NieuwsPolitiek

Meer geld, geen verplichting: Vlaanderen wil kleine gemeenten laten fuseren

Vorige maand paste de Vlaamse regering de regels voor gemeentefusies aan. Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Hilde Crevits wil vooral kleine gemeenten aanmoedigen om samen te werken.

Tegen 2029 moet duidelijk worden hoeveel gemeenten effectief de stap zetten.

Geld om te groeien

Elke nieuwe fusiegemeente krijgt voortaan eerst een vast bedrag van 1 miljoen euro. Dat geld dient om de overgang te betalen, zoals aanpassingen aan computersystemen, administratie en personeel. Door dit vaste bedrag weten gemeenten meteen waar ze aan toe zijn.

Daarbovenop neemt Vlaanderen ook een deel van de schulden over. Hoe groter de nieuwe gemeente, hoe meer steun ze krijgt. Voor kleine gemeenten tot 20.000 inwoners gaat het om 300 euro schuld per inwoner. Merksplas telt zo’n 8.800 inwoners.

Zo wil de Vlaamse regering vooral gemeenten stimuleren om samen te groeien tot ongeveer 40.000 inwoners. Dat wordt gezien als een goede grootte voor een gemeente om sterk en zelfstandig te kunnen werken. Boven die grens daalt het voordeel. Volgens de minister hebben zulke grote gemeenten al genoeg financiële draagkracht.

Vrijwillig, niet verplicht

Fuseren blijft wel volledig vrijwillig. Geen enkele gemeente wordt verplicht om samen te gaan. De Vlaamse regering voorziet in totaal 150 miljoen euro om een nieuwe fusieronde te ondersteunen. Of dat genoeg zal zijn, is nu nog niet duidelijk.

Inwonersaantallen in de regio

  • Turnhout: 47 222 inwoners
  • Beerse:
    ca. 18 601 inwoners
  • Ravels:
    15 482 inwoners
  • Baarle-Hertog:
    ca. 3 078 inwoners
  • Rijkevorsel:
    12 553 inwoners
  • Hoogstraten:
    22 248 inwoners
  • Merksplas:
    8 877 inwoners

Embed from Getty Images

Wat zeggen experts over gemeentefusies?

De Standaard liet politicoloog Herwig Reynaert aan het woord. Die vindt het logisch dat vooral kleine gemeenten worden aangemoedigd. Voor veel besturen wordt het steeds moeilijker om alle taken alleen uit te voeren. Toch waarschuwt hij dat niet alleen het aantal inwoners telt. Ook de financiële kracht en de organisatie van een gemeente zijn belangrijk.

Bij fusies spelen bovendien ook emoties mee, weet hij. Mensen zijn gehecht aan hun gemeente en zijn soms bang om diensten te verliezen of verder te moeten rijden. Daarom is het belangrijk dat lokale politici duidelijk uitleggen waarom een fusie voordelen kan hebben. Als inwoners begrijpen dat het goed is voor de toekomst van hun gemeente, stijgt de kans op succes.

“Liever verplichte fusies op lange termijn”

Hoogleraar bestuurskunde Filip De Rynck lichtte de nieuwe regels toe op in De Wereld Vandaag op Radio 1. Volgens hem komen ze niet uit de lucht vallen. Ze passen in de regeringsverklaring van de Vlaamse regering-Diependaele, waarin expliciet werd aangekondigd dat er een nieuw financieel kader zou komen om vrijwillige fusies te ondersteunen.

Filip De Rynck

Volgens De Rynck is dat echter geen nieuwe discussie. Al meer dan tien jaar wordt onderzocht of vrijwillige fusies volstaan. Na een uitgebreide studie, waaraan tal van betrokkenen meewerkten, luidde de conclusie dat Vlaanderen eigenlijk richting verplichte fusies zou moeten evolueren.

Die stap wordt voorlopig niet gezet. “Die verplichte fusies komen er dus niet,” stelde De Rynck duidelijk. “Laat ons daar eerlijk over zijn.”

Hij wijst er wel op dat eerdere fusies niet automatisch nadelig zijn geweest voor kleinere gemeenten. Integendeel: evaluaties tonen volgens hem aan dat net zij soms extra aandacht krijgen binnen een grotere fusiegemeente, omdat beleidsmakers weten dat dit politiek en gevoelig ligt.

Steeds complexere maatschappelijke uitdagingen

De kern van het probleem ligt volgens De Rynck elders. Veel kleine gemeenten staan vandaag voor steeds complexere maatschappelijke uitdagingen, terwijl hun ambtelijke organisatie vaak kwetsbaar is. “In sommige diensten werkt maar één persoon,” zegt hij. “Als die uitvalt, valt ook de dienstverlening stil.”

Daarom pleit hij voor een duidelijke langetermijnvisie. Niet met het oog op de huidige burgemeesters, maar op de toekomst van het lokale bestuur. “De vraag is waar Vlaanderen in 2040 wil staan met zijn gemeenten,” aldus De Rynck.

tevreden
“Door de vele verschillende belangen kom je bij intergemeentelijke samenwerkingen nooit tot één duidelijk ruimtelijk beleid,” zegt De Rynck.

Waarom fusies sterker zijn dan samenwerkingen

Intergemeentelijke samenwerkingen lijken op het eerste gezicht een haalbaar alternatief voor fusies. Volgens bestuurskundige Filip De Rynck bieden ze op korte termijn inderdaad oplossingen, bijvoorbeeld om kosten te delen of expertise uit te wisselen.

Maar bij complexere beleidsdomeinen schieten zulke samenwerkingen volgens hem tekort. Vooral bij ruimtelijke ordening botsen gemeenten op elkaars belangen. “Door de vele verschillende belangen kom je nooit tot één duidelijk ruimtelijk beleid,” zegt De Rynck. Dat is volgens hem net het grote verschil met een fusie.

Een fusiegemeente beschikt niet alleen over meer ambtelijke capaciteit (het aantal medewerkers en hun deskundigheid), maar kan ook duidelijke politieke keuzes maken voor een groter gebied. “Je kiest mensen die verantwoordelijk zijn voor een ruimer geheel en die een uniform beleid kunnen voeren,” legt hij uit. Intercommunales blijven volgens hem beperkt tot praktische samenwerking. “Verdelingskwesties – wie krijgt wat en waar – kunnen zij nooit echt oplossen.”

Fusies beter voor doelmatigheid en democratische kwaliteit

Tegenstanders van fusies wijzen vaak op de nabijheid tussen bestuur en burger in kleine gemeenten. Die nabijheid is belangrijk, erkent De Rynck, maar ze volstaat niet om een moderne gemeente goed te laten functioneren.

Volgens hem vraagt net die lokale nabijheid om voldoende mensen en middelen. “Om het kleine goed te doen, moet je soms groter worden,” zegt hij. Voor een kwaliteitsvolle dienstverlening op dorpsniveau is capaciteit nodig, zowel administratief als politiek.

Daarom noemt hij de tegenstelling tussen klein en efficiënt een misvatting. Een gemeente kan dicht bij haar inwoners staan, maar tegelijk te weinig middelen hebben om goede dienstverlening aan te bieden. “Dat is geen oplossing,” stelt De Rynck. Volgens hem kunnen fusies dat spanningsveld doorbreken. Ze versterken niet alleen de doelmatigheid en de capaciteit van gemeenten, maar ook hun democratische werking, omdat ze beter gewapend zijn tegen complexere taken.”

Merksplas blijft tegenstander van fusies

RTV polste ook bij verschillende kleinere Kempense gemeenten. Burgemeester Frank Wilrycx “ziet geen reden om te veranderen”, zei hij daar. “De gemeente is financieel stabiel, met een beheersbare schuld en relatief lage belastingen. Er is dan ook geen nood aan een fusie.”

Ook op ons Groot Verkiezingsdebat in 2024 toonde hij zich een rabiate tegenstander: “Wij (Leefbaar Merksplas, n.v.d.r.) zijn daar alleszins radicaal tegen. Als we 20 jaar terug een fusie hadden gekend, hadden we hier nooit in een gemeenschapscentrum gezeten, hadden we geen sporthal, of waren er geen investeringen geweest in de Kolonie.”

Lees ook: Wordt Merksplas stilaan te klein? (merksplas.NU, 2023) ➽

“Een fusie is voor ons niet aan de orde.”

Het Laatste Nieuws polste de voorbije dagen ook bij de verschillende Kempense burgemeesters naar mogelijke fusieplannen. Gisteren kwam Frank Wilrycx aan de beurt. Merksplas houdt de boot af, zo klinkt het.

Sinds 2024 zijn er geen gesprekken gevoerd over mogelijke fusies, en die komen er volgens Frank Wilrycx ook niet. “Het onderwerp staat niet op de agenda en leeft niet binnen het bestuur.” De gemeente berekende ook niet welke financiële voordelen een fusie zou kunnen opleveren, omdat het principe voor hen niet ter discussie staat.

Hoewel Merksplas goed samenwerkt met buurgemeenten, ziet de burgemeester geen enkele partner voor een fusie.

Schaalvergroting leidt niet tot meer bestuurskracht, vindt hij: “‘Hoe meer inwoners, hoe beter’ gaat echt niet op.”

Reageer

Back to top button