectaculaire stunts. Hij was ook een verzetsstrijder die zijn leven op het spel zette.
Hij hielp geallieerde piloten die boven bezet gebied waren neergestort. Via een ontsnappingslijn kregen ze burgerkleren en werden ze door bezet Frankrijk naar het vrije Frankrijk en vervolgens naar Spanje en Portugal gesmokkeld. Daarnaast verzamelde Van Schelle inlichtingen en werkte hij mee aan sabotageacties tegen de Duitse bezetter.
De Britse berekeningen waarover Huet vertelt, maken de omvang van dat werk tastbaar. Naar schatting konden zo’n 7000 geallieerde piloten dankzij dergelijke ontsnappingslijnen terugkeren. Maar voor elke piloot die ontsnapte, werden volgens die berekening vier mensen naar een concentratiekamp gestuurd.
‘Dat zijn woeste berekeningen’, reageert Olaerts.
Van Schelle hield het drie jaar vol in het verzet. Dat was uitzonderlijk lang, zeker omdat de Duitse contraspionage ook in verzetsgroepen infiltreerde. Uiteindelijk liep het mis. Een informant uit de kring rond Van Schelle bleek voor de Gestapo te werken.

De verzetsman betaalde zwaar voor zijn moed. Getuigenissen van mensen die hem in Breendonk hadden meegemaakt, spreken volgens Huet nog altijd boekdelen. Ze beschrijven iemand voor wie anderen groot respect hadden.
Van Schelle verzette zich bovendien tegen het zonder meer neerschieten van collaborateurs. Volgens Huet hield hij vast aan de instructies uit Londen: geen terreurdaden tegen mensen, wel sabotage van de infrastructuur die de bezetter gebruikte.

Een testament in Breendonk
Ook in het kamp bleef Van Schelle opmerkelijk vastberaden. Olaerts was verbaasd toen ze las dat hij er nog een wilsbeschikking opstelde. Hoe krijgt iemand dat voor elkaar in zulke omstandigheden?
Huet kan niet met zekerheid zeggen hoe hij aan papier kwam. Gevangenen moesten bij aankomst hun bezittingen afgeven, maar in Breendonk werd ook gehandeld en gemarchandeerd. Mogelijk vond Van Schelle op die manier een mogelijkheid om zijn testament te schrijven.
Voor Huet is het vooral een teken van zijn wilskracht. Hij was er nog maar pas aangekomen, maar dacht blijkbaar al na over wat er met zijn nalatenschap moest gebeuren.
Olaerts kan zich moeilijk voorstellen dat ze zelf in die omstandigheden nog veel zou durven. Huet lacht: zij zou het wellicht geen vijf minuten volhouden in Breendonk.
De grap haalt de ernst niet onderuit. Integendeel. Ze maakt de afstand voelbaar tussen het gewone leven waarin we onze plannen maken en de wereld waarin Van Schelle terechtkwam.
Breendonk was bovendien veel meer dan een doorgangskamp, legt Huet uit. Mensen werden er ondervraagd en gemarteld. Daarna stuurden de Duitsers sommigen nog door naar concentratiekampen en dwangarbeid in Duitsland. Wie Breendonk had overleefd, was dus lang niet altijd aan het ergste ontsnapt.
Speuren in stoffige dossiers
Om het verhaal van Van Schelle te reconstrueren, dook Huet diep in archieven. Ze vroeg toestemming om dossiers van het krijgsauditoraat en de Staatsveiligheid in te kijken. Dat zijn geen documenten die je zomaar uit de kast haalt. Toch kreeg ze relatief snel toestemming om het materiaal te raadplegen.
In die dossiers vond ze niet alleen feiten, maar ook menselijke verhalen. Soms volstond een enkele getuigenis om een heel leven even van dichtbij te laten zien.
Neem Katharina Braun, de Duitse vrouw die Van Schelle in het verzet hielp en zijn laatste vriendin was. Ook zij werd gearresteerd, enkele dagen na hem. Er gingen geruchten dat zij hem had verraden, maar in het dossier vond Huet geen aanwijzingen die dat bevestigden.
Wat ze wel vond, was een getuigenis over Van Schelle tijdens zijn verhoren. Hij bleef ontkennen dat Katharina iets met zijn verzetswerk te maken had. Zelfs nadat hij zwaar was mishandeld, hield hij vol dat zij buiten de zaak stond.
Huet wordt er nog altijd stil van. In de archieven komen de grote historische gebeurtenissen plots heel dichtbij. Je leest niet alleen over een verzetsgroep of een arrestatie, maar over mensen die onder druk keuzes maakten en daarvoor een hoge prijs betaalden.
(lees verder onder de foto’s)




Ook de rol van de Gestapo komt in het boek aan bod. Huet noemt uitdrukkelijk de naam van Franz Straub, de chef van de Gestapo in België. Ze vindt dat te weinig mensen weten wie hij was. Na de oorlog werd hij door de Belgische overheid veroordeeld, maar hij werd kort nadien aan Duitsland overgedragen. Daar werkte hij in de jaren vijftig opnieuw als politieagent.
De dossiers over Katharina Braun tonen hoe het nazisysteem mensen vermorzelde, zegt Huet. Dat is soms moeilijk om te lezen. Een dun dossier kan meer losmaken dan een stapel papier. Je moet het materiaal laten bezinken en er soms opnieuw naar kijken.
Voor Olaerts is het een verrassing hoeveel emoties er schuilgaan in het werk van een archiefonderzoeker. Ze stelt zich Leen Huet voor tussen de documenten, op zoek naar geluk. Dat is misschien niet helemaal de juiste omschrijving. Maar in de archieven vindt Huet wel iets anders: kleine openingen naar het leven van mensen die anders alleen als namen in de geschiedenisboeken zouden achterblijven.
Van zwemkampioen tot ondernemer

Wie Van Schelle alleen als verzetsman leert kennen, mist een groot deel van zijn verhaal. Zijn leven was al avontuurlijk lang voordat de Tweede Wereldoorlog begon.
Als jonge man trok hij naar de Verenigde Staten, waar hij naar school ging in Washington D.C.. Hij maakte er kennis met sportfaciliteiten die in België nog veel minder vanzelfsprekend waren en ontpopte zich tot een getalenteerde atleet. Hij leerde de crawl zwemmen, een techniek die hier toen nog niet algemeen ingeburgerd was.
Later werd hij ondernemer. Waar de nodige infrastructuur ontbrak, bouwde hij die gewoon zelf. Hij zette sport- en ontspanningsactiviteiten op, waaronder schaatsbanen en zwembaden. In Brussel richtte hij zelfs een skipiste op, met hulp van de Zwitserse toeristische dienst en kunstsneeuw.
Van Schelle begreep dat je als ondernemer niet alleen iets moest aanbieden, maar mensen ook telkens opnieuw moest verrassen. Er waren speciale voorstellingen, dans op het ijs en waterpolowedstrijden in zwembaden. Hij haalde goede lesgevers in huis, onder wie mensen met olympische titels.
Olaerts ziet er meteen een man in die zijn tijd vooruit was. Vandaag zouden we hem wellicht een marketeer noemen. Van Schelle wist hoe hij de aandacht moest trekken.
Toch was hij geen ongenaakbare held. Hij kon ook een lastig karakter hebben en was niet altijd gemakkelijk in de omgang. Huet waardeert vooral zijn individualiteit. Hij deed veel op eigen kracht en investeerde ook zijn eigen middelen in het verzet.
Dat maakt hem voor haar bijzonder. Hij paste niet netjes in één hokje. Hij was zakenman, sportman, avonturier en verzetsman. En hij deed wat hij nodig vond, ook als dat betekende dat hij risico’s moest nemen.
Een leven dat nog veel meer in zich had

Tijdens het onderzoek ontdekte Huet ook een andere kant van Van Schelle. Ze vroeg zich aanvankelijk af waarom hij nooit getrouwd was. Zijn leven speelde zich vaak af tussen andere sporters en zakenrelaties, en hij was duidelijk iemand die zijn eigen weg ging. Maar hij had wel degelijk relaties.
Een van die verhalen voert de lezer zelfs naar een bijna klassieke misdaadgeschiedenis. Huet vertelt hoe Van Schelle betrokken raakte bij de ontknoping van een juwelendiefstal die uitmondde in een moord. Een jong koppel had rijke vrouwen uitgekozen om hen via verleiding van hun juwelen te beroven. Dankzij Van Schelle konden speurders de verdachten uiteindelijk in Brussel lokaliseren en identificeren.
Het is het soort verhaal waarin een schrijver van detectives graag zou duiken. Huet geeft toe dat ze tijdens het schrijven even genoeg had van de klassieke biografie en het verhaal een andere wending liet nemen. “Zeg nu zelf, het was een echt Maigret-verhaal.”
Een avond in Sint-Gillis
Maar vooral Katharina Braun bleef haar bezighouden. In een getuigenis las ze dat Van Schelle had gezegd dat hij met haar wilde trouwen. Hij was pas 43 toen hij overleed. Er had dus nog een heel leven op hem kunnen wachten.
Olaerts vraagt zich af of Van Schelle eenzaam was, altijd de bijzondere man die zijn eigen weg moest zoeken. Huet ziet hem eerder als iemand die het leven met plezier tegemoetging. Al blijft het moeilijk om te weten wat er in hem omging.
Een van de mooiste momenten die Huet in de archieven aantrof, is klein en eenvoudig. Een politieagent zag Van Schelle en Katharina op een avond samen wandelen in Sint-Gillis. Er gold een avondklok. De agent vroeg hun papieren, maar alleen Katharina kon een toelating tonen om buiten te zijn.
Meer weten we niet. Waarover spraken ze? Waren ze bang? Dachten ze aan een toekomst samen? De documenten geven geen antwoord. Maar even lijkt de geschiedenis een kier open te zetten naar twee mensen die samen op stap waren, terwijl het gevaar voortdurend dichtbij was.

De jongen van De Diepte
Leen Huet wil dat lezers Martial Van Schelle niet alleen zien als de verzetsman die in Breendonk belandde. Ze wil dat ze ook de jongen uit de Kempen leren kennen. De zoon van ouders die zelf een bijzonder leven leidden. Zijn moeder was actief in landbouwzaken en fokte kippen. Zijn vader reisde naar de wereldtentoonstelling in St. Louis.
Ook de Eerste Wereldoorlog liet sporen na. Van Schelle was toen negentien en diende als militair. Zijn moeder overleefde een torpedering van het schip waarop ze reisde, maar overleed enkele maanden later. Huet vermoedt dat die ervaring mee verklaart waarom hij later zo’n afkeer had van de Duitse bezetter.
De grote geschiedenis en het persoonlijke leven lopen in Held voortdurend door elkaar. Dat is precies wat Huet in dit verhaal fascineert: hoe een jongen uit Merksplas uitgroeit tot een man die internationaal zijn sporen nalaat, en hoe zijn leven uiteindelijk door de oorlog wordt afgebroken.
“Wat zou je hem zelf nog hebben willen vragen?” vraagt An Olaerts. Veel. Over zijn moeder, bijvoorbeeld. Of over Katharina, en hoe ze elkaar hadden leren kennen. Maar mensen als Van Schelle schreven weinig brieven. Ze leefden in de stad, midden in de wereld, tussen vrienden en kennissen, en lieten daardoor niet altijd de documenten na waar een biograaf op hoopt.

An Olaerts heeft nog een laatste vraag. Wat zou Van Schelle eigenlijk van Leen Huet gevonden hebben?
Het antwoord komt zonder aarzelen: ze kan de schoolslag zwemmen. Of ze ook de crawl beheerst, is een ander verhaal. Ze heeft zich verdiept in de zwemtechniek en zelfs een boek van Johnny Weissmuller, de olympische zwemmer die later filmster werd, geraadpleegd. Maar de coördinatie van de armen en benen blijft een uitdaging.
Het is een mooie, onverwachte afsluiting van een gesprek over een man die van alles durfde en probeerde. Huet hoopt intussen op een verfilming van Held, liefst door een Amerikaanse regisseur en met Brad Pitt in de hoofdrol.
Olaerts ziet het al voor zich: niet één film, maar drie. Er zit genoeg in het leven van Martial Van Schelle voor een hele reeks avonturen.
Misschien is dat wel de beste samenvatting van Held. Het leven van Van Schelle was kort, maar zat zo vol gebeurtenissen dat het nauwelijks te bevatten is. En het begon hier, in een huis op De Diepte in Merksplas, waar zijn verhaal nu opnieuw verteld wordt.
Koop het boek
Je vindt het boek o.a. bij de Standaard Uitgeverij en bij de boekhandel in de buurt. Het kost 26,99 euro.





